De legerleiding vraagt met de regelmaat van de klok om bijkomende militaire voertuigen. Volgens sp.a-kamerlid David Geerts is die investering niet nodig, het huidige wagenpark lijkt groot genoeg. “Dertig procent van de militaire voertuigen staat in de garage voor onderhoud, bovendien is er door onze verminderde aanwezigheid in Afghanistan en Libanon minder materieel nodig.”

De legertop dringt aan op extra militaire voertuigen, omdat het huidige wagenpark ontoereikend zou zijn. “Uit de cijfers van defensieminister De Crem blijkt dat echter niet”, zegt Geerts. “Van de 438 LMV’s zijn er 119 – dertig procent – in onderhoud, van de Pandurs loopt dit zelfs op tot 55%. Dat aantal is veel te hoog. Als het leger ervoor zorgt dat er minder voertuigen in de garage staan, maakt dat al een groot verschil.”

Volgens Geerts moet het leger ook kijken naar de buitenlandse operaties waar België aan deelneemt. “Door de vermindering van onze aanwezigheid in Afghanistan en Libanon is daar minder materieel nodig. De cijfers tonen ook aan dat het gros van de militaire voertuigen gebruikt wordt voor trainingen, en niet voor operaties. Het is dan ook de vraag of het leger wel echt extra materieel nodig heeft.”

 “Het is belangrijk dat soldaten over goed materiaal beschikken dat hun veiligheid in operaties ten allen tijde garandeert”, aldus Geerts. “Maar de legerleiding moet eerst en vooral op een objectieve en correcte wijze haar noden kenbaar maken. In budgettair moeilijke tijden kunnen we het ons niet permitteren om investeringen te doen die niet noodzakelijk zijn.”

 

TOTAAL

OPERATIE

ONDERHOUD

TRAINING

AIV’s (Armoured Infantry Vehicles)

127

/

38 (30%)

89

MPPV’s (Multipurpose Protected Vehicles)

220

46

49 (22%)

125

Pandurvoertuigen

59

/

33  (55%)

26

LMV’s (Light Multirole Vehicles)

438

36

119 (27%)

283