Hoewel de Belgische deelname aan de Afghaanse oorlog politieke controverse blijft uitlokken, zijn politici en experts het erover eens dat gesprekken met de taliban een goede zaak zijn en een onvermijdelijke eerste stap voor een exitstrategie. Dirk Van der Maelen: "De Crem heeft zich veel te lang gedragen als het slaafje van de Amerikanen. We hadden al veel vroeger inspanningen moeten leveren om tot een onderhandelde oplossing te komen."

In Belgische regeringskringen was men gisteren zeer voorzichtig met commentaren over de aftastende gesprekken tussen talibanleiders en de Afghaanse regering. Ook de faciliterende en logistieke rol van de NAVO is een delicaat thema. Tegelijk is duidelijk dat de Belgische regering instemt met de huidige NAVO-aanpak. "Om de onderhandelingen mogelijk te maken, is het allicht onvermijdelijk dat er een vorm van facilitering is", zegt een diplomatieke bron die er onmiddellijk aan toevoegt dat "dit geenszins betekent dat we de taliban nu formeel als gesprekspartner erkennen". De woordvoerder van Defensie klonk even voorzichtig. "België is een lid van de NAVO en steunt de inspanningen van ISAF die nodig zijn om het land binnen afzienbare tijd terug autonoom voor zijn veiligheid te laten instaan."

Defensie-expert Luc De Vos van de Koninklijke Militaire Hogeschool en de KULeuven decodeert het voorzichtige taalgebruik van de Belgische beleidsverantwoordelijken als volgt: "Als men kan bereiken dat president Hamid Karzai en de taliban een akkoord bereiken, betekent dat een cruciale stap voor de exitstrategie. Voor ons is het zeer belangrijk dat het Afghanistan van de toekomst geen sanctuarium meer kan worden voor terroristen én dat de verschillende partijen niet opnieuw met elkaar beginnen te vechten. Want dat laatste zou opnieuw voor een vluchtelingenstroom naar onder meer Europa zorgen."

Onderhandelde oplossing

De Vos zegt dat Europese landen, waaronder België, al een hele tijd aansturen op een onderhandelde oplossing met de taliban. "De Amerikanen hebben lang in een militaire overwinning geloofd, maar dat bleek niet haalbaar. In die zin zijn de Europese landen steeds realistischer geweest. De Belgische regering heeft hier een wijze politiek gevoerd: solidair met de andere NAVO-landen, in stilte aandringen op een exitstrategie en ondertussen militaire inspanningen leveren zonder de cowboy uit te hangen."

Rik Coolsaet, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Universiteit Gent, is het daar niet mee eens. "De Belgen en bij uitbreiding de Europese landen hebben zo goed als geen impact op de beslissingen inzake Afghanistan. Zij ondergaan de beslissingen van de Amerikanen. Op Europees vlak is er wat Afghanistan betreft niet enkel een gebrek aan coördinatie, maar ook een gebrek aan ambitie. Defensieminister Pieter De Crem heeft de Belgische militaire missie in Afghanistan op automatische piloot gezet. Hij gedraagt zich weliswaar als de beste der trans-Atlantische leerlingen, maar is in het openbaar zeer discreet over dit dossier. Europese beleidsverantwoordelijken weten dat Afghanistan een aangebrand dossier is waaruit je weinig voordeel kan halen. Zelfs als de onderhandelingen met de taliban zouden lukken, kun je dat als politicus moeilijk als een succes verkopen." Geen Europees politicus wil uitpakken met het feit dat hij de taliban opnieuw aan de macht heeft geholpen. "De reputatie van de taliban blijft immers bijzonder slecht. Hun houding ten aanzien van vrouwen is zeer problematisch."

Dirk Van der Maelen (sp.a) is voorstander van onderhandelingen met de taliban en vindt dat de Belgische regering op dat vlak te weinig inspanningen doet. Van der Maelen: "De Crem heeft zich veel te lang gedragen als het slaafje van de Amerikanen. We hadden al veel vroeger inspanningen moeten leveren om tot een onderhandelde oplossing te komen."

www.demorgen.be