Vandaag kan een langdurig zieke stelselmatig weer aan het werk wanneer hij voldoet aan een aantal voorwaarden, maar in de praktijk is hij of zij erg afhankelijk van de goodwill van de werkgever en van het ziekenfonds.

“Werkgevers deinzen daar vaak voor terug”, legt Monica De Coninck uit, “omdat ze dan weer gewaarborgd loon moeten uitbetalen wanneer die zieke hervalt. Dat willen we deels oplossen: de periodes dat de werknemer niet werkt, worden opgevangen door de sociale zekerheid.” Een win-win-situatie dus.

Het voordeel voor de werknemer is – hoewel hij officieel arbeidsongeschikt is – toch (deeltijds) weer aan de slag kan als hij dat wil, zonder dat de werkgever er zijn broek aan scheurt of zonder dat de geneesheer telkens tussenbeide moet komen. Zo’n statuut zou 1 of 1,5 jaar kunnen duren.

De Stichting Tegen Kanker juicht het wetsvoorstel toe: “Vandaag is de keuze vaak nog zwart-wit. Ofwel ben je invalide voor de rest van je leven en krijg je een uitkering, ofwel ga je weer volledig aan de slag. Een tussenoplossing is er niet. Een tijdelijke inloopperiode, waarin de zieke werknemer kan zien of hij zich moet heroriënteren, is geen luxe. Ook voor de werkgever biedt dat perspectief. In Nederland of Scandinavië staan ze wat dat betreft veel verder.” Péhlivan, Kitir en De Coninck houden het in eerste instantie bij een lijst fysieke ziektes, zoals kanker- en nierpatiënten. “Psychische aandoeningen zoals een burn-out of een depressie zijn ook een kwaal van onze huidige samenleving. Maar dat ligt nóg gevoeliger. Daarom willen we beginnen met aandoeningen die we fysiek kunnen vaststellen.”