"Aalst wordt opgeschrikt door luide knal". 

Dat was de krantenkop van een artikel op 23 november 2016. Dat was ongetwijfeld het moment waarop de financieel directeur van de stad de begroting op het bureau van de burgemeester heeft neergelegd.  De begroting van de stad is samengesteld met het hoofd in de roze wolken en badend in luxe, zonder besef van de ferme financiële patat die naar de toekomst wordt doorgeschoven.

Om alle wensen van het stadsbestuur te kunnen betalen moet uit al de Aalsterse fonteinen een onuitputtelijke stroom goud vloeien. De leningslast die deze stad moet torsen begint zo langzamerhand dramatisch te worden.

De meerjarenraming die aan de gemeenteraad werd voorgelegd schetst een beeld, erger dan de staat van de kerncentrales van Doel en Tihange. De financiële schulden van de stad stijgen van 50,2 miljoen in 2014 naar liefst 147,7 miljoen in 2020. Daarmee zit de stad al ruim 5 miljoen euro boven het exploitatiebudget van 2017  van 142,6 miljoen. Aalst stevent hiermee af op een zware schuldenberg.

Wanneer we de vorige meerjarenraming 2016-2019 bekijken, dan wort de vaststelling nog erger. Vorig jaar voorspelde het stadsbestuur dat de financiële schulden zouden oplopen tot 109,7 miljoen in 2019. In de nieuwe raming zit Aalst al aan 138,7 miljoen in 2019. Met andere woorden de meerderheid zit er maar liefst 26,4 % naast. En daarmee kloppen ze qua slecht rekenwerk ruimschoots minister Van Overtveldt. Blijkbaar is iedereen in hetzelfde N-VA-clubje even slecht in rekenen.

Inhoudelijk blijft het zoeken naar het sociaal beleid van Aalst. Er wordt veel geïnvesteerd in dure projecten, pleinen en fonteinen. Maar veel te weinig in mensen. Veel te weinig in wonen, veel te weinig in kinderopvang, veel te weinig in mobiliteit. Kortom de zaken die voor mensen echt tellen. Waar de inwoners écht van wakker liggen. Niet van het zoveelste netwerkevent dat door de stad wordt georganiseerd. Of de zoveelste brainstormsessie over alweer een project dat de put nog wat dieper zal maken.

Toveren bestaat niet. Iedereen voelt aan dat het onmogelijk is om binnen de bestaande middelen zoveel lintjes door te knippen zonder dat de rekening daarvan onverbiddelijk volgt. De schulden die naar de toekomst worden doorgeschoven zijn te groot om het budget voor 2017 door sp.a  te laten goedkeuren.