Verkeersveiligheid is een collectieve aangelegenheid die de individuele verantwoordelijkheid van de bevoegde minister Ben Weyts ver overschrijdt, maar het is wel hij die nu de bakens moet uitzetten.

“Aan ambitie ontbreekt het minister Weyts niet, aan ideeën evenmin. De inbeslagname van de wagen van snelheidsduivels, mobiele trajectcontroles, gordelverklikkers op de achterbank, dynamische signalisatie in schoolomgevingen, een verzekeringsbonus voor chauffeurs die zich bijscholen, 70 kilometer per uur als nieuwe snelheidsnorm op de gewestwegen, een terugkomdag voor jonge bestuurders, een grondige hervorming van de rijopleiding, de oprichting van een Vlaams huis voor de verkeersveiligheid en een nieuw en ambitieus Verkeersveiligheidsplan Vlaanderen. Het is slechts een greep uit de ideeën-oogst na 9 maanden Weyts op Mobiliteit. Maar op tafel ligt er vooralsnog niets dat is uitgewerkt”, aldus Joris Vandenbroucke. “Het is nu echt tijd voor actie. Tijd om de daad bij het woord te voegen. No guts, no safety. Voor de zomer moet er een nieuw Verkeersveiligheidsplan liggen met als doelstelling : nul doden. Een grondig vernieuwde rijopleiding, sensibilisering vanaf de kleuterklas en een zeer fors handhavingsbeleid zijn een must”, benadrukt Joris Vandenbroucke. “In de begroting van 2016 moeten we extra middelen vinden voor de versnelde uitrol van trajectcontroles op al onze snelwegen, voor meer mobiele controles op de gewestwegen en voor meer investeringen in veilige fiets- en voetgangersinfrastructuur. “ “Meer dan 90% van de ongevallen worden veroorzaakt door falend menselijk gedrag. Dat gedrag moet aangepakt worden, zonder taboes en tolerantiemarges. De invoering van het rijbewijs met punten moet het sluitstuk zijn van het verkeersveiligheidsbeleid. De federale regering heeft geen enkele reden meer om hiermee te wachten. Samen met de 400 mensen die het afgelopen jaar gedood zijn door het verkeer in Vlaanderen zijn alle argumenten gesneuveld om het puntenrijbewijs nog langer uit te stellen. Wie niet luisteren wil, moet voelen”, besluit Joris Vandenbroucke.