1 mei 2018, 6u30. Opstaan, de slaap uit mijn ogen wrijven na mijn meiavond bezoek aan Zingem en Zottegem en voor mijzelf en de kids een stevig ontbijt voorzien. Luidop nog eens de eerste zinnen van mijn toespraak declameren terwijl ik mij aankleed. Als ik die kan opzeggen komt de rest wel vanzelf, uit het hart. Miro, mijn zoon van acht, twijfelt daar toch aan. "Toe, vertel maar eens wat je op het sossenfeest gaat zeggen"... En dat doe ik. Hij is gerust gesteld en daardoor ben ik het op een vreemde manier ook. Nog snel een kus voor het gezin en dan ben ik weg.


Ter plekke is er gelukkig geen tijd om verder te piekeren. Zoals elk jaar is er nog enorm veel te doen en bijzonder weinig tijd: podium opbouwen, mensen groeten, vlaggen uitdelen, ... Nog snel een koffie drinken die ik door kameraden krijg aangeboden en dan is het zover. Na Didier en Pol, stap ik het podium op. En begin ik mijn speech.

Over een dolgedraaide wereld waarin we meer wegen en wagens hebben dan ooit tevoren, maar tegelijk nog nooit zo hebben stilgestaan. Over we gevochten hebben voor de 38 uren werkweek, maar deze door de files oploopt tot 50 uren weg van huis. Over stukjes groen voor spel en ontmoeting die worden verkaveld door projectontwikkelaars terwijl drie straten verder er leegstand en verkrotting is. Over hoe onze lokale handel ten onder gaat aan de strijd met de grote ketens op baanwinkels en over hoe je in die winkels producten koopt vanuit Azië en Amerika terwijl de lokale producenten van 3 kilometer verder hun producten niet verkocht krijgen.

Maar vooral ook een toespraak over hoe we hiermee kunnen breken en mensen opnieuw zekerheid kunnen geven. Een samenleving die werkt en niet enkel voor een beperkt aantal rijken, maar wel degelijk voor ons allemaal. Het kan als we gedurfde beslissingen nemen op elk niveau, ook dat van de provincie.

Ook op het niveau van de provincie die veel meer is dan de lege doos waarvoor ze door sommige versleten wordt.  De voorbije jaren bracht de provincie ons veilige fietspaden, bufferbekkens en fondsen om de handelskernen op te frissen en volkswijken te vergroenen. Die provincie gaan we nog harder laten draaien. De wielen van onze fietsen, de wieken van onze windmolens of de handel uit de korte keten. We laten het allemaal sneller draaien.


Mijn toespraak ging ook over de kracht van verbondenheid. Want dat is de manier waarop ik aan politiek wil doen. Niet boven, maar tussen de mensen. Niet met 10 m² affiches zoals andere partijen gewoon doen, maar door gesprek en actie. In de straten, op de werkvloer en ook op sociale media. Dat is de manier waarop we in het verleden het verschil hebben gemaakt en dat is de manier waarop ik het nu opnieuw wil doen.

Dat dit de goede weg is, werd bevestigd door de vele mensen die ik gedurende de dag heb mogen spreken. Mensen die ik nog nooit gezien heb, die spontaan op mij afstapten. Met vragen, met ideeën of eenvoudigweg met schouderklopjes. 


Na de feestnamiddag van Music Mayday waarop we ons podium schenken aan nieuw talent, keerde ik zoals altijd op 1 mei vol energie naar huis. Mijn dochter was al in bed maar mijn zoon was zijn boterham aan het eten in de zetel. Hij vertelde vol enthousiasme over het voetbaltoernooi waar hij met SK Ronse de 2de plaats had veroverd. Hoe hij ondanks een bloedneus en wat andere kwaaltjes bleef strijden. Hoe ze uiteindelijk samen het verschil hadden gemaakt, als een ploeg.


Dat het nu in de samenleving, de politiek of in de voetbal is: wat we samen doen, doen we beter.

Doen jullie mee?