In het onderzoek, waar zo'n 445 jongeren tussen 10 en 18 jaar aan deelnamen, werd er vooral gekeken naar het soort activiteiten en in welke mate jongeren in een instelling gebruik maken van het bestaande jeugdwerkaanbod. Daarnaast werd ook nagegaan hoe ze dat bestaande jeugdwerkaanbod ervaren. In opvolging van het onderzoek vroeg Tine Soens aan minister van Jeugd Sven Gatz hoe hij de aanbevelingen ten harte zal nemen.

Slechts 30 procent van de voorziening gaf aan erin te slagen om voor meer dan de helft van de jongeren de vroegere tijdsbesteding verder te zetten. Praktische en financiële reden zijn hier vaak de oorzaak van. De meeste jongeren die aankomen in een voorziening, hebben geen vrijetijdsactiviteiten. 

"Het gaat hier om zeer kwetsbare jongeren die in een zeer moeilijke situatie zitten, en het jeugdwerk kan wel helpen om even aan die moeilijke situatie te ontsnappen." 

De minister gaf aan dat hij verder wil inzetten op het uitbouwen van de rol van bruggenbouwer voor het lokale jeugdwerk. In december werd hiervoor een projectoproep gelanceerd. "Het zou goed zijn als daar projecten tussen zouden zitten die extra aandacht hebben voor jongeren die in een instelling verblijven.", zegt Soens.

Lees het volledige verslag hier.