Groot nieuws vorige week: in Gent schrappen ze het woord 'allochtoon'. Er zijn voortaan alleen nog Gentenaars, al dan niet met een adjectief (Turkse Gentenaars bijvoorbeeld) ervoor geplakt. Ere wie ere toekomt, deze krant was trendsetter en gebruikt het stigmatiserende 'allochtoon' al een paar maanden niet meer. Chapeau, want dat ene woord gooit een enorm diverse groep mensen in één zak. En ja, natuurlijk is het bannen van een woord eerder symbolisch, maar soms is het slopen van symbolen een noodzakelijke voorwaarde om stappen vooruit te kunnen zetten.

"Een arbeider was een arbeider, het maakte niet uit hoe hij eruitzag of waar hij vandaan kwam. Als hij de band maar deed draaien."

Mijn grootste angst is dat we bij Ford Genk en bij de toeleveranciers de omgekeerde beweging zullen maken. Dat mensen die in al die jaren dat ze bij Ford werkten nooit 'allochtoon' zijn geweest, het na de sluiting van de fabriek plots wel worden. Op de arbeidsmarkt, in de ogen van potentiële werkgevers, in de statistieken. Bam, 'allochtoon', een stempel op hun voorhoofd.

Ford was decennialang een schoolvoorbeeld van integratie. Niet dat daar nu een specifiek masterplan achter schuil ging, maar het is toch iets dat we de directie mogen nageven: een arbeider was een arbeider, het maakte niet uit hoe hij eruitzag of waar hij vandaan kwam. Als hij de band maar deed draaien. Aan mijn lijn staan arbeiders van Turkse, Italiaanse, Spaanse, Marokkaanse en Belgische origine. Het zal ons worst wezen waar onze werkmakkers vandaan komen, zolang we maar op elkaar kunnen rekenen. Een erfenis van de mijnen, waar je het alleen redde als je aan één zeel trok. Met racistische vooroordelen of angst voor de ander schoot je alleen in je eigen voet.

Ford was niet alleen een schoolvoorbeeld van diversiteit, de fabriek was ook een integratiemachine. Migranten uit Luik konden bij Ford komen werken zonder ook maar één fatsoenlijke zin in het Nederlands te kunnen brouwen. Maar toen ging het economisch goed en was er werk genoeg. Ook voor laaggeschoolden. Ook voor jongeren. Ook voor 'allochtonen'. We moeten erover waken dat we een van de voornaamste erfenissen van Ford niet verloren laten gaan, dat 'Ford-arbeiders' niet plots 'allochtone Ford-arbeiders' worden. Dat we niet uiteenvallen in twee groepen. Diegenen zonder kleurtje en diegenen met een kleurtje. Diegenen met een normale naam en diegenen met een vreemde naam. De kansrijken en de minder kansrijken.

Dat vraagt een keihard antidiscriminatiebeleid op de arbeidsmarkt, dat vraagt ondernemers die kansen durven geven aan mensen om al doende te leren, dat vraagt werkgevers die diversiteit niet als een bedreiging zien. Een (nog) niet perfecte beheersing van het Nederlands wordt gezien als een handicap, maar het spreken van een of meerdere talen die weinig andere werknemers dan weer beheersen, zelden als een troef. Zoveel mogelijkheden blijven nog onbenut.

En een woord dat we nooit gebruikt hebben, hoeven we gelukkig ook niet te schrappen. Maar laat dat verschrikkelijke 'allochtoon' alstublieft ook in de toekomst in de kast.