Wanneer de vergrijzing, of beter, de verzilvering (de stijging van het aantal 80+’ers) ter sprake komt, lijkt het alsof een groot en niet te stoppen onheil op ons afkomt, een onheil dat we als samenleving niet gemanaged (zullen) krijgen. Hoe de verhouding werkenden-gepensioneerden onvermijdelijk uit balans zal raken, of hoe de toenemende zorgvraag niet te overzien zal zijn op termijn. 

Dat hoeft niet zo te zijn, integendeel.

Als we de demografische projecties van Statistiek Vlaanderen aan de zorgforfaits van het Agentschap Zorg en Gezondheid koppelen, komen we nu al tot de vaststelling dat Vlaanderen 37,5% extra zorgnoden zal hebben tegen 2035. In beide datasets wordt rekening gehouden met historische evoluties. Dat geeft onderstaand beeld voor het aantal personen dat op jaarbasis gebruik zal maken van een zorgforfait:

Het totaal van 37,5% extra zorg tegenover vandaag is best imposant. Het grootste aandeel in de bijkomende zorgvragen wordt daarbij ingenomen door zwaar zorgbehoevenden en personen met dementie. Daar staat tegenover dat het aantal zelfredzame ouderen in die periode eveneens (aanzienlijk) stijgt (zie grafiek hieronder). 


De relatie tussen de vergrijzing en zorg is dus niet evenredig, want er is dus ook zoiets als ‘gezondheidswinst’: elke nieuwe generatie ouderen is gemiddeld genomen iets gezonder dan de vorige, en de grootste gezondheidswinst lijkt net te zitten bij de Vlamingen ouder dan 80. 

***

Wil dat zeggen dat zij ineens geen zorg meer nodig zullen hebben? Uiteraard niet, maar de idee dat iedere reiziger op tram 8 assistentie nodig heeft, moet op zijn minst genuanceerd worden. Zelfs vandaag klopt dat niet. Vlaanderen telt nu al meer dan 200.000 80-plussers die geen van bovenstaande zorgforfaits ontvangen.

Gezegd moet dat vandaag van die 1,6 miljoen zelfredzame ouderen ongeveer 85.000 tot 100.000 mantelzorg ontvangen, bijvoorbeeld om te helpen bij het huishouden. En een veelvoud zal informeel en off the record hulp krijgen van een naaste. 

Wat mantelzorg betreft, merken we dat de meeste Vlamingen bereid zijn om voor een naaste te zorgen, maar dat ze worstelen om dit te combineren met job en gezin. Ook zien we dat meer en meer mantelzorgers zelf op leeftijd komen en zorgbehoevend worden. Nu al bestaan mantelzorgpremies om die zorg te valoriseren en mantelzorgers te helpen zelf het hoofd boven water te houden, maar vaak zijn ze te restrictief. Alle goede intenties ten spijt maakt slechts 1 op 5 mantelzorgers gebruik van de toelage waar hij of zij recht op heeft.

***

Tot slot is er de regionale spreiding: Vlaanderen vergrijst niet overal even snel en ook de zorgnood stijgt niet overal even snel. 


De grafiek hierboven bevat de zorgvraag voor 4 gemeenten tussen 2018 en 2035: in Kraainem en Zelzate is er 16% en 20% extra zorg nodig tegen 2035, terwijl er in Lubbeek 55% en in Tremelo zelfs 71% extra zorgvragen zullen zijn. 

Samengevat: de grootste uitdaging de komende 15 jaar is onze zorgorganisatie: hoe garanderen dat we in die snel vergrijzende regio’s voldoende rusthuisbedden, voldoende mantelzorg en voldoende verzorgend personeel aanwezig is? 37,5% extra zorgnood - of omgezet 60.000 extra individuele zorgvragen in totaal -  vereist nu al ingrepen. Ingrepen met visie.  

***

Politiek is een kwestie van keuzes. Keuzes  die bepalen hoe je met de beschikbare middelen omgaat. Die 60.000 nieuwe zorgvragen vereisen snelle en bijkomende investeringen in de zorgsector. In personeel, in infrastructuur, in bedden. Als je weet dat met het huidige Vlaamse zorgbudget (het huidige ‘groeipad’) jaarlijks 1.800 bedden extra worden gecreëerd, is dat ruim onvoldoende om die stijgende zorgnood te dekken. 


En als we nu al perfect kunnen voorspellen wat de zorgnoden zijn in elke Vlaamse gemeente, wat houdt ons dan tegen om die zorgzekerheid uit te bouwen, om dat te trage groeipad te versnellen met een investeringsplan dat de toekomst - niet alleen van uw ouders of grootouders, maar ook de uwe - veilig stelt?


In haar Toekomstbegroting legt sp.a haarfijn uit hoe dat wel degelijk kan, kiezen voor mensen. Met sluitende cijfers achter de komma. Hoe wachtlijsten, of de tekorten in ‘handen aan het bed’, wel weggewerkt kunnen worden, in plaats van een budget op overschot houden zoals de Vlaamse regering nu doet. Hoe je van zorg wél een 100% afdwingbaar recht kan maken in plaats van je neer te leggen bij de uitholling van de maatschappelijke dienstverlening die door veel beleidsmakers vandaag zogezegd omwille van budgettaire redenen als onvermijdelijk worden voorgesteld. 


Een heuse Zorgcommissie - zoals Margot Cloet, ex-kabinetschef van minister van Welzijn Jo Vandeurzen en nu topvrouw van zorgkoepel Zorgnet-Icuro - een tijdje geleden in De Tijd voorzichtig voorstelde, is daarvoor ook een interessant idee. Tenminste, als we de gemeentelijke overheden ook betrekken. Want via hun bevoegdheden inzake ruimtelijke ordening, openbare ruimte en welzijn kunnen zij een significante bijdrage leveren aan seniorvriendelijke omgevingen, aan de ondersteuning van mantelzorgers, en aan vroegdetectie van zorgnoden. Het belang van toegankelijkheid is daarin ook niet te onderschatten: vele Vlamingen investeren nu in het toegankelijk maken van hun woning om zo lang mogelijk thuis te kunnen blijven wonen. De consequentie is dat de publieke ruimte rond die woning moet volgen. 

Aan de vergrijzing kunnen we niets veranderen, maar met samenwerkende overheden en gepaste investeringen kunnen we wél overal in Vlaanderen zorgzekerheid bieden. Dat hebben we nu meer dan ooit nodig.