partij
sp.a Nationaal
Grasmarkt 105/37
1000 Brussel [plan]
Als u op zoek bent naar de contactgegevens van de provinciale secretariaten, klik dan hieronder op 'meer'.
meertrefwoorden
Industriële Revolutie
De Industriële Revolutie is een bijzonder belangrijke overgangsperiode, die rond het midden van de 18e eeuw haar intrede deed in Groot-Brittannië en van daaruit doorheen de 19e eeuw uitwaaierde over Europa en de Verenigde Staten. De ontwikkeling en verspreiding van stoommachines speelde hierbij een grote rol.
De overgang van kleinschalige handenarbeid naar geautomatiseerde, grootschalige productie van goederen staat centraal tijdens de Industriële Revolutie. De landbouwproductie, de belangrijkste motor voor demografische ontwikkeling, was in de loop van de 17e eeuw toegenomen door een meer wetenschappelijke benadering van de teelten en aangepaste productiemethodes. Dit zorgde voor een bevolkingstoename én voor het vrijkomen van arbeidskrachten. Door een eerste, voorzichtige machinatie, op basis van door paarden aangedreven machines, waren namelijk minder landarbeiders nodig.
Het gebruik van stoommachines, die in de tweede helft van de 18e eeuw geoptimaliseerd waren, zorgde voor snelle ontwikkeling van de mijnbouw (verwerving van grondstoffen) en voor een toename van de productie (verwerking van grondstoffen). De toename in productie betekende en daling van de prijzen, waardoor steeds meer mensen toegang hadden tot een steeds uitgebreider gamma aan goederen. Dit zorgde voor een verhoogde consumptie, wat op zijn beurt weer leidde tot een nog hogere productie. De combinatie van deze factoren vormde de katalysator voor de Industriële Revolutie, die als snel vanuit Groot-Brittannië overwaaide naar het Europese vasteland, waar België in 1798 het eerste geïndustrialiseerde land werd.
Kleine dorpen en steden veranderden in industriële centra. De plattelandsbevolking, die deels werkloos was geworden door de invoering van machines in de landbouw, zakte af naar de nieuwe industriestadjes op zoek naar een werk en een beter leven. Werk werd wel gevonden, maar een beter leven zat er voorlopig niet in. De omstandigheden waarin deze nieuwbakken industriearbeiders terecht kwamen waren mensonterend. Kleine, ongezonde beluiken in de schaduw van de fabrieken, werkdagen van 14 uur en langer, hongerlonen. Wie ziek werd of gewond raakte stond meteen op straat: er waren kandidaten genoeg om zijn of haar plaats in te nemen. De gemiddelde levensverwachting was laag, de kindersterfte hoog. De rijke elite zag over het algemeen geen graten in de manier waarop hun arbeiders moesten leven: dit was nu eenmaal de prijs die moest betaald worden voor hun succes. In deze omstandigheden onstond de kiem van het eerste arbeidersverzet en het socialisme.
Edward Anseele
Edward Anseele werd geboren in 1856 te Gent. Zijn familie, die eerder behoorde tot de kleine burgerij dan tot de arbeidersklasse, was actief in de jonge sociale beweging. Ook Anseele zelf nam deel aan de socialistische activiteiten: in 1877 was hij één van de bezielers van het socialistische congres in Gent.
Als opsteller en letterzetter was hij nauw betrokken bij het weekblad De Volkswil, dat in 1884 zou uitgroeien tot het dagblad Vooruit. Daarnaast werkte hij ook mee aan de oprichting van de in 1880 gestichte cooperatieve bakkerij Vooruit. Deze bakkerij vormde de basis voor een hele reeks cooperatieve ondernemingen, die na verloop van tijd een omvangrijk socialistisch industrieel imperium zouden vormen.
Anseele was raadslid, schepen en waarnemend burgemeester in Gent, en volksvertegenwoordiger. Tussen 1918 en 1921 was hij minister van Openbare Werken, tussen 1925 en 1927 was hij minister van Spoorwegen en PTT. In 1930 werd hij Minister van Staat.


actieplatformmijn sp.a

