Kunst en cultuur zijn buitengewoon. Ik beschouw het als mijn missie om dat buitengewone, dagdagelijks te maken. Daarom trekken we bij sp.a voluit de kaart van een integraal én transversaal cultuurbeleid zodat we dit buitengewone deel kunnen laten uitmaken van het leven van zoveel mogelijk mensen. Over die missie kon je hier al meer lezen, maar hoe gaan we dat concreet aanpakken? Door in de volgende legislatuur prioritair in te zetten op deze actiepunten.

Het participatiebeleid is de afgelopen legislatuur terug naar de achtergrond gedrongen. Nochtans blijft deelname aan kunst en cultuur het meest ongelijk gespreide goed, nog tezeer zaak van hoogopgeleide, oudere, blanke vrouwen en mannen. Participatiebeleid is een werk van lange adem. Het versterken van de link tussen onderwijs en cultuur, de link tussen cultuur en media (in eerste instantie de VRT, maar ook de private mediabedrijven), de opwaardering van het deeltijds kunstonderwijs (DKO), het sociaal-artistiek werk, cultuureducatie, en amateurkunsten is daarom voor sp.a primordiaal. Het wegwerken van financiële drempels is een eerste cruciale stap. Daarom zet sp.a in om de UITPAS volledig uit te rollen over Vlaanderen en streven we ernaar om de  inschrijving in  het  deeltijds kunstonderwijs voor minderjarigen kosteloos te maken.


Financiële ademruimte is een basisvoorwaarde. De afgelopen legislatuur heeft de Vlaamse regering gekozen om hard te snoeien, maar de beloofde bloei bleef achterwege. De wereld van kunst en cultuur, van jeugd, sport en media werden harder getroffen door de besparingen dan andere sectoren. Dit moet rechtgezet worden en om onze ambities waar te maken, zal er ook nood zijn aan een verhoging van het vrijetijdsbudget. Dat betekent concreet dat we het cultuurbudget opnieuw willen optrekken naar 1,5% van de Vlaamse middelen en tegelijkertijd een groeipad uittekenen naar 2%.

Er is nood aan meer fysieke ruimte voor vrijetijdsbeleving, waaronder kunst en cultuur. Onder leiding van de Vlaamse bouwmeester willen we, mede vanuit het concept van de ‘brede school’, samen met de lokale besturen en de brede kunst- en cultuursector een masterplan ‘vrijetijdsinfrastructuur’ opmaken. Het doel moet zijn om het tekort aan kwalitatieve ruimte tegen 2040 weg te werken en de bestaande infrastructuur ‘future proof’ te maken, en dit op alle niveau’s, van lokale cultuurcentra, scholen tot grote kunstinstellingen. Daarnaast moet kunst ook leven in het straatbeeld, meer kwalitatieve kunstwerken in de openbare ruimte, kunstenaarsresidenties of repetitieruimtes in publieke, leegstaande infrastructuur. Kortom, een invulling van onze openbare omgeving die verbinding zoekt tussen de openbare ruimte, kunst(enaars) en bewoners.

Decretale rust is voor mij een essentiële beleidskeuze. De wereld van kunst en cultuur bevinden zich in een systeemcrisis als gevolg van een aantal ingrijpende (ideologische) keuzes van de aflopende Vlaamse regering, zoals de overdracht van de persoonsgebonden materies van de provincies naar Vlaanderen, het niet langer oormerken van de lokale middelen voor vrije tijd, de krakkemikkige creatie van een bovenlokaal cultuurbeleid, … Om uit deze systeemcrisis te geraken, moet de sector rust gegund worden en dient waar nodig ondersteuning geboden te worden zodat de sector zich opnieuw optimaal kan organiseren, weliswaar bottom-up, en niet top-down.

Het proces van productie en participatie aan kunst en cultuur beginnen en eindigen bij de kunstenaar en de cultuurwerker. De huidige precariteit van kunstenaars en cultuurwerkers is een ‘wicked problem’, het resultaat van multiple job juggling, flexiblisering, een aanhoudende passie en inzet ondanks dalende middelen, flexwerk dat in de praktijk lage inkomens betekent, een hoge competitiviteit, … Dat het probleem complex is, neemt niet weg dat het moet aangepakt worden. Wanneer het inkomen van succesvolle kunstenaars aan het einde van de maand onder de armoedegrens valt, is er een fout in het systeem van werken, samenwerken, verlonen en sociale bescherming. Daarom pleiten we bij sp.a voor een systeemomslag en bouwen we samen met de sector aan een duurzame ondersteuning voor het werk in kunst en cultuur vanuit de principes van ‘do it together’, de nood aan ruimte, netwerken, tijd, maar ook via concrete engagementen die worden opgelegd via subsidie-aanvragen (bijvoorbeeld een sociaal charter of fair practice codes, collectieve afspraken, de 51% regel, ….).

De zin in kunst en cultuurproductie en –participatie start op het lokale niveau, in een jeugdhuis, lokale verenigingen, de bib, het deeltijds kunstonderwijs (DKO), de cultuurcentra, de amateurkunsten, … Het niet langer oormerken van middelen voor vrije tijd, waaronder cultuur, en het loslaten van de bibliotheekplicht (waardoor lokale besturen niet langer verplicht zijn om een openbare bib open te houden), zet de rol van gemeenten en steden als lokale fabriekjes van cultuurproductie en -participatie onder druk. De lokale bibliotheek is het kloppend hart van een gemeente, een plek van ontmoeting, verrijking, huis van de mediawijsheid, … Ik wil, als ambassadeur van #bibvooriedereen, dat iedere gemeente minstens één bib garandeert, uitbouwt en ook inzet op “mobiele” dienstverlening voor wie zich niet meer fysiek naar de bib kan begeven. Voorts wil sp.a dat de middelen voor vrije tijd, waaronder cultuur, opnieuw worden geoormerkt. 


Het sociaal-culturele werk is een vitale sector voor onze samenleving, voor het samen leven. Van die sector wordt, zoals voor andere sectoren, terecht verwacht dat ze professionaliseren, innoveren en ondernemersschap tonen. Helaas kan de social profit sector tot op heden geen enkel beroep doen op de ondersteuning die Vlaanderen voor innovatie en ondernemerschap biedt aan (kleine) bedrijven, terwijl ook deze sector een belangrijke economische sector vertegenwoordigt. Het instrumentarium daartoe binnen de KMO-portefeuille van het Agentschap Innoveren en Ondernemen ligt immers buiten hun bereik. Ik wil hier verandering in brengen en bepleiten dat social profit organisaties ook toegang krijgen tot de KMO portefeuille.

Vlamingen beleven cultuur live én via de media. We hebben terecht hoge kwaliteitseisen voor de fictiereeksen en films die we op televisie en in de bioscoop te zien krijgen. Niet alleen wij zijn er tuk op, ze worden ook internationaal geroemd. Het is dan ook cruciaal om deze vormen van cultuurproductie te stimuleren, net als de ontluikende sector van Vlaamse games. Daarom kiezen we met sp.a voor een versterking van het Vlaams Audiovisueel Fonds.