Sinds 1 januari kan iedereen intekenen op de volkslening. Spaarders die geld uitlenen, betalen slechts 15 in plaats van 25 procent roerende voorheffing op de rente, die varieert tussen de 1,5 en 2,6 procent. Ze krijgen er bovendien de garantie bovenop dat hun spaargeld zal geïnvesteerd worden in projecten met een maatschappelijke meerwaarde, zoals de financiering van ziekenhuizen, scholen of culturele centra.

Sinds de start blijft de belangstelling voor de nieuwe spaarformule maand na maand aangroeien. Zo hebben de twaalf banken die meestappen in de volkslening al meer dan een miljard euro opgehaald.

"De volkslening is een veilig spaarproduct”, legt Johan Vande Lanotte uit. “Een product dat het mogelijk maakt toch de nodige zuurstof te geven aan projecten die bijdragen aan sociale welvaart, maar door de crisis moeilijker aan financiering geraken, zoals de bouw van scholen en ziekenhuizen. Daar is bij de mensen duidelijk een groot draagvlak voor."