Alleen links kan liberaal eenheidsdenken doorbreken
Het wijd verspreide liberale geloof dat een zwakke overheid en minder regulering zalig zijn, maakt onze samenleving minder zorgzaam, en de verhoudingen minder eerlijk. Het verslijt de banden tussen mensen en maakt het land moe.
“Het enige alternatief kan van links komen, maar dat heeft aan kracht ingeboet. We moeten onszelf daarom grondig heruitvinden”, zegt Caroline Gennez in een opiniestuk. Dat schreef ze naar aanleiding van het laatste boek van historicus Tony Judt.
Het land is moe, maar zal niet rusten
In zijn jongste boek, 'Het land is moe', belijdt de vorige week overleden historicus Tony Judt zijn kritisch maar sterk geloof in de sociaaldemocratie. Zoals Thatcher over het liberale kapitalisme zei, meent Judt dat er voor links “geen alternatief” is. We zullen onszelf evenwel grondig moeten heruitvinden. Wil de partij nog een rol van betekenis spelen, zeker. Maar bovenal om dichter bij dat ene, ongewijzigde doel te komen: een eerlijke samenleving waar het voor iedereen goed, fatsoenlijk en veilig om leven is.
Een persoonlijke bekentenis. Tussen de dagelijkse politieke beslommeringen in overvalt mij de jongste jaren steeds vaker een gevoel van boosheid. Boosheid over het breed om zich heen grijpende eenheidsdenken over staat, markt en samenleving. Dat minder overheid principieel beter is voor iedereen, dat regulering en belastingen groei vernietigen en ondernemingszin afremmen: het is een mantra geworden van politici van allerlei slag, daarin gesteund door economisten en marktgoeroes. Het is een sluipende ideologie die zichzelf de status van wetenschap aanmeet, een geloof dat zich als voldongen feit voordoet.
Het heeft mijn linkse overtuiging enkel aangescherpt, maar het vergroot ook mijn zorg over de slagkracht ervan. We slagen er onvoldoende in om het ‘liberale’ eenheidsdenken –dat zich geenszins beperkt tot liberale partijen- fundamenteel te ontluisteren of te doorbreken. Aan inzicht ontbreekt het ons niet (al in 1998 maakte de jongerenpartij Animo in haar Roodboek brandhout van dat eenheidsdenken), wel aan overtuigingskracht.
Groot was dan ook mijn gevoel van herkenning bij de lectuur van Tony Judt. Hij ontleedt en duidt tot in de finesses dat eenheidsdenken. En hij wijst meteen op het zwakke tegengewicht van links. Sociaaldemocraten in Europa missen “een samenhangend verhaal”, hun taal is “uitgeput”. Het is een streng en mijns inziens te pessimistisch oordeel, al was het maar omdat in Europa de sociaaldemocratie heeft verhinderd dat het in de jaren tachtig in de VS en het VK ontstane liberale eenheidsdenken zich in de praktijk kon vertalen in de totale sociale uitkleding. Maar Judt heeft een punt: het is stil op links. En hoewel post-electoraal onderzoek ook in Vlaanderen aantoont dat mensen wakker liggen van pensioenen en jobs, vertaalt dit zich niet in electoraal succes voor links. Ook de crisis die voor dat eenheidsdenken toch ontluisterend had moeten zijn, heeft ons niet geholpen.
Wat maakt het liberale eenheidsdenken zo schijnbaar onontkoombaar? Wat zorgt voor de kritiekloze aanname dat minder staat, zo weinig mogelijk controle of toezicht op de markten goed voor u is? Waarom slagen we er niet in om die tijdgeest te keren, terwijl elke dag duidelijker wordt welke prijs de samenleving betaalt voor dat Geloof (want dat is het): versplintering van de samenleving, verschraling van de zorgende overheid, selectieve groei van welvaart zonder welzijn, druk op inkomen, tijd en talent, toenemende ongelijkheid. Het eenheidsdenken is zo sterk dat zelfs de financieel-economische crisis van de jongste jaren het niet heeft kunnen doorbreken. Na een gemompeld mea culpa, was het weer business as usual, onethische winstmaximalisatie en hoge bonussen incluis. De crisis heeft het Geloof niet wezenlijk aangetast: Judt heeft het over een “tactische terugtrekking”.
Er is een tijd geweest waarin het idee van een zorgende overheid het voorwerp uitmaakte van een brede consensus. Mechanismen van wederkerigheid en herverdeling werden toen minstens zo breed gedragen als het liberale eenheidsdenken vandaag. Van 1945 tot de jaren zeventig leefde volgens Judt ook bij de bevolking het “wijdverbreid geloof dat een bescheiden herverdeling van rijkdom, waarmee een einde zou worden gemaakt aan extreme rijkdom en armoede, iedereen ten goede zou komen”.
Er is een generatie, niet toevallig met wortels in de oorlog, die maar al te goed wist hoe (slecht) het leven zonder die zorgende, verenigende, herverdelende overheid was. Dat besef is bij latere generaties, die hun welvaart en welzijn nochtans veelal te danken hadden aan de inspanningen van de verzorgingsstaat, verwaterd. Het leidt tot de paradox dat velen vandaag de lusten van het sociale bouwwerk vanzelfsprekend vinden, maar geen enkel begrip opbrengen voor de instrumenten die daartoe leiden. Belastingen, administratie, publieke voorzieningen wuiven ze weg als onhebbelijke staatsbemoeienis. Zelfs de aanhangers van het eenheidsdenken vinden het ondanks hun ongebreideld geloof in de markt niet meer dan logisch dat àls de markt faalt, de overheid wel de brokken zal oppikken. Zie het verhaal van de falende banken.
Gaandeweg, vooral sinds de neo-liberale jaren tachtig, zijn de rijpste vruchten geplukt, maar collectief zijn we het doel uit het oog verloren: de boom moet op een duurzame manier leiden tot meer gelijkheid waar iedereen, ook de welgestelden in een samenleving, beter van wordt. We zijn in de meest letterlijke zin de waarde van wederkerigheid en herverdeling vergeten. We weten van veel de prijs, wat het kost, maar niet wat het maatschappelijk waard is.
Tegelijkertijd is er overvloedig bewijs aangeleverd van de stelling dat samenlevingen met minder inkomensongelijkheid op alle indicatoren van welvaart, welzijn en geluk (gezondheid, onderwijs, veiligheid…) beter af zijn dan samenlevingen waar extreme rijkdom en armoede heersen. Mensen zijn beter af in landen waar het liberale eenheidsdenken niet zo dominant de maat aangeeft.
Wat links te doen staat
Maar wat staat er links te doen, als we ons (ik aarzel niet om het woord te gebruiken) historisch doel opnieuw beter willen fixeren en de weg ernaar toe willen moderniseren? Wat moeten we doen om onszelf opnieuw aantrekkelijk te maken voor meer kiezers, ja zelfs onmisbaar in de ogen van meer dan 15 procent van de Vlamingen? Zoals gezegd, Judt en andere scherpe waarnemers ter linkerzijde helpen ons in de analyse en de vraagstelling, maar de antwoorden zullen we zelf moeten formuleren.
We moeten vooral niet ophouden met te waken over het niveau van de sociale bescherming, en die rol heeft links in België, meer dan in andere landen, niet gelost. Maar omgekeerd moeten we ook niet hervallen in de karikatuur van de verzorgingsstaat: het etatisme. Ik ben niet bang voor die valkuil. Vadertje staat is voor mij een oude koe. sp.a is het etatisme ver voorbij. De grote ideologische discussies over de rol van de overheid versus markt hebben tien jaar na de val van de Muur al plaats gevonden in onze partij. We weten al langer dan vandaag dat er een hemelsbreed verschil is tussen enerzijds etatisme en een bureaucratisch staatsapparaat en anderzijds een moderne, sterke overheid die de markt onderwerpt aan een herverdelend en sociaal corrigerend kader.
Is de weg terug naar vadertje staat geen optie, net zo min moeten we ontkennen dat de zorgende overheid soms (te) veel geld kost. Die zorg om de betaalbaarheid en dus de duurzaamheid van de sociale bescherming is wel degelijk legitiem. Dat is ook de reden waarom ik vind dat een orthodox begrotingsbeleid op zich niet vloekt met socialisme. Het is terloops ook de reden waarom sp.a in deze economisch moeilijke tijden mee aan de regeringstafel zit. Juist nu moeten we proberen om te vermijden dat de legitieme zorg om de betaalbaarheid van de verzorgingsstaat door de fans van het eenheidsdenken wordt misbruikt voor een kille, sociale afbraakagenda. Toen we in de Vlaamse regering moesten kiezen tussen jobkorting of meer kinderopvang, hebben we geen moment geaarzeld.
Maar meer dan dit alles is nodig, willen we ons niet beperken tot de rol van wat Judt “sociale boekhouder” noemt. En dan keer ik terug naar de hoger gemaakte vaststelling van vervreemding tussen grote delen van de bevolking en het concept van de verzorgende overheid. Noties als wederkerigheid en herverdeling zijn in de meest letterlijke zin van het woord ‘ontwaard’ omdat veel mensen de zin ervan niet meer aanvoelen. En het moet gezegd, objectieve mankementen in die mechanismen geven ook extra voeding aan het gevoel van velen dat solidariteit een verhaal geworden is van ‘veel geven, maar weinig krijgen’. Dat zet mensen tegen elkaar op: Vlamingen tegen Walen, autochtonen tegen allochtonen. Als we het eenheidsdenken willen doorbreken, moeten we op een aantoonbare wijze en in verstaanbare taal dat ‘contact’ herstellen. Mensen moeten opnieuw horen, zien en voelen dat persoonlijke welvaart en welzijn onlosmakelijk verbonden zijn met het gemeenschappelijk goed.
Dit is in se een waardenverhaal. Links moet een Aha-Erlebnis opwekken, het inzicht post doen vatten bij elke burger dat hij of zij voordeel heeft bij meer inkomensgelijkheid, eerlijke en gelijke kansen, maar ook bij publieke voorzieningen zoals jeugd- en ouderenzorg, speeltuinen en scholen, betaalbare gezondheidszorg, veilige en leefbare omgevingen. Het vergt ook in onze core business (het sociaal-economische) een ander taalgebruik. Nu hebben we bijvoorbeeld vaak nog te exclusief oog voor de strikt economische facetten van jobs of pensioenen. Bij de bezorgdheden van mensen over hun pensioen gaat het evenwel niet enkel om het precieze maandelijkse bedrag dat op de bankrekening zal komen, maar ook om meer immateriële vragen over de toekomst: zorg, vrije tijd, huisvesting, veiligheid van de leefomgeving… Mensen moeten weten dat socialisten niet enkel ijveren voor het publieke karakter van de financiering, maar ook voor een zorgzaam en ondersteunend overheidsoptreden in die andere noden die direct ingrijpen in hun dagelijkse leven. Hetzelfde met jobs. “Een job is de beste garantie tegen armoede”, zeggen socialisten vaak en terecht. Maar in de beleving van vele hardwerkende Vlamingen schreeuwen veel andere gevoelens, zorgen en vragen om een antwoord: welzijn op het werk, hoe omgaan met gewijzigde arbeidsomstandigheden of een nieuwe managerscultuur, de combinatie met het gezinsleven… Mensen moeten weten dat ons hart voor sociale vooruitgang niet alleen klopt waar hun portemonnee zit.
Tony Judt zegt terecht: “We zullen de terugkerende (sociale, CG) vragen opnieuw moeten stellen, maar open moeten staan voor nieuwe antwoorden”. We leven in een tijdsgewricht dat radicaal anders is dan de periode waarin de verzorgingsstaat tot stand kwam. Behouden is goed, kopiëren heeft geen zin. Er zijn veel evoluties die nieuwe sociale vraagstukken met zich meebrengen: andere gezins- en arbeidsvormen, informatiemaatschappij, vergroening, vergrijzing en verkleuring, hoogtechnologische economie… Bij de hervorming van sp.a tot een moderne socialistische partij zal het meer dan ooit nodig zijn om onze antennes aan te scherpen en structuren open te gooien. We moeten dringend een voet verwerven op die nieuwe politiek-maatschappelijke gronden. sp.a zal zich daar in het najaar, onder meer met het Visiecongres, ook grondig over bezinnen.
De modernisering zal tijd vergen, maar de inzet is wat mij betreft duidelijk en het doel blijft onveranderd. Het is aan ons om aan te tonen dat het liberale eenheidsdenken niet onontkoombaar is. Het is aan links om de trein opnieuw op de sporen van de sociale vooruitgang te krijgen. Er is inderdaad geen alternatief. Als we in deze missie niet slagen, houden we tout court op progressieven te zijn.
Een ingekorte versie van dit opiniestuk verscheen op 13 augustus 2010 in ‘De Morgen’.
Delen Tweet


actieplatformmijn sp.a

