Vrijwillige terugkeer wordt mede de hoofdfocus van ons beleid”, aldus Theo Francken eind december 2014. Hij was toen nog maar net staatssecretaris. Zonet werden de cijfers ‘vrijwillige terugkeer’ van het jaar 2016 bekend gemaakt. Daaruit blijkt dat in 2016 4.667 personen vrijwillig teruggekeerd zijn, tegenover 4.187 een jaar eerder. Is er nu inderdaad een toename van het aantal vrijwillige terugkeerders onder Francken (2015-2016)? En als die er is, is die dan significant? Spoiler: de communicatie is (veel) stoerder dan de naakte cijfers.


Theo Francken beschrijft in zijn boek ‘België: land zonder grens’ (2012) hoe toenmalig Staatssecretaris van Asiel en Migratie Maggie De Block de cijfers over het aantal vrijwillige terugkeerders zou gepimpt hebben. In één klap vertelt hij hoe hij het zélf beter zou doen, ‘als hij het zelf voor het zeggen had’. 

Francken is dan nog oppositielid. Het jaar voordien (2011) was er een stijging geweest van het aantal vrijwillige terugkeerders met 14%. Daar moest volgens deze Francken-‘editie 2012’ vooral niet vrolijk over gedaan worden omdat in diezelfde periode het aantal asielaanvragen nog méér was gestegen. “Ongegeneerd is dan ook de communicatie van staatssecretaris Maggie De Block (open VLD) dat het aantal vrijwillige terugkeerders in 2011 met 14% is gestegen. Ze vergeet er immers gemakshalve bij te zeggen dat het aantal asielaanvragen in dezelfde periode met 28% de hoogte in schoot. 

Zo kunnen we het ook.”

 

Maar is dat zo?

Eerst even de naakte feiten. In 2015 realiseerde Francken als staatssecretaris de vrijwillige terugkeer van 4.187 personen. In 2016 waren er dat 4.667, wat hem tot zover een gemiddelde oplevert van 4.427 vrijwillige terugkeerders per jaar. De staatssecretaris maakt in zijn communicatie steevast de vergelijking met 2014 en benadrukt de stijging van 13% in 2015. In 2016 zou hij zo zelfs 26% meer vrijwillige terugkeerders tellen dan in 2014. 

In 2014 waren er inderdaad ‘slechts’ 3.700 vrijwillige terugkeerders.[1] Maar als we het ruimere plaatje bekijken, dan wordt de stijging in 2015-2016 toch nét iets minder indrukwekkend. Onder Di Rupo-De Block waren er de jaren voordien immers méér vrijwillige terugkeerders. Zo waren er bvb. in 2013 4.707 vrijwillige terugkeerders, in 2012 waren dat er zelfs 5.656. En als we de hele periode 2012-2014 beschouwen dan komen we op een totaal van 14.063 vrijwillige terugkeerders, ofwel een gemiddelde van 4.688 per jaar. Dat Francken, zoals hij zelf communiceert, zowel in 2015 als in 2016 beter doet dan in het ‘slechte terugkeerjaar’ 2014 klopt. Maar Francken zelf doet het in globo (2015-2016) dus wel 6% slechter dan het gemiddelde van de héle periode Di Rupo-De Block (2012-2014).


Wat Francken-’editie 2012’ vandaag zou zeggen: “Zo kan ik het ook

Laat ons nu de woorden van Theo Francken-’editie 2012’ eens vergelijken met zijn eigen resultaten. Francken schreef dat De Block in haar communicatie het aantal vrijwillige terugkeerders in perspectief had moeten plaatsen. Immers, het aantal asielaanvragen was op dat ogenblik met 28% gestegen. Wel, in de periode 2015-2016 waren er gemiddeld 26.867 eerste asielaanvragen per jaar. Dit was 80% méér dan in de periode 2012-2014, beduidend meer dan de stijging van 28% waarover Francken sprak. Als De Block haar stijging had moeten communiceren in het licht van de stijging met 28% van het aantal asielaanvragen, dan had Francken zijn ‘stijging’ a fortiori moeten communiceren in het licht van de stijging van het aantal asielaanvragen met 80%. Uiteraard deed hij dat niet.

 Terug naar het citaat van het begin dan. Francken-‘editie 2012’ zou nu over Francken-‘editie 2016’ schrijven: “Ongegeneerd is dan ook de communicatie van staatssecretaris Theo Francken (N-VA) dat het aantal vrijwillige terugkeerders in 2015 en 2016 ten opzichte van 2014 met resp. 13% en 26% is gestegen. Hij vergeet er immers gemakshalve bij te zeggen dat het aantal asielaanvragen in dezelfde periode met 80% de hoogte in schoot.” En bovendien zakte het aantal vrijwillige terugkeerders onder Francken (2015-2016) in globo dus met 6% ten opzichte van de hele periode De Block (2014-2015). 

Om Francken te parafraseren: “Zo kunnen we het ook.

 

De gelukkigste man van het land?

Voor vrijwillige terugkeer sprak Francken begin dit jaar een zogenoemde ‘bescheiden ambitie’ uit van 500 extra terugkeerders in 2016. Die lijkt hij nu met zijn 480 extra vrijwillige terugkeerders bijna te halen. Maar ook dat moeten we in perspectief zetten.

 (1) Bij die 480 ‘bijkomende’ vrijwillige terugkeerders blijken niet minder dan 259 terugkeerders in het kader van een Dublin-procedure te zitten. Daarover zei Francken-‘editie 2012’ nog dit:

                                                   

Zonder ‘Dublin’ blijven er van de 480 bijkomende vrijwillige terugkeerders dus nog 221 over.

                                                             

 

(2) En bovendien merken we dat vooral meer asielzoekers - van wie de procedure nog loopt - vrijwillig terugkeren. Die trend is het gevolg van het toegenomen aantal asielaanvragen sinds mei 2015. Het aantal migranten zonder wettig verblijf dat terugkeert blijft daarentegen al jaren constant. Toen Francken in 2014 zei dat vrijwillige terugkeer de hoofdfocus van het beleid zou worden, focuste hij nochtans op die laatste categorie: “Ik zou de gelukkigste man van het land zijn als elke ‘sans-papier’ vrijwillig zou willen terugkeren.” Voortgaande op de cijfers is het geluk van de staatssecretaris sindsdien wellicht niet toegenomen.

                                                   

 

De stijging van het totaal aantal vrijwillige terugkeerders in 2016 (+480) is dus een ‘logisch’ gevolg van de asielcrisis. Zonder het toegenomen aantal vrijwillige Dublin-transfers (+259) en het toegenomen aantal asielzoekers in procedure (+662) zou er immers zelfs een stevige achteruitgang zijn.


Up up up?

 Laat ons tot slot nog even uitzoomen naar de totaliteit van de terugkeercijfers. Toen ik een tijd geleden de staatssecretaris confronteerde met het feit dat zijn totale terugkeercijfers niet zo spectaculair waren als hij beweerde antwoordde hij:

                                                             

 

Voor 2016 stelde Francken zich 1.500 extra terugkeerders tot doel, waarvan 1.000 gedwongen en 500 vrijwillig. Vandaag stellen we echter vast dat:

·        het aantal gedwongen terugkeerders in 2016 stabiel is gebleven (eigenlijk zeer licht gedaald is) ondanks de bijkomende capaciteit in de gesloten centra

·        dat de bescheiden stijging van de vrijwillige terugkeerders een logisch gevolg is van de asielcrisis

·        dat de vrijwillige terugkeer van het aantal personen zonder wettig verblijf, nochtans Franckens voornaamste doelgroep, constant blijft

·        en dat dit alles gecamoufleerd wordt door ook cijfers te gebruiken (Dublin, terugdrijvingen, …) die voordien alleen dienden om, dixit Francken anno 2012, “de cijfers te pimpen.”

 

 

 

[1] De cijfers verschillen naargelang de bron. Myria telt er 565 in 2012, 4707 in 2013, 3700 in 2014 en 4274 in 2015 (2016 nog niet beschikbaar). Volgens een twitterbericht van Theo Francken waren het er 3664 in 2014 en 4112 in 2015. Volgens cijfers van DVZ in De Standaard 21-1-2017) waren er 4187 in 2015 en 4667 in 2016. Voor de periode 2012-2014 gebruik ik de Myria-cijfers. Voor de periode 2015-2016 die van De Standaard. Het mag duidelijk zijn dat meer transparantie, bvb. door een maandelijkse rapportering, wenselijk zou zijn.