Op 1 april is het nieuwe decreet 'lokale diensteneconomie' van start gegaan. "Dat decreet was nodig omdat het de lokale diensteneconomie wil versterken", zegt Rob Beenders. "Het decreet stelt dat werknemers in lokale dienstenbedrijven binnen vijf jaar een job zonder extra ondersteuning moeten aankunnen zodat nieuwe instroom mogelijk is. Daarnaast moet elk lokaal dienstenbedrijf tegen 1 januari 2018 minstens vijf voltijds equivalente jobs hebben.”

“Momenteel zitten 190 ondernemingen met samen 500 werknemers in de gevarenzone omdat ze minder dan vijf werknemers in dienst hebben", weet Beenders. "Om deze jobs veilig te stellen, moet de Vlaamse regering dringend twee acties ondernemen: Ten eerste 150 jobs extra per jaar. "Helaas heeft deze regering in haar begroting nul euro voorzien waardoor er volgend jaar geen extra arbeidsplaatsen in deze sector bijkomen. Nochtans is er slechts 1,8 miljoen euro nodig is om de nodige 150 extra arbeidsplaatsen te creëren. Dat is een heel klein bedrag om te voorkomen dat 500 mensen waarvoor geen vangnet is voorzien, zonder werk vallen."

“Ten tweede is er een geïntegreerd actieplan nodig om vrijwillige fusies te begeleiden zodat twee kleine ondernemingen met elk drie medewerkers één fusie-onderneming worden met zes medewerkers - zo wordt het vereiste aantal van vijf medewerkers gehaald", zegt Beenders.

Met lokale diensteneconomie wil de overheid maatschappelijke, lokale noden oplossen door de inzet van kansengroepen die extra begeleiding nodig hebben in hun job (kortgeschoolden, 50-plussers, arbeidsgehandicapten en allochtonen). Een voorbeeld is Natuurpunt dat werknemers inzet voor onderhoudswerken aan de natuur, of OCMW's die werknemers inzetten voor oppas, poets en thuishulp bij zorgbehoevenden, over buurtgerichte kinderdagverblijven, over ondernemingen die mensen stationsomgevingen en verhuurfietsen laten onderhouden, enz.

Beenders gaat bevoegd minister Liesbeth Homans (N-VA) hierover donderdag 7 mei ondervragen.