De minimumrendementsgarantie werd vanaf begin dit jaar verlaagd van 3.75 procent naar minimum 1.75 procent tot maximum 3.75 procent afhankelijk van de stand van de Belgische lange termijn obligatie. Dat is slecht nieuws voor wie via zijn of haar werkgevers spaart voor een aanvullend pensioen. Door dat verlaagde rendement is die investering voor een werknemer niet altijd interessant. Daarnaast zijn er ook heel wat vragen bij de praktijken van de verzekeraars. Zo bestaat er nog steeds geen duidelijkheid over de kosten die worden aangerekend.. Ondanks de forse verlaging van het gewaarborgde rendement, blijven de verzekeraars de hoge kosten aanrekenen. “Het zou beter zijn dat er in de toekomst wordt nagedacht over welk netto rendement er geldig is op de stortingen”, zegt Karin Temmerman, “zodat werkgevers weten wat ze aanbieden aan hun werknemers, en werknemers weten wat ze krijgen voor hun geld.”

Boven het minimale rendement wordt er vaak een mogelijkheid tot winstdeelname aangeboden door de verzekeraars. “Het is echter volslagen onduidelijk op basis waarvan deze winstdeelname wordt berekend, Dat moet veel transparanter. Zeker omdat we weten dat de inspanningen die de federale schatkist levert om de aanvullende pensioenen aantrekkelijk te maken voor werkgevers niet gering zijn.”

“We blijven voorstander van aanvullende pensioenen, maar dan moeten ze voor meer mensen toegankelijk zijn. Momenteel heeft immers ongeveer 1 op 4 werknemers geen aanvullend pensioen. Daarnaast is een duurzame toekomst voor de aanvullende pensioenen alleen mogelijk als de stortingen die werkgevers doen ook substantieel hoog genoeg zijn. Vandaag is de ongelijkheid in de aanvullende pensioenen gigantisch: enkele honderden euro’s voor de laagste aanvullende pensioenen, terwijl de grootste aanvullende pensioenkapitalen enkele miljoenen euro’s vertegenwoordigen.”

“De inspanning die de overheid levert om werknemers en werkgevers aan te zetten om te sparen voor hun aanvullend pensioen, moeten veel meer gaan naar de uitbreiding van de sector en de versterking van de lagere aanvullende pensioenen en minder naar de happy few met een extreem groot aanvullend pensioenkapitaal”, besluit Karin Temmerman.