Home » Ideeën


foto Vande LanotteJohan Vande Lanotte (2005-2007)
Begon zijn politieke carrière in 1988 als kabinetschef bij toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback. In hetzelfde jaar wordt Vande Lanotte ook professor aan de Universiteit van Gent. Naar eigen zeggen zijn ‘echte’ stiel, diegene “waar hij zijn ego mee maakt of kraakt”.

Zijn mentor Tobback vraagt hem in 1990 om thuisbasis Stavelo in te ruilen voor de koningin der badsteden Oostende om er de plaatselijke afdeling meer swung te geven. Blijkbaar slaat Vande Lanotte daar aan, want een jaar later sturen de kiezers hem als volksvertegenwoordiger naar het federale parlement.
Met het duinendecreet haalt Vande Lanotte zijn eerste echte politieke slag thuis. Het decreet stelt een einde aan de bouwwoede die jarenlang aan de kust heerste en zeer veel moois teniet deed.

Daarna wacht hem de rol van minister en vice-premier. Met voorstellen als 7 sluitende begrotingen op rij, het gratis sporen van en naar het werk, de realisatie van goedkope of gratis basisdienstverlening voor de mensen én met zijn West-Vlaamse zakelijkheid zette hij een stempel op het regeerbeleid.

Nu neemt hij het roer van de partij in handen met Caroline Gennez als ondervoorzitter. Hij wil verder werk maken van een open en progressieve partij. Meer over zijn intenties vind je in zijn intentieverklaring.


foto GennezCaroline Gennez (2005)
Met de aanstelling van Steve Stevaert als gouverneur van de provincie Limburg, neemt Caroline Gennez zijn stoel in. Ze is daarmee de eerste vrouwelijke voorzitter én met 29 jaar meteen ook de jongste.

Gennez ruilde thuishaven Sint-Truiden in 2004 voor Mechelen. Daar wil ze de partij opnieuw op de kaart brengen. Ze is ook fractieleidster in het Vlaams Parlement. Dat blijft ze nu ze interim-voorzitter is.


foto StevaertSteve Stevaert (2003-2005)
Stevaert was op korte tijd uitgegroeid tot een bekende politieker. Vooral in zijn thuisstad Hasselt was en is hij een geliefd persoon. Met zijn voorstel rond gratis openbaar vervoer voor 65-plussers kreeg hij de bijnaam ‘Steve stunt’. Zijn ‘gratis-verhaal’, wat een verhaal is van sociale herverdeling, laat niemand koud. Dat is het minste wat je kan zeggen.

Stevaert plaatste als Vlaams minister van Mobiliteit belangrijke ideeën en initiatieven op de agenda. Denken we maar aan het decreet basismobiliteit dat aan iedereen het recht geeft om op betaalbaar openbaar vervoer op redelijke afstand van de woonplaats. Maar ook op het vlak van Energie realiseerde Stevaert een sociaal beleid, zoals onder meer de gratis basislevering elektriciteit. Moeilijke dossiers als dat van de zonevreemde woningen ging hij niet uit de weg.

In de aanloop van de verkiezingen van 2003 werd hij, door het vertrek van Janssens, het boegbeeld van de partij. Als voorzitter wil Stevaert verder werk maken van de vernieuwing en verjonging van de partij. Meer over de plannen en ideeën van Stevaert vind je op volgende link.

Op 25 mei 2005 kondigde Stevaert aan terug naar zijn thuishaven Limburg te trekken. Hij neemt het gouverneurschap van de provincie op.


foto JanssensPatrick Janssens (1999-2003)
Bij de ‘moeder aller verkiezingen’ in 1999 behaalde SP maar 15 procent van de stemmen, een historisch dieptepunt. Wat volgde was een ingrijpende verandering aan de top van de partij. Een ‘outsider’, Patrick Janssens, kwam aan het hoofd van SP te staan. Janssens kwam uit de reclamewereld, hij was directuer bij het bureau VVL/BBDO. Op vraag van Johan Vande Lanotte, Frank Vandenbroucke en Steve Stevaert maakte hij de overstap naar de politiek.

Janssens werkte een plan uit om van de SP een nieuwe en open partij te maken. Een partij die niet in zichzelf gekeerd is, maar durft naar buiten te kijken. Een partij die voortdurend in dialoog is met de samenleving. Een partij die investeert in mensen én ideeën. Met de ‘Tabasco nota’ in de hand, een kritische zelfevaluatie van de partij en haar structuren, zette Janssens de eerste lijnen uit voor een moderne, sociaal-democratische toekomstgericht partij. De verdere stappen van de partijvernieuwing kan je ook lezen in Patricks ‘open brief’ (PDF, 55kb) en in zijn boekje ‘Over de grenzen’.
Onder het voorzitterschap van Patrick veranderde de partij ook van naam en werd ze sp.a, socialistische partij anders.

In volle aanloop van de parlementsverkiezingen van 2003 brak de crisis in Antwerpen uit. Daar diende het voltallige schepencollege haar ontslag in na de vaststelling van mogelijke visa-misbruiken door enkele van haar leden. Patrick Janssens stelde zich kandidaat voor de burgemeestersjerp en trok naar de sinjorenstad. Steve Stevaert nam het roer bij sp.a over.


foto ErdmanFred Erdman (1998-1999)
Wat als een interim job begon, groeide voor Fred Erdman uit tot een full time opdracht van twee jaar: het voorzitterschap van de partij.
De éminence-grise uit Antwerpen speelde eind jaren ‘90 een voortrekkersrol in het euthanasiedossier. Hij leverde belangrijk voorbereidend werk voor de totstandkoming van de wet, zoals die in 2000 werd goedgekeurd. De SP deed na het vertrek van Tobback een beroep op hem omwille van zijn rust, kalmte en diplomatie.

Erdman werd in 1933 geboren als zoon van een Pools-joodse migrant die eerst als metaalarbeider in Seraing en later in de diamantsector in Antwerpen werkte. Op 9-jarige leeftijd moest Fred onderduiken om aan de scherpe controles van de nazi’s te kunnen ontsnappen. Mede door zijn ervaringen tijdens de tweede wereldoorlog is hij nog steeds een overtuigd antifascist.
Hij is licentiaat politieke en diplomatieke wetenschappen (ULB - 1956) en licentiaat politieke en administratieve wetenschappen (ULB - 1957). Erdman kende een vruchtbare loopbaan in de advocatuur en zetelde in allerhande culturele instellingen. Van de politieke functies die hij uitoefende, onthouden we die van gemeenteraadslid van de stad Antwerpen (‘84-‘88), SP-fractievoorzitter in de Senaat (‘92-’99) en SP-voorzitter. Van 1999 tot 2003 werkte hij in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.


foto TobbackLouis Tobback (1994-1998)
De vaak controversiële maar populaire Tobback werd in 1994 verkozen tot voorzitter. Onder zijn leiding wou de partij minder verkiezingsresultaten goed maken. Het losbarsten van de Agusta-affaire, waarbij diverse kopstukken van de partij betrokken waren, leek in de winter van 1995 echter roet in het eten te gooien. Maar Tobback slaagde erin om met het thema "Uw sociale zekerheid" het tij keren en SP kreeg 20,7 procent van de stemmen.

Tobback was de morele overwinnaar van de verkiezingen van ’95, maar had de moeilijke taak om de partij doorheen misschien wel de moeilijkste periode van haar bestaan te loodsen. De partij zag belangrijke mensen binnen haar rangen verdwijnen. En er waren ook de financiële gevolgen die het proces met zich bracht. Als geen ander besefte Tobback dat de partij op een ‘point of no return’ was gekomen. De partij moest en zou een partij van de toekomst worden. Niet alleen organisatorisch (Tobback wijzigde de statuten en gaf meer macht aan de afdelingen), maar ook inhoudelijk. Hij gaf de opdracht aan Norbert De Batselier om een nieuw inhoudelijk project uit te werken. Dat werd het Toekomstcongres dat in mei 1998 een bundel van 11 contracten opleverde met nieuwe ideeën en acties voor de partij. En de jonge Steve Stevaert kreeg de opdracht mee om nieuwe mensen te zoeken. Zo werd werk gemaakt van de personele vernieuwing van de partij.

De ontsnapping van Marc Dutroux en het daaropvolgend ontslag van toenmalig minister Johan Vande Lanotte maakte een einde aan het partijvoorzitterschap van Tobback. In 1998 werd hij vice-premier en minister van Binnenlandse Zaken.

Louis Tobback is sinds 1995 burgemeester van Leuven, waar hij geboren en getogen is. Als licentiaat in de Romaanse filologie onderwees hij Frans in het Koninklijk Atheneum van Leuven. Van 1974 tot 1991 was hij volksvertegenwoordiger in de Kamer. Tussen ‘88 en ‘92 was hij minister van Binnenlandse Zaken, van de modernisering van de Openbare Diensten en van de nationale Wetenschappelijke en Culturele Instellingen. In de daaropvolgende regering was hij minister van Binnenlandse Zaken, Ambtenarenzaken en Vreemdelingenzaken. In 1998 was hij kort vice-premier en minister van Binnenlandse Zaken. In 1999 trok Louis Tobback de lijst voor SP. Hij zetelde van ’99 tot 2003 in de Senaat.


foto VandenbrouckeFrank Vandenbroucke (1989-1994)
Op 34-jarige leeftijd werd Frank Vandenbroucke voorzitter van de SP. Jong maar zeker niet onervaren nam hij de voorzittershamer over van Van Miert. Al in ‘85 was Vandenbroucke actief in de nationale politiek als kamerlid. Daarvoor was hij als licentiaat in de economische wetenschappen, wetenschappelijk medewerker op de studiedienst van de partij, het SEVI.

Vandenbroucke wou, geïnspireerd door zijn voorganger, een nieuwe politieke generatie klaarstomen, die de generatie van de ‘jonge Turken’ van het begin van de jaren ’80 zou kunnen opvolgen. De oprichting van de ‘dominogroep’ was daarin de belangrijkste stap. Enkele namen uit die groep zijn Johan Vande Lanotte, Anne Van Lancker, Renaat Landuyt, Steve Stevaert, Philippe De Coene…

In 1995, toen Vandenbroucke ook minister van Buitenlandse Zaken was, brak de Agusta-affaire uit. Een gebeurtenis die Vandenbroucke, voorstander van een open en transparante partij, zwaar trof. Hij verliet de Belgische politiek en trok naar Oxford, Engeland. Daar werkte hij aan zijn doctoraatsthesis. Hij deed zijn rentrée tijdens het Toekomstcongres van 1998, waar de partij een nieuw inhoudelijk project klaarstoomde. Eén jaar later werd Vandenbroucke minister van Sociale Zaken en Pensioenen in de regering Verhofstadt 1. Ook in 2003 maakte hij weer deel uit van de paarse regering als minister van Werk en Pensioenen. Na de verkiezingen van 2004 zit Vandenbroucke in de Vlaamse regering Leterme als vice-minister-president en minister van Werk, Onderwijs en Vorming.


foto Van MiertKarel Van Miert (1977-1989)
Kempenaar Karel Van Miert (geboren in Oud-Turnhout in 1942) studeerde diplomatieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij heeft een rijke politieke carrière achter de rug. Een overzicht van de functies: internationaal secretaris van de BSP (‘76), co-voorzitter van de BSP-PSB (‘77), kabinetschef van Willy Claes (‘77), partijleider van de SP (‘78-‘88), lid van het Europese parlement (‘79-‘85), volksvertegenwoordiger in de Kamer (‘85-‘86), vice-voorzitter van de Socialistische Internationale (‘86-‘92), Europees Commissaris achtereenvolgens bevoegd voor transport, krediet en investeringen en consumentenbeleid (‘89-‘93), voor concurrentiebeleid, personeelszaken en algemeen beheer (‘93-‘95), voor concurrentiebeleid (‘95-‘99).

Van Miert was een decennium lang voorzitter van de partij. Onder zijn voorzitterschap splitste de BSP in SP aan Vlaamse kant en PS aan Waalse kant. Als voorzitter van de Vlaamse socialistische partij wou hij een nieuwe generatie politici klaarstomen om in de toekomst de lijnen van de partij mee uit te tekenen én de partij een gezicht te geven. De zogenaamde Jonge Turken werden geboren. De groep bestond onder meer uit Louis Tobback, Luc Van den Bossche, Norbert De Batselier, Freddy Willockx, Louis Vanvelthoven en Marcel Colla. Samen met hen koppelde Van Miert het nieuwe Vlaamse profiel aan een verscherping van de pacifistische standpunten van de partij (zie de beweging tegen de invoering van kruisraketten in België) en aan een doorbraak naar de progressieve christenen in Vlaanderen. In 1983 nam Van Miert een radicaal Sociaal-Economisch Alternatief aan ("Voor Vrede en Werk"), als antwoord op het neoliberale offensief.

Onder Van Miert en zijn Jonge Turken begon vanaf de gemeenteraadsverkiezingen van 1982 (ondertussen was de partij weer in de oppositie beland) een electorale opgang, met als bekroning de Europese verkiezingen van 1984. Van Miert voerde dan zelf de lijst aan en behaalde 28,1 procent. In 1985 werd deze winst verzilverd bij de parlementsverkiezingen (23,7 procent), en opnieuw in 1987 (24,6 procent) waarna de partij opnieuw aan de regering deelnam.
In 1988 werd Van Miert Europees Commissaris en werd het voorzitterschap overgenomen door de jonge Frank Vandenbroucke.


foto ClaesWilly Claes (1975-1977)
Willy Claes was de ‘laatste’ voorzitter van de BSP, de Belgische Socialistische Partij. Hij volgde Jos Van Eynde op als medevoorzitter van de BSP. Geboren in Hasselt in 1938 studeerde Claes politieke en diplomatieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij was pas 17 toen hij zijn eerste politieke stappen zette als provinciaal secretaris van de Jongsocialisten. Op zijn 25ste werd hij in zijn geboortestad verkozen tot gemeenteraadslid. Het jaar daarop werd hij algemeen secretaris van de socialistische mutualiteit van Limburg en lid van het nationaal BSP-bureau.

In 1968 stapte Claes in de nationale politiek als volksvertegenwoordiger in de Kamer. Zijn eerste ministerpost was die van Nationale Opvoeding in de regering-Eyskens-Cools van 1972. Het jaar daarop werd hij minister van Economische Zaken in de regering Leburton. Tussen ’77-‘81 en ‘88-‘92 bekleedde hij opnieuw de post van minister van Economische Zaken. In die laatste periode was hij ook vice-premier. Tussen 1992 en 1994 zetelde hij in de regering als vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken én leidde hij de partij van Europese socialisten.

In 1994 stapte Claes naar de internationale politiek en werd secretaris-generaal van de NATO. Door de nasleep van de Agusta-zaak verliet hij de NATO na amper een jaar. Vele mensen kennen Willy Claes ook als actieve beoefenaar van zijn geliefkoosde hobby, klassieke muziek.

Voorzitters na wereldoorlog 2:
Max Buset (1945-1959)
Leo Collard (1959-1971)
Jos Van Eynde en Edmond Leburton (1971-1973)
Jos Van Eynde en André Cools (1973-1975)