Gisteren vierden de vier regionale landschappen uit de provincie Antwerpen, namelijk Regionaal Landschap de Voorkempen, Kleine en Grote Nete, Rivierenland en Schelde-Durme, hun tiende verjaardag. Met sofababbels, presentaties & bij een lekkere verjaardagstaart en hapjes uit foodtrucks werd geklonken, teruggeblikt, maar ook en vooral vooruit gekeken naar hoe de regionale landschappen ook de komende jaren hun werk kunnen verder zetten. De regionale landschappen werken al 10 jaar aan natuur, landschap, recreatie en draagvlak in de Antwerpse landschappen. Ze doen dat voor en met verschillende partners en, sinds 2014, onder de vleugels van de provincie.

De middag startte met een inspirerend colloquium. Johan Van Den Bosch (Regionaal Landschap Kempen en Maasland), Tom Wezenbeek (Regionaal Landschap Schelde-Durme) en Els Nulens (Team Vlaams Bouwmeester) gaven hun visie op het landschap van de toekomst. Afwisselend waren er sofagesprekken met onder anderen gedeputeerde voor Natuur en Leefmilieu Rik Röttger, Kris Van Dijck (gemeente Dessel), Lieven De Schamphelaere (Natuurpunt), Evi Van Camp (Boerenbond) en Rudi Van Decraen (Hubertus Vereniging Vlaanderen).

Ontstaan Antwerpse regionale landschappen

Antwerpen was de laatste provincie die gestart is met de oprichting van regionale landschappen in Vlaanderen. Ines Van Limbergen, coördinator van Regionaal Landschap de Voorkempen, vertelt: “Het was deputé Jos Geuens die het initiatief nam voor de oprichting van de regionale landschappen in Antwerpen. In zijn opdracht werd een studie besteld om op verkenning te gaan bij andere regionale landschappen in Vlaanderen. Die studie werd in de praktijk omgezet door de oprichting van het eerste regionaal landschap in Antwerpen in 2008, Regionaal Landschap de Voorkempen.”

Ook in 2008 werden Regionaal Landschap Rivierenland en Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete opgericht. “Regionaal Landschap Schelde-Durme bestaat al langer dan 10 jaar, maar de uitbreiding richting provincie Antwerpen kwam pas later tot stand. Het Antwerpse deel, namelijk de Antwerpse gemeenten Puurs, Bornem, Zwijndrecht en Sint-Amands, bestaat nu ook 10 jaar.” licht Stijn Van Belleghem, coördinator van Regionaal Landschap Schelde-Durme, toe.


Indrukwekkend conto

Als er een ding bleek uit de boeiende lezingen en sofababbels tijdens het verjaardags-colloquium, dan wel dit: de regionale landschappen zijn op die tien jaar groot geworden. Ze zijn begonnen als kleine organisaties die veel ad hoc deden en vooral op vraag van gemeenten eerder uitvoerend werkten aan kleine biodiversiteitsprojecten.

Vandaag echter zijn de regionale landschappen uitgegroeid tot mature organisaties die bovenlokaal taken durven opnemen. Ankatrien Boulanger, coördinator van Regionaal Landschap Rivierenland, legt uit: “Als regionaal landschap leggen we de verschillende uitdagingen van een landschap samen, waarbij we met onze partners onderzoeken hoe we natuur en landschap kunnen versterken, verbinden en beter ontsluiten. Dat gebeurt in gebiedsgerichte projecten, projecten rond landschapszorg, natuurbehoud, educatie en landschapsrecreatie.”

Dat groeiproces spreekt ook in de cijfers boekdelen:

  • 245 leden in de Raden van Bestuur en Algemene Vergaderingen zorgen voor een permanent klankbord uit en over de open ruimte, een uniek fijnmazig contactennetwerk waarvan de waarvan niet kan onderschat worden. Daarnaast zetten

  • 33 personeelsleden zich enthousiast in voor meer en betere natuur en landschappen

  • duizenden bomen en struiken geplant

  • honderden kilometers trage wegen verkend en gefaciliteerd in hun planmatige openstelling

  • meer dan 1000 ha natuur en landschapsprojecten


Hoofd, hart en handen van het landschap

Het succes en de draagkracht van de regionale landschap wordt mede bepaald door de manier van werken. Bas Van der Veken, coördinator van Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete, licht toe: “Regionale landschappen vormen het hoofd, het hart en de handen van een landschap. Aan de ene kant willen we als regionaal landschap gaan voor kennis van zaken over een landschap (het hoofd): kennis van de lokale behoeften, van de historiek, van de biodiversiteit van een landschap in de brede zin. Aan de andere kant willen we ook verbondenheid creëren van inwoners met hun streek (het hart). Daartoe willen we de streekidentiteit versterken, zodat de bereidheid bij inwoners toeneemt om ook effectief iets te ondernemen voor het landschap waarin ze wonen. We doen dat door natuur en landschappelijk erfgoed fysiek en mentaal toegankelijk te maken. Tot slot steken we ook letterlijk de handen uit de mouwen in het landschap (de handen).”

Dat de regionale landschappen als echte bruggenbouwers te werk gaan is hun grote troef, vindt gedeputeerde voor Natuur en Leefmilieu, Rik Röttger. Ze zorgen voor kennisuitwisseling tussen verschillende betrokkenen, voor intersectoraal overleg op het terrein en voor draagvlakverbreding bij de burgers. Hij hoopt dat het partnerschap tussen provincie en regionale landschappen nog minstens 10 jaar verder mag bestaan: “In 2014 zijn de regionale landschappen naar de provincies overgegaan. We zijn op korte tijd een evident partnerschap geworden. Zorg voor natuur en landschap, beleefbare landschappen, ondersteunen van gemeenten, participatie en integratie. Het zit in onze beider genen. Ik hoop dan ook van harte dat we deze goede tandem beleid en praktijk voor ten minste de komende tien jaar kunnen laten verder trappen.”