Uit een analyse blijkt dat bijna vier op tien van de KU Leuven studenten met een niet-West-Europese migratieachtergrond geweigerd wordt voor herinschrijving. Toch is de factor complexer dan lijkt.

De weigering is het gevolg van de 30% CSE-regel, waarbij studenten met een te lage studie-efficiëntie (pakweg geslaagd zijn op 18 studiepunten) niet meer mogen verderstuderen in dezelfde opleiding aan de KU Leuven. Opvallend is dat de regel veel vaker kansengroepen treft dan hun geprivilegieerde medestudenten. De grootste kloof is te vinden in het hebben van een niet-West-Europese migratieachtergrond: 38,2% wordt geconfronteerd met de regel, tegenover 17,7% van de studenten zonder migratieachtergrond.

Is die migratieachtergrond dan zo’n goede voorspeller van studiekansen aan de universiteit? Niet echt. ‘Migratieachtergrond is eigenlijk ook maar een verzamelnaam voor een groep die maatschappelijk gezien vaak in een kansarmoedesituatie zit’, reageert Heidi Mertens, dienst Diversiteitsbeleid KU Leuven. ‘De slaagkanscijfers creëren een sense of urgency. We moeten de kloof echt dichten, want die is veel te groot. Maar je kunt die maar verklaren door een combinatie van factoren.’

Het beleid lijkt de 30% CSE-regel, die werd ingevoerd onder voormalig rector Rik Torfs, niet te willen afschaffen. Nochtans kan de regel op veel kritiek rekenen. Tine Soens, Vlaams parlementslid voor de sp.a, geeft aan de regel ondemocratisch en bovendien nutteloos te vinden. Uit Vlaamse cijfers van de Databank Hoger Onderwijs zou immers blijken dat 3 op 4 van de studenten die lager dan 30% scoort, uit eigen beweging stopt. Na twee jaar zou dat zelfs 92% van die studenten zijn.

Ook Herman Van Goethem, rector van de UAntwerpen en voorzitter van de VLIR (Vlaamse Interuniversitaire Raad, red.), is geen fan van de maatregel. ‘Het is inderdaad zo dat veel van die studenten onder de 30% uitvallen. Maar bij ons hebben zo’n 60-tal studenten afgelopen acht jaar uiteindelijk hun diploma toch behaald. Dat is natuurlijk een heel laag rendement, maar vaak komen zij juist uit socio-economische zwakkere groepen. De waarde van zo’n rolmodel voor de rest, wordt natuurlijk niet meegenomen in die rendementsberekening.’

Lees het volledige artikel bij Veto.