Eerste mei! De lente heeft de langen loomen winter overwonnen! Het hart van den proletariër zwelt van hoop! Hij ontwaart reeds den stralenden dageraad!' Ik stootte onlangs op een oude 1 mei-affiche van de Belgische Werkliedenpartij (BWP) uit 1923. Een feestende meute in zondags kostuum, op de achtergrond de schoorstenen van de fabriek die voor een dag geen rook uitbliezen.

"Morgen staat er veel meer op het spel. Meer dan ooit eigenlijk, op een kantelpunt in onze geschiedenis"

De hoogdag is negentig jaar later nog altijd springlevend. Ik ken zeventigers en tachtigers die een 1 mei-pak hebben, een pak dat ze een keer per jaar dragen en dat meteen na de stoet weer stijfgestreken wordt en in de kast verdwijnt. Ik ken stokoude kameraden en gezellinnen die moeten uithijgen na elke stap, maar op 1 mei plots een paar kilometer mee opstappen in de stoet. Onze eigen socialistische variant van Jezus die de lamme weer deed lopen. Zo euforisch als mijn kameraden negentig jaar geleden word ik er nu ook weer niet van, maar ik ben erg vatbaar voor de romantiek van 1 mei. Kippenvel en een opwellende traan bij de internationale, kameraadschap die je nergens anders vindt. Het wordt een speciale eerste mei morgen. Ik stap al sinds mijn achttiende elk jaar mee op met mijn collega's van Ford. En bloc. Volgend jaar nog een keertje en daarna zijn we niet meer 'van Ford'. Daar komen we morgen voor op straat, om te garanderen dat we binnen twee jaar allemaal van ergens anders zijn. Want 1 mei is natuurlijk veel meer dan de folklore die sommigen er iets te gretig van maken. Op de Dag van de Arbeid vieren we als socialisten onze historische verwezenlijkingen, die - in alle bescheidenheid - redelijk indrukwekkend zijn. Maar we maken ook duidelijk aan iedereen die het moet zien en horen dat we niet aan die verwezenlijkingen laten raken. Er zijn jaren geweest dat we ons konden beperken tot het afslaan van de obligate aanval op de index. Morgen staat er veel meer op het spel. Meer dan ooit eigenlijk, op een kantelpunt in onze geschiedenis. Sommigen doen het uitschijnen alsof we moeten kiezen tussen een bloeiende economie of onze sociale welvaartsstaat. De crisis als excuus om een jarenoude verborgen agenda door te drukken. Alsof groei en jobs alleen maar mogelijk zijn als we hakken in onze sociale verworvenheden. Wij moeten tonen dat die keuze een valse keuze is, dat een sterke economie niet zonder een sterke welvaartsstaat kan. Dat is de inzet morgen. Zeker in Limburg, waar de sluiting van Ford Genk duidelijk maakte dat grote multinationals met een vingerknip tienduizend jobs schrappen. Zeker in Limburg, waar het sociaal drama bij Ford en de toeleveranciers duidelijk maakte dat arbeiders in ons land nog altijd b-werkkrachten zijn. Zeker in Limburg, waar we de grens met Duitsland maar moeten oversteken om te beseffen dat de achturenwerkdag en een fatsoenlijk loon naar werken nog altijd niet vanzelfsprekend zijn. Of beter: opnieuw niet vanzelfsprekend zijn. De crisis bestrijden, doe je niet door de klok honderd jaar terug te draaien. Niet met minder solidariteit, maar met meer solidariteit. Wie het niet van mij wil aannemen, moet het maar van Marc Coucke aannemen.

© 2013 De Persgroep Publishing