partij
sp.a Nationaal
Grasmarkt 105/37
1000 Brussel [plan]
Als u op zoek bent naar de contactgegevens van de provinciale secretariaten, klik dan hieronder op 'meer'.
meeruw medemens uit ons programma
Wij vertrekken vanuit een aantal ethische basiswaarden. Die basiswaarden zijn vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Het individu is vrij om eigen keuzes te maken en het eigen leven te bepalen.
Daarnaast gaan we uit van de gelijkwaardigheid van de mensen en een solidaire samenleving.
Wij erkennen het belang van de keuzevrijheid en de ontplooiingsmogelijkheden van het individu. Maar de vrijheid van de ene mag niet ten koste gaan van de vrijheid van de andere. Om dit te realiseren zijn gelijkheid en solidariteit onmisbaar. Vrijheid, gelijkheid en solidariteit zijn als waarden evenwaardig en onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Het ethisch debat is belangrijk. Het geeft immers de grenzen aan van het aanvaardbare. Wetenschap en technologie maken dingen mogelijk maar zijn deze ook ethisch aanvaardbaar? Denk maar aan de ethische en sociale discussie over het recht op voortplanting, het recht op een gezond kind en het recht op euthanasie.
gelijke kansen
Een eerlijke samenleving biedt aan iedereen gelijke kansen en gaat uit van een actief en dynamisch pluralisme. Het houdt rekening met verschillen tussen mensen en maakt deze bespreekbaar zonder dat dit een basis vormt tot uitsluiting.
De samenleving die wij voor ogen hebben, is een samenleving met inzet van en voor iedereen. We koesteren de vrijheid, de waardigheid en het welzijn van iedereen. Het recht op werk, wonen, gezondheid en onderwijs, zonder discriminatie, vormen de hoekstenen van deze samenleving. Een meer gelijke samenleving leidt tot een groter welzijn en welvaart voor iedereen.
Uitsluiting is onaanvaardbaar. Tegelijk verwachten we dat iedereen hun deel van de verantwoordelijkheid neemt. Gedeelde verantwoordelijkheid is een dubbelverhaal: een verhaal van kansen krijgen, en die kansen ook grijpen. Integratie is een belangrijk gegeven maar de samenleving moeten ook openstaan tot het opnemen van die groep. Anderzijds, draagt de groep ook zelf de verantwoordelijkheid open te staan voor emancipatie en het aanvaarden van de normen van de bredere maatschappij. Wij willen dan ook op alle levensdomeinen de voorwaarden scheppen die ervoor zorgen dat kansengroepen op evenredige en gelijke wijze participeren. Dit door enerzijds de evenredige participatie te stimuleren, maar anderzijds discriminatie te bestrijden. Meer participatie vereist emancipatie en integratie.
wat is het gelijkekansenbeleid?
Via het gelijkekansenbeleid maken we feitelijke ongelijkheden in de samenleving zichtbaar en bespreekbaar, bevorderen we gelijkheid en gelijkwaardigheid en voorkomen we nieuwe ongelijkheden.
Op dit ogenblik participeert geen enkele kansengroep op evenredige of op gelijke wijze aan alle levenssferen. Begrijpen hoe geslacht het leven van vrouwen en mannen beïnvloedt, of hoe je afkomst, je seksuele oriëntatie, je leeftijd of je beperkingen je leven beïnvloeden, vereist een goed inzicht in de werking van uitsluitingmechanismen. Welke vormen van uitsluiting voor welke kansengroep prioritair zijn, verschillen van kansengroep tot kansengroep. Een gerichte aanpak is dus nodig. Deze vinden we terug in het gelijkekansenbeleid.
waarom pleiten wij voor één bevoegde minister?
Nu is het beleid voor kansengroepen verspreid over verschillende ministers. Dat is niet logisch. Daarom willen we één minister bevoegd maken voor het gelijkekansenbeleid voor alle kansengroepen: een Vlaamse minister van Gelijke Kansen en Diversiteit. Dit kan door de bevoegdheden gelijke kansen en inburgering en integratie bij elkaar te voegen. De minister van Gelijke kansen en Diversiteit heeft een coördinerende rol. De minister ondersteunt de collega-ministers bij het nemen van gelijke kansen bevorderende beleidsinitiatieven.
hoe brengen we het gelijkekansenbeleid in kaart?
Voor een gericht gelijkekansenbeleid is kennis over de kansengroepen belangrijk. Op welke wijze worden deze groepen uitgesloten uit de samenleving? Binnen welke sectoren en op welke manier krijgen ze te maken met discriminatie? Welke initiatieven heffen deze uitsluitingmechanismen daadwerkelijk op? Hoe kunnen we mensen aanzetten tot participatie? Om een antwoord te vormen op deze vragen investeren we in kennis over de kansengroepen en zorgen we voor de verspreiding ervan. We maken werk van een nieuw expertise- en documentatiecentrum voor alle kansengroepen en breiden de werking van het Steunpunt Gelijkekansenbeleid uit tot alle kansengroepen.
Er komt zo snel mogelijk een samenwerkingsakkoord tussen de overheden in België om het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding om te vormen tot een sterke interfederale instelling die als onafhankelijk orgaan kan optreden. Idem voor het Instituut van Gelijkheid van Vrouwen en Mannen.
We gaan verder met de screening van de Vlaamse regelgeving zodat bestaande discriminaties opgespoord en weggewerkt worden. De meldpunten voor discriminatie krijgen voldoende middelen voor het uitvoeren van hun opdrachten en we bouwen ze verder uit.
De bestaande Inspectie- of controlediensten binnen de verschillende beleidsdomeinen worden ingeschakeld bij het bestrijden van discriminatie. Zo bijvoorbeeld, speelt de sociale inspectie binnen de domeinen ‘Wonen’ en ‘Werk’ een belangrijke rol bij het rapporteren en voorkomen van discriminatie.
hoe draagt de overheid bij tot het gelijkekansenbeleid?
De overheid is een belangrijke werkgever. Desondanks zijn personen die tot etnisch-culturele minderheden behoren en personen met een handicap er, binnen alle domeinen, ondervertegenwoordigd. Vrouwen zijn nog altijd ondervertegenwoordigd binnen de groep leidinggevenden van de overheid.
Meer personen uit de kansengroepen kunnen aan de slag bij de overheid en bij de gemeente- en provinciebesturen. Tegen het einde van de volgende legislatuur willen we dat de kansengroepen procentueel even sterk vertegenwoordigd zijn.
Wij verhogen de minimale aanwezigheid van beide geslachten in Vlaamse advies- en bestuursorganen tot 40 procent. We garanderen de aanwezigheid van beide geslachten in bestuursraden en in de directiecomités.
We onderzoeken hoe we de aanwezigheid van andere kansengroepen in Vlaamse advies- en bestuursorganen kunnen garanderen. De overheid speelt een belangrijke rol bij het aanmoedigen van bedrijven om werk te maken van een gelijkekansenbeleid binnen de organisatie. Zo kan de overheid de voorkeur geven aan bedrijven met een duidelijk gelijkekansenbeleid bij het sluiten van contracten.
welke concrete acties voeren we rond gender?
Er is nog steeds geen maatschappelijke gelijkheid tussen vrouwen en mannen. Deze ongelijkheid manifesteert zich uitdrukkelijk binnen het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Zowel de studiekeuzes als de loopbaan hebben een grote impact op de levensloop.
Zo hebben slechts weinig vrouwen leidinggevende functies in de politieke en bedrijfswereld. Om die reden zetten we ons in voor een gelijkwaardige politieke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in alle beslissingsorganen. Via een wetsvoorstel pakken we de samenstelling van Raden van Bestuur aan. Het wetsvoorstel bepaalt dat één derde van de leden van de Raad van Bestuur van het andere geslacht is. We leggen deze quota op, want anders blijven de Raden van Bestuur in ons land ook in de toekomst een mannenwereld. Dat zou jammer zijn, want diversiteit zorgt ervoor dat beslissingen van ondernemingen meer aansluiten bij de noden en verwachtingen van de samenleving. Ook gelijk loon voor gelijk werk blijft een basisprincipe. We ondersteunen initiatieven zoals ‘Equal pay day’.
hoe zien wij de herverdeling van zorg?
Door het herverdelen van zorg maken we niet alleen het recht van papa’s om voor hun kind(eren) te zorgen concreet. We zorgen tegelijkertijd voor meer kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt. We trekken het ouderschapsverlof voor mannen en vrouwen op naar de hoogst geldende standaard in Europa.
hoe pakken wij geweld en uitbuiting aan?
Intrafamiliaal geweld kan niet door de beugel en verdient een grondige aanpak. We zetten daarbij zoveel mogelijk en zo vroeg mogelijk in op preventie. Daarnaast hebben we ook extra aandacht voor de specifieke situatie van allochtone vrouwen.
Mensenhandel en seksuele uitbuiting pakken we op Europees niveau aan via een doorgedreven samenwerking tussen politie en justitie.
hoe gaan wij om met beeldvorming en stereotypering?
Op welke wijze en in welke rol komen mannen en vrouwen, personen met een handicap, etnischculturele minderheden en holebi´s in beeld? De wijze waarop kan rollen bevestigen of doorbreken. Wij kiezen voor het laatste en gaan voor een genuanceerde en niet-stereotyperende beeldvorming van de kansengroepen.
Zo vormen de personen met een handicap in de media een eerder onzichtbare groep, terwijl het toch een aanzienlijke groep is. Brengt men deze groep dan toch in beeld dan is dit vaak op een heel stereotype wijze. De nadruk ligt te vaak op de handicap en niet op de persoon zelf. Etnischculturele groeperingen komen dan weer al te vaak op een negatieve wijze in beeld. Hun anders-zijn wordt benadrukt, problematische situaties krijgen proportioneel meer aandacht. In deze zaken brengen we verandering.
welke concrete acties voeren we rond personen met een handicap?
Een duidelijk en actief gelijkekansenbeleid voor personen met een handicap is nodig. Wij streven naar een volwaardige participatie binnen het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Voor personen met een handicap betekent dit heel concreet de deelname aan het reguliere onderwijs en de reguliere arbeidsmarkt, in plaats van de aparte circuits waarin zij nu nog vaak circuleren.
We voeren een doorgedreven en vooral integraal toegankelijkheidsbeleid. Bestaande openbare gebouwen maken we toegankelijk(er). Nieuwe gebouwen worden toegankelijk ontworpen en gebouwd. We gaan daarbij uit van de ontwerpfilosofie ‘ontwerpen voor iedereen’ (‘Universal design’).
De beeldvorming van personen met een handicap, in de media, in de omgang en bij de overheid dient aangepakt. Deze doelgroep is eerder onzichtbaar, terwijl het toch een aanzienlijke groep betreft. Als de groep toch in beeld wordt gebracht, dan is dit vaak op een heel stereotype wijze. De nadruk ligt te vaak op de handicap en niet op de persoon zelf. Hier brengen we verandering in.
hoe zorgen we voor meer integrale toegankelijkheid?
Een toegankelijke samenleving is een van de sleutels voor een actieve en autonome participatie van mensen met een handicap aan het socio-economische leven. Maar ook in het licht van de toenemende vergrijzing is het belangrijk om versterkt in te zetten op een toegankelijke leefomgeving. Dit laat ouderen toe om zo lang en zo kwalitatief mogelijk gebruik te maken van de publieke ruimte. Een toegankelijke leefomgeving kan de individuele zorgvraag vermijden of uitstellen.
Publieke gebouwen worden maximaal toegankelijk gemaakt. Ook bij de realisatie van gebouwen met hulp van subsidiemiddelen verwachten we extra inspanningen. Overheidsgebouwen en gesubsidieerde publieke gebouwen vervullen zo een voorbeeldfunctie op het vlak van Integrale Toegankelijkheid.
Mondelinge, schriftelijke, audiovisuele of digitale publieke informatie maken we voor iedereen leesbaar en verstaanbaar. Ook websites kunnen integraal toegankelijk gemaakt worden.
welke concrete acties voeren we rond seksuele identiteit?
België en Vlaanderen zijn, op juridisch vlak, progressief wat betreft de erkenning en behandeling van holebi´s. Ook de maatschappelijke aanvaarding van holebi´s is tijdens de afgelopen decennia aanzienlijk gegroeid. Toch worden deze personen nog altijd geconfronteerd met discriminatie en structurele belemmeringen. Verdere actie tegen discriminatie en voor gelijke kansen blijft nodig.
Het gaat hier vaak over een onzichtbare groep. Vele holebi’s voelen zich onzeker en uitgesloten. Voor de groep allochtone holebi’s is dit isolement vaak nog groter. Voor hen zijn gerichte acties nodig. Per provincie zorgen we voor een erkend holebi-huis, waar holebi’s en holebi-verenigingen hun plek vinden.
We brengen uitsluitingmechanismen aan het licht, we versterken de sociale positie en nuanceren de beeldvorming van holebi´s en transgenders. We besteden extra aandacht aan het welbevinden van deze groep. Bijzondere aandacht gaat naar de biseksuelen en transgenders.
Transseksuele personen kampen met een heel specifieke problematiek. Zij bevinden zich in een bijzonder kwetsbare positie. Zo zien we dat bij deze groep de werkloosheidscijfers erg hoog zijn, net als de zelfmoordcijfers en de gezondheidsproblemen. Dit verdient een gerichte aanpak.
Omdat bij de jonge holebi´s de depressie- en zelfmoordcijfers onrustwekkend hoog liggen, spelen het onderwijs en de welzijnssector een belangrijke rol in het bespreekbaar maken van het thema en het bieden van steun en informatie.
wat vinden wij van adoptie door holebi-ouders?
Hoe mensen samenleven is een privé keuze. Het is niet aan de wetgever om één bepaalde samenlevingsvorm, namelijk die van twee personen van gelijk geslacht, uit te sluiten van huwelijk of adoptie. Kinderen die opgroeien binnen een relatie tussen 2 vrouwen of 2 mannen kunnen minstens even gelukkig en geliefd zijn als kinderen die in andere relaties groot worden.
De wetgeving over adoptie door holebi´s is goed, maar in de praktijk blijft het vaak moeilijk voor holebi´s om te adopteren. Het draagvlak binnen België wordt weliswaar groter. Toch blijken in de praktijk adopties en vooral buitenlandse adopties zelden voor te komen.
We lossen de problemen rond het adoptieverlof voor holebi’s op en maken het mogelijk voor meemoeders om hun kindje te erkennen, net zoals papa’s dat kunnen. In de plaats van het vaderschapsverlof komt er een geslachtsneutraal ouderverlof. Zodat ook meemoeders aanspraak kunnen maken op tien dagen ouderschapsverlof ter gelegenheid van de geboorte van hun kind.
We hebben in eigen land goede wetten die een gelijke behandeling van holebi’s garanderen. We werken actief mee om deze gelijke behandeling ook ingang te doen vinden in landen waar deze rechten in verdrukking komen.
hoe staan wij tegenover racisme?
De aanwezigheid van racisme binnen onze samenleving leidt tot allerlei achterstellings- en uitsluitingmechanismen. Wij zijn tegen elke vorm van racisme op grond van nationaliteit, een zogenaamd ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming.
ethische vragen
Wij vertrekken vanuit een aantal ethische basiswaarden. Die basiswaarden zijn vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Het individu is vrij om eigen keuzes te maken en het eigen leven te bepalen.
Daarnaast gaan we uit van de gelijkwaardigheid van de mensen en een solidaire samenleving.
Wij erkennen het belang van de keuzevrijheid en de ontplooiingsmogelijkheden van het individu. Maar de vrijheid van de ene mag niet ten koste gaan van de vrijheid van de andere. Om dit te realiseren zijn gelijkheid en solidariteit onmisbaar. Vrijheid, gelijkheid en solidariteit zijn als waarden evenwaardig en onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Het ethisch debat is belangrijk. Het geeft immers de grenzen aan van het aanvaardbare. Wetenschap en technologie maken dingen mogelijk maar zijn deze ook ethisch aanvaardbaar? Denk maar aan de ethische en sociale discussie over het recht op voortplanting, het recht op een gezond kind en het recht op euthanasie.
wat is ons standpunt over euthanasie?
Het recht op leven is absoluut. Maar andersom moet niemand, zonder kans op beterschap, uitzichtloos lijden. We vertrekken vanuit een duidelijk principe. Iedereen heeft recht op een waardig levenseinde en het is de patiënt die daarover beslist.
Euthanasie kon vroeger wettelijk gezien niet. De arts besliste in ons land, willekeurig, over leven of dood. Een wettelijk kader was nodig. De wet van 28 mei 2002 kwam mede onder onze impuls tot stand. Deze wet betekende een enorme stap in de bescherming van de patiënt.
In de wet van 28 mei 2002 is een leeftijdsgrens ingebouwd op 18 jaar. Pijn en ziekte kennen echter geen leeftijdsgrenzen. Minderjarigen kunnen net zo mondig zijn als volwassenen. Daarom willen we de euthanasiewet uitbreiden naar minderjarigen. Ook voor hen moet een vrijwillig overwogen en goed omkaderd beslissingsrecht mogelijk zijn.
Ook voor dementerende personen dringt een aanpassing van de euthanasiewet zich op. De euthanasiewet geldt immers enkel voor personen die bij de aanvraag bij volle bewustzijn zijn. Een wilbeschikkinggeldt enkel voor iemand die in een onomkeerbare coma terechtkomt. De huidige wetgeving geldt dus niet voor wilsonbekwame dementerenden. Ook het opstellen van een wilsbeschikking wanneer deze mensen nog volledig zelfstandig kunnen beslissen, biedt geen oplossing. Wij brengen hierin verandering.
wat denken wij van abortus?
Abortus is sinds 1990 niet meer strafbaar in België. De huidige wet regelt duidelijk wanneer abortus wel of niet kan. De abortuswetgeving is goed. Wij zien dan ook geen heil in een strengere wetgeving. Abortus is een beslissing tussen de betrokken vrouw en de arts.
Vrouwen die ongewenst zwanger zijn en zich in een noodsituatie bevinden, kunnen we helpen en steunen in welke beslissing ze ook nemen. De keuze of het kind gewenst is of niet, ligt finaal bij de vrouw. Het gaat hier om een keuze die niet lichtzinnig genomen kan worden. Een keuze die ook niet opgelegd wordt door de wet. Het gaat hier over het recht van de vrouw om te beschikken over haar eigen lichaam en het recht op gezondheid en op medische zorg. Baas in eigen buik dus.
Wij ijveren voor meer wetenschappelijk onderzoek naar de psychische gevolgen van abortus. Dit kan bijdragen tot een betere zorg. Daarnaast zijn wij voorstanders van meer preventie, voor meer seksuele opvoeding en het gratis ter beschikking stellen van voorbehoedsmiddelen aan specifieke doelgroepen. Deze inspanningen dienen, in de eerste plaats, voor groepen die inzake preventie nog te weinig bereikt worden, zoals jongeren en allochtonen.
hoe staan wij tegenover draagmoederschap?
Er bestaat momenteel geen duidelijke wetgeving over het draagmoederschap. Daarom werken wij aan een wetgeving die draagmoederschap mogelijk maakt, ook voor homokoppels. Om moeilijkheden en onnodig lijden te vermijden, is er nood aan een waterdichte regelgeving rond draagmoederschap.
Draagmoeders en wensouders maken best een contract op bij de notaris waarin de vergoeding van de draagmoeder staat. Door de naam van de wensouders onmiddellijk bij de inschrijving van het kind op de geboorteakte te vermelden, vermijdt je betwisting over de juridische ouders.
Zo kan een draagmoeder het kind niet opeens aan iemand anders beloven of verkopen. Anderzijds kunnen de wensouders zich niet plots terugtrekken als bij de geboorte blijkt dat het kind een handicap heeft. Deze regeling geldt enkel voor Belgen. Een regeling over draagmoederschap binnen de eigen wetgeving is al complex genoeg. Het is niet verstandig om het buitenland erbij te betrekken.
hoe kijken we naar onderzoek op stamcellen?
Stamcelonderzoek biedt hoopvolle perspectieven voor de transplantatiegeneeskunde. Om de medische mogelijkheden op punt te stellen, is er nog heel wat embryo-onderzoek vereist. Het aanmaken en het gebruiken van embryo´s voor onderzoek is evenwel ethisch omstreden.
Wij hebben een open wetgeving op het vlak van stamcelonderzoek. In België wordt naast het onderzoek op stamcellen van embryo´s ook het therapeutisch klonen toegelaten.
Wij vinden ethisch verantwoord medisch-wetenschappelijk stamcelonderzoek aanvaardbaar. Een voorwaarde is dan wel dat het onderzoek aan een degelijke controle en reglementering onderworpen is.


actieplatformmijn sp.a

