Crisis rechtvaardigt massaal ontslag niet
27/11/2009 - Bedrijven die overheidssteun krijgen, mogen hun werknemers niet ontslaan. De crisis gebruiken als excuus voor herstructureringen is oneerlijk. Dat zegt Vlaams volksvertegenwoordiger Bart Van Malderen.

“2321 ontslagen bij Opel. 70 bij Bayer. 882 bij DHL. Het aantal ontslagen stijgt pijlsnel”, vreest Vlaams sp.a-parlementslid Bart Van Malderen. “De Belgische overheid steunt bedrijven in moeilijkheden, opdat ze die steun investeren in jobs. Maar in plaats daarvan grijpen werknemers de crisis aan als excuus om mensen te ontslaan en daarvoor begrip te vragen. De overheid mag intussen betalen, met geld van de belastingbetaler.”

“In ruil voor financiële en structurele steun aan bedrijven,” besluit Van Malderen, “mag de overheid dan ook spijkerharde garanties vragen voor duurzame jobs. De werkgelegenheidsconferentie dit najaar wordt een belangrijke test voor de Vlaamse regering.”

De volledige opiniebijdrage van Bart Van Malderen kun je hieronder lezen.

Willen ondernemers nog werkgevers zijn?
De Belgische overheid spaart kosten noch moeite om de ondernemingen ter wille te zijn, maar toch betalen de werknemers het gelag.

Een paar weken geleden interpelleerde het Verbond van Belgische Ondernemingen ons met de (retorische) vraag 'Wil dit land nog industrie?'.

Vandaag kan men zich de vraag stellen of er in de agenda van de ondernemers nog een plaats is voorzien voor de werknemers. In 24 uur tijd kondigden Opel (2.321), Bayer (70, optie sluiting) en DHL (882) zeer ingrijpende herstructureringen, wie weet, zelfs sluitingen aan.

Het zijn niet de werknemers die verantwoordelijk zijn voor deze herstructureringen. De Belgische werknemers in de industrie en diensten behoren tot de meest productieve en flexibele ter wereld. Door de band zijn ze ook uitstekend opgeleid. We kennen ook een traditie van sociale vrede. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk en Italië kennen we amper politieke stakingen. In tal van sectoren werden systemen van loonbevriezing ingevoerd.

Het is ook al te eenvoudig om de verwijtende vinger enkel richting overheid te sturen. Opeenvolgende regeringen spaarden kosten noch moeite om onze bedrijven ter wille te zijn: algemene lastenverlagingen, notionele intrestaftrek, goedkopere overuren en ploegenpremies en een lokaal pact met steden en gemeenten.

Sinds het uitbreken van de financiële crisis wordt een nog actievere rol van de overheid gevraagd. En bekomen: via een generieke waarborgregeling en de ad- hocregeling Gigarant legt de Vlaamse overheid miljoenen euro vast. De bankwaarborgen zorgen ervoor dat de kredietstromen naar de bedrijven gegarandeerd blijven op het moment dat de financiële sector gebukt gaat onder risicofobie, aldus twee decennia van onverantwoorde roekeloosheid compenserend.

En toch betalen de werknemers het gelag. Wij zijn uiteraard niet blind voor de economische crisis. De grondstromen van onze economie zoals de globalisering en tertialisering (afbouw industrie, groei dienstensector) werken onverminderd, zelfs versneld door. Er is een zeer breed draagvlak voor een groene, kennisgedreven economie. De industrie heeft daar een essentiële plaats in. Dat spreekt (bijna) niemand tegen.

Mag het in ruil voor zoveel steun en verantwoordelijkheidszin dan ook eens over de honderdduizenden mannen en vrouwen gaan die die bedrijven doen draaien? Arbeiders en bedienden zijn niet alleen een zoveel mogelijk te reduceren kostenpost, maar vormen eerst en vooral het 'menselijk kapitaal' van een onderneming en de motor van onze economie.

Pijnlijke geschiedenis
Mogen we in ruil voor de uitgestoken hand van de overheid en onvertogen werkkracht van de werknemers verwachten dat ons bedrijfsleven ook oog heeft voor een duurzame tewerkstelling?
Dat is niet alleen een kwestie van economische en financiële omgevingsfactoren. Het is ook een kwestie van willen. Om politiek strategische, eerder dan economische redenen weigerde de Brusselse haute finance van de jaren 60 om nog langer te investeren in de Waalse zware industrie. Er werd evenmin geld gestopt in reconversie of transitie. Men trok weg en liet een sociaal kerkhof achter.
Beleven we vandaag een Vlaamse versie van deze pijnlijke geschiedenis? Ik heb de stellige indruk dat de crisis aangegrepen wordt om strategische keuzes maatschappelijk aanvaardbaar te maken. En de overheid? Zij mag betalen . met het belastinggeld van de getroffen werknemers.

De overheid moet dan ook niet naïef zijn. In plaats van papieren beloftes zou men in ruil voor steun en subsidiëring spijkerharde garanties inzake werkgelegenheid moeten eisen. Het is ronduit cynisch te noemen dat een bedrijf als Recticel op vrijdag van de Vlaamse regering 1 miljoen euro krijgt voor zijn opleidingsplan op basis van een dossier waarbij tien nieuwe aanwervingen in het vooruitzicht werden gesteld en op dinsdag aankondigt dat het bedrijf 110 mensen zal ontslaan. Zonder berisping, zonder sanctie. In onze regio is de 'minister van whereabouts' ook minister van Werk, zijn reactiesnelheid is blijkbaar niet voor alle domeinen gelijk.

Lakmoesproef
Vlaanderen heeft niet langer de budgettaire marge om lukraak subsidies uit te delen. Op het ogenblik dat de beschikbare middelen uiterst schaars zijn, zou de overheid in de eerste plaats projecten moeten steunen die zorgvuldig gekozen maatschappelijke doelen ondersteunen, waaronder tewerkstelling. Maar zeker ook de voor onze economie broodnodige transitie naar een duurzame kenniseconomie.
De door de Vlaamse regering voor het najaar aangekondigde werkgelegenheidsconferentie wordt een lakmoestest. Een budget van 22,5 miljoen euro zal in overleg met de sociale partners concreet worden vastgelegd.

Het engagement van de sociale partners aan de onderhandelingstafel zal vooral op de werkvloer moeten worden gerealiseerd, met name de uitbouw van duurzame tewerkstelling in een wijzigende economie. De werkgeversorganisaties krijgen zo een unieke kans om hun representativiteit te onderstrepen. 'Ondernemers' en 'werkgevers' zouden dan opnieuw synoniem worden.

Bart Van Malderen is Vlaams Volksvertegenwoordiger voor sp.a. Deze bijdrage verscheen op 27 november 2009 in ‘De Tijd’.

Bookmark and Share