partij
sp.a Nationaal
Grasmarkt 105/37
1000 Brussel [plan]
Als u op zoek bent naar de contactgegevens van de provinciale secretariaten, klik dan hieronder op 'meer'.
meeruw gezin uit ons programma
sp.a is de partij van de kinderen. Zij zijn onze toekomst. We geven hen dus alle kansen.
In de Vlaamse regering hebben we voor een aantal trendbreuken gezorgd. Niet het minst op vlak van onderwijs en gezinsbeleid. Maar ook op het vlak van kinderopvang heeft sp.a voor een kentering gezorgd. We hebben de eerste stappen gezet naar betaalbare en kwaliteitsvolle kinderopvang voor iedereen.
Op die weg gaan we verder. We zorgen voor:
- Meer kinderopvang
- Meer zorg in de kleuterklas
- De strijd tegen kinderarmoede
- Een betere bescherming van de gezondheid van onze kinderen
- Een veiliger verkeer voor kinderen
- Een goede combinatie van werken en tijd voor het gezin
- Beter onderwijs waarin iedereen de kansen heeft
(Vlaams verkiezingsprogramma, 2009)
tijd voor uw job, tijd voor uw kinderen
Tijd hebben voor kinderen, werk en gezin combineren, goede kinderopvang, de administratieve praktijk aanpassen aan nieuwe gezinsvormen en zorgen dat kinderen niet in armoede opgroeien. Dat zijn, kort samengevat, de uitdagingen die wij willen aanpakken. Het zijn voor ons geen nieuwe uitdagingen, maar het belang van het gezin in de samenleving vergt extra aandacht. Want dagdagelijks geluk is een basisrecht.
Vandaag hebben vrouwen 15 weken zwangerschapsverlof en mannen 10 dagen vaderschapsverlof. Daarnaast hebben zowel de vader als de moeder van een kind recht op 3 maanden ouderschapsverlof. Zij kunnen dat opnemen tot het kind 18 jaar is. Wij hebben een wetsvoorstel ingediend om dat recht drastisch uit te breiden. De periodes van het ouderschapsverlof worden daarin verhoogd tot 6 maanden ouderschapsverlof als de arbeidsprestaties volledig worden geschorst, 12 maanden indien de prestaties halftijds worden verminderd en 30 maanden als ze met één vijfde worden verminderd. Die periodes worden verdubbeld indien het kind slechts één wettelijke ouder heeft. Adoptieouders moeten het adoptieverlof kunnen opnemen voordat hun kind juridisch bij hen is ingeschreven. Die tijd kunnen ze gebruiken om alle mogelijke regelingen te treffen. Ook daarvoor hebben wij een wetsvoorstel.
wat doen we voor adoptieouders?
Wie een kindje uit het buitenland wil adopteren, staat niet enkel voor een lange procedure, maar ook voor een hoge rekening. In de meeste gevallen schommelt die kost tussen de 10.000 en de 15.000 euro. Adoptie lijkt daardoor een recht van zij die het kunnen betalen. Alle Belgische adoptiekosten moeten we neutraliseren. Die kosten schommelen tussen 800 en 1.800 euro. Daarboven moet er een overheidspremie van 2.500 euro komen om kandidaat-adoptieouders te ondersteunen. Er zijn grote gebreken in de huidige aanpak van de interlandelijke adoptie in Vlaanderen. Het gevolg: onaanvaardbaar lange wachttijden. Tegenover die wachtlijsten staat de hoge nood aan adopties in heel wat landen, waar de leefsituatie van een aantal kinderen bijzonder schrijnend is en de vraag naar adoptieouders groot. Wij willen dat een Vlaams Centrum voor Adoptie wordt opgericht, dat een garantie vormt voor de uitbouw van adoptie in Vlaanderen tot een volwaardige professionele zorgvorm. Het centrum neemt ook het maatschappelijk onderzoek van de kandidaat-ouders op zich. De taken van het huidige Steunpunt Nazorg worden eveneens overgeheveld naar het centrum.
hoe zorgen we voor meer kinderopvang?
Kinderopvang is voor sp.a geen luxe, maar een afdwingbaar recht voor alle ouders. Het kan dus niet dat ouders geen opvang vinden voor hun kinderen, of die opvang niet kunnen betalen. Daarom hebben we gezorgd voor 18.000 extra plaatsen in de voorschoolse kinderopvang. Maar de wachtlijsten moeten volledig weg. Aan wie geen kinderopvang vindt binnen drie maanden, betaalt de overheid een compensatie. We willen 25.000 extra plaatsen in de kinderopvang. Er komen niet alleen opvangplekken in de buurt waar de kinderen wonen. Soms is het aangewezen dat er ook opvang is in de buurt waar de ouder werkt. Daarom kunnen we bedrijven aanmoedigen om mee te investeren in crèches. De stationsomgeving vormt ook een uitstekend plek voor kinderopvang. De zogenaamde pendelcrèches mogen er echt komen.
hoe zorgen we voor betaalbare kinderopvang?
Sinds 16 februari 2009 kunnen zelfstandige kinderopvangcentra ouders een bijdrage laten betalen die afhangt van hun inkomen. In ruil krijgen de centra die hiervoor kiezen, subsidies. We willen dat ouders niet betalen wanneer hun kindje ziek is. Kathleen Van Brempt heeft als toenmalig bevoegd minister ook de mogelijkheden voor tijdelijke opvang gevoelig uitgebreid.
hoe voorkomen we dat éénoudergezinnen arm worden?
Er zijn 600.000 éénoudergezinnen in ons land. Zij lopen meer risico om in de armoede terecht te komen. De beste manier om armoede te bestrijden is te zorgen voor werk. Natuurlijk moet dit werk combineerbaar zijn met het gezinsleven. Daarom willen we voorzien in specifieke begeleiding en omkadering door ‘jobcoaches’ van de regionale arbeidsbemiddelingsdiensten. Die moeten de alleenstaande ouder begeleiden tijdens de zoektocht naar werk en daarbij bijzondere aandacht besteden aan de nabijheid van de job, een job die combineerbaar is met het gezin en de mogelijkheden voor kinderopvang. Gratis kinderopvang moet beschikbaar zijn gedurende een ruime tijd voor alleenstaande ouders die opnieuw aan de slag gaan of een opleiding volgen. Daarnaast hebben wij een wetsvoorstel ingediend dat aan alleenstaande ouders een bijkomende belastingvoordeel geeft. Wij willen dat voortaan het enige of eerste kind van een effectief alleenstaande ouder, fiscaal hetzelfde wordt behandeld als een ‘partner’ zonder eigen inkomen.
hoe ondersteunen we arme gezinnen?
Door op verschillende domeinen te werken. Kinderen en jongeren tot 18 jaar moeten bijvoorbeeld één keer per jaar gratis naar de dokter kunnen gaan. Want, voor een groep mensen met kinderen, die het lastig hebben om aan het einde van de maand rond te komen, is doktersbezoek nu een financiële last. We willen evenzeer meer financiële steun bieden voor gezinnen met een bescheiden inkomen. De nieuwe regeling omtrent studie- en schooltoelagen zorgt ervoor dat ongeveer een kwart van de gezinnen kunnen rekenen op financiële steun. Voortaan garanderen we gezinnen met een bescheiden inkomen dat we hun kinderen financieel steunen van in de kleuterklas tot in het hoger onderwijs. Dat moet een geruststelling en een stimulans zijn. De 273.00 leerlingen, die sinds 2008 een studietoelage krijgen, zijn de kinderen van het armste kwart van de Vlaamse gezinnen.
wat doen we voor nieuw samengestelde gezinnen?
Nieuwe gezinsvormen zorgen voor nieuwe behoeften. Wanneer mensen uit elkaar gaan, blijft vaak één van beiden in de woning die gezamenlijk aangekocht was. De partner die het huis behoudt, moet over veel middelen beschikken om de lening, notariskosten en administratiekosten alleen af te betalen. Wij willen deze kosten beperken. Als de nieuwe enige eigenaar van een woning ook één van de oude eigenaars is en het de enige woonst is, schaffen we alle registratierechten, wederbeleggingsvergoedingen en erelonen voor de notaris af en beperken we de dossierkosten van de bank en de notaris tot een vastgelegd maximum. Bovendien willen we dat het makkelijker wordt om, in deze gevallen, beroep te doen op een goedkope sociale lening. Beide ouders moeten, wanneer ze uit elkaar gaan, ook goede afspraken maken over het onderhoudsgeld voor de kinderen. Bij alle vonnissen over het onderhoudsgeld willen we automatisch een doorlopende opdracht regelen. De praktijk leert dat veel ouders het alimentatiegeld van hun ex-partner niet krijgen. De oprichting van de Dienst Alimentatievorderingen in 2005 was een lovenswaardig initiatief. Maar het kan beter. De basisinkomensgrens van 1052 euro per maand die nu van toepassing is om een voorschot te kunnen krijgen, moeten we naar 2000 euro brengen. Scholen, maar ook jeugdbewegingen, speelpleinen en organisaties die opvang organiseren tijdens vakanties, moeten rekening houden met nieuw samengestelde gezinnen. Als de school een briefje voor de ouders, bijvoorbeeld over uitstappen of schoolfoto’s, meegeeft, kunnen ze dat in nieuw samengestelde gezinnen gewoon dubbel meegeven of kunnen ze een heen-en-weerschriftje invoeren. Zo blijft iedereen op de hoogte.
onderwijs voor elk talent
sp.a laat elk talent schitteren. Vooral dat van jongeren. Want zij zullen, binnen enkele jaren, bepalenhoe onze samenleving eruit ziet. En we willen hen alle kansen bieden om dat vooral op hun manier te doen. Op school en daarbuiten. sp.a zet in op jongeren. Want investeren in jongeren is investeren in de toekomst van iedereen. Daarom zetten we in op:
- Brede scholen, die ingebed zijn in uw wijk
- Onderwijs voor iedereen
- Meer inspraak in het lager onderwijs
- Inclusief buitengewoon onderwijs
- Een nieuwe structuur voor het secundair onderwijs, die meer aandacht heeft voor ieders talenten
- Jongeren naar werk begeleiden van op de schoolbanken
- Meer openbaar vervoer naar school
- Meer sport, cultuur en spelen binnen en buiten de schooluren
(Vlaams verkiezingsprogramma, 2009)
hoe moet het onderwijs er morgen uitzien?
Iedereen moet zo goed mogelijk zijn talenten kunnen ontwikkelen en ontplooien én wel zo vroeg en volledig mogelijk. Dat betekent een inschrijvingsplicht vanaf vier jaar in kleine kleuterklasjes. Een gratis en brede basisvorming waarin leerlingen inspraak hebben en ouders maximaal betrokken worden, bij voorkeur tot 14 jaar. Een sterk en aangepast secundair onderwijs waarin iedereen zijn basisvaardigheden behaalt en niemand uit de boot valt; een degelijk en uitgebouwd netwerk van centra voor volwassenonderwijs, een brede toegang tot een gerationaliseerd hoger onderwijs, dat meespeelt in de Europese onderwijsruimte.
hoe besparen scholen op energie?
Er moeten absoluut extra middelen komen voor de energievriendelijke renovatie van bestaande schoolgebouwen. Verouderde gebouwen zijn immers energievreters. Bovendien kunnen we de jongeren energievriendelijk leren leven. De school kan daarin het goede voorbeeld geven. Deze renovatie creëert ook werk en jobs. We willen dan ook scholen ombouwen naar scholen van de toekomst: energiezuinig, aantrekkelijk, open, duurzaam, multifunctioneel. We willen nieuwe (passief) scholen waar dit nodig is, en op termijn alle scholen aanpassen aan personen met een handicap.
zijn leerkrachten klaar voor morgen?
Om de kwaliteit van ons onderwijs te behouden, is het belangrijk dat een goede opleiding toekomstige leerkrachten motiveert en goed voorbereidt. Verhoogde praktijkervaring is hiervoor erg belangrijk, maar ook bijkomende aandacht voor taalvaardigheid en informatie- en communicatietechnologie. Jonge leerkrachten worden begeleid door mentoren en iedere leerkracht kan rekenen op uitstekende nascholing en bijkomende vorming.
voor wie is het Hoger beroepsonderwijs bedoeld?
Wie na het secundair onderwijs verder wil studeren maar het hoger onderwijs te hoog gegrepen vindt, kan in de toekomst terecht in het Hoger beroepsonderwijs. Deze ontbrekende sport op de onderwijsladder garandeert jongeren een maximale talentontwikkeling en verhoogt – door de nauwe samenwerking met de sociale partners – de kansen op de arbeidsmarkt. Anderzijds is met deze trede ook de overstap naar het hoger onderwijs makkelijker gemaakt.
gezellig wonen voor elk gezin
Betaalbaar wonen. Daar liggen wij van wakker. Of je nu veel of weinig verdient, niemand hoeft zich wat ons betreft zorgen te maken over huur of hypotheek.
Te veel mensen die in aanmerking komen voor een sociale woning staan eerst jaren op een wachtlijst. Intussen betalen ze te veel voor hun woning of wonen ze in slechte omstandigheden. Maar ook voor gezinnen met een middeninkomen hebben we oplossingen klaar die wonen goedkoper maken. Het uitgangspunt is dat niemand meer dan 25 procent van zijn inkomen mag besteden aan een dak boven zijn hoofd. We zullen de bouw van extra sociale koop- en huurwoningen de komende jaren dan ook voortzetten.
Ondanks die grote inspanningen, staan er nog altijd mensen in de kou die recht hebben op een sociale woning. Met huursubsidies kunnen we deze mensen toch helpen. Een huursubsidie dekt het verschil tussen de huurprijs op de markt en de inkomensgerelateerde sociale huurprijs.
Een belangrijk onderdeel van de woonkosten zijn de gas en de stroom. We zetten radicaal in op andere, energiezuinigere manieren van bouwen en wonen. Investeren in energiezuinige woningen is goed voor de bouwsector, een van de motoren van onze economie. En we betalen deze investeringen niet met een algemene btw-verlaging, maar met gerichte, tijdelijke premies. Zo kunnen mensen meer bouwen en meer investeren in isolatie en renovatie.
hoe helpen huursubsidies?
Op basis van hun inkomen komen ongeveer 180.000 huishoudens, die nu huren op de private huurmarkt, in aanmerking voor een sociale woning. Ondanks een inhaaloperatie in de sociale woningbouw, kunnen we niet iedereen meteen een sociale woning aanbieden. Daarom zijn er huursubsidies.
De subsidie dekt het verschil tussen een eerlijke huurprijs op de markt en een inkomensgerelateerde sociale huurprijs. We zien hier een nieuwe rol weggelegd voor de Sociaal Verhuurkantoren. Zij kunnen erop toezien dat de huurprijzen van woningen eerlijk blijven.
kiezen we voor sociale of private woningen?
Voor beide. Alsof de keuze voor meer eigen woningen de sociale huisvesting in de weg staat. Alsof de situatie van de huurder van een privé-woning ons niet langer ter harte gaat. We pleiten voor maatregelen naar huurders én eigenaars. Zorg er daarom voor dat mensen een eigen huis kunnen aanschaffen.
We hebben twee jaar strijd gevoerd in de Vlaamse regering om de steden en gemeenten te verplichten om 43.000 huur- en 21.000 koopwoningen te bouwen. Maar zelfs dat is niet genoeg om alle mensen van een degelijke woning te voorzien. Dus helpen we ook die huurders om op de gewone markt een degelijke en betaalbare woning te vinden. Wij willen dat meer betaalbare koopwoningen op de markt gebracht worden. Daarnaast moeten de bouw van bijkomende sociale huurwoningen en huursubsidies ervoor zorgen dat betaalbaar en kwalitatief wonen voor iedereen bereikbaar wordt.
waarom vinden we passiefhuizen zo belangrijk?
Er is een meerkost van gemiddeld 7 à 12 procent aan de bouw van een passiefhuis verbonden. Wij willen deze meerkost subsidiëren. De sector van de passiefhuizenbouw staat in ons land nog maar in haar kinderschoenen. We willen dat het eerste jaar 0,25 procent van de nieuwbouwwoningen passiefhuizen zijn. Elk jaar moet het aandeel aan passiefhuizen verdubbelen.
Passiefhuizen zijn zo goed geïsoleerd dat je ze volledig kunt verwarmen met zon, warmteverliezen van elektrische apparaten, warmterecuperatie op de ventilatie en zelfs met de lichaamswarmte van de bewoners. Er komen dus geen radiatoren of andere verwarmingstoestellen meer aan te pas. Het energieverbruik voor verwarming ligt tot 90 procent lager. Dat zorgt meteen voor een lagere CO2-uitstoot en een lagere energiekost, die hoogstens 120 euro per jaar bedraagt.



actieplatformmijn sp.a
