Het was met knikkende knieën dat Caroline Gennez (32) na de knock-out bij de verkiezingen voorzitster werd van de Vlaamse socialisten. Maar zie, één jaar later leidt Gennez haar partij met vaste hand - en als het moet zelfs met ijzeren hand, zoals Frank Vandenbroucke mocht ervaren. Haar sp.a revalideert in de oppositie, weg van de chaos in de regering. «Als ik Yves Leterme was, zou ik 's avonds niet graag in de spiegel kijken. Ik schaam me diep in de plaats van deze regering.»

Zelfs Anissa Temsamani vindt dat u het goed doet. Is dat een geruststelling of maakt u zich nu pas écht zorgen?

(Lacht) «Elke steun is welkom. Vorig jaar heb ik een partij geërfd met een zwaar geschonden vertrouwen en veel gekwetste ego's. Maar nu zie ik een nieuwe generatie openbloeien die snel haar plaats heeft gevonden in de oppositie. Het herstel verloopt vlotter dan ik vorig jaar in juni verwachtte. Ik geef toe: ik ben eraan begonnen met knikkende knieën. Tijdens de campagne voor het voorzitterschap zijn er nogal wat etterbuilen opengebarsten. Eén keer (nadat ook de Brugse sp.a-afdeling de kant van haar concurrent Erik De Bruyn had gekozen, red.) ben ik terug naar Mechelen gereden met het gevoel dat ik aan een 'mission impossible' was begonnen. Dat ik gewoon niet meer tot de mensen doordrong. Maar nu loopt het goed.»

U heeft zich in no time tot de baas van de partij ontpopt. Of tot de bazin, zo u wil.

«Baas, bazin... Ik trek de kar, ja. Maar gezag en leiderschap krijg je niet cadeau op het moment dat je voorzitter wordt. Dat moet groeien, op een natuurlijke manier. Er kunnen geen tién bazen zijn in een partij, maar ik heb er wel op aangedrongen dat de mensen met wie we het de volgende jaren moeten doén, voorzitter van hun eigen provinciale sp.a zouden worden: Freya in Oost-Vlaanderen, Kathleen Van Brempt in Antwerpen, Peter Vanvelthoven in Limburg, Bruno Tobback in Vlaams-Brabant, Pascal Smet in Brussel. De wonderjaren - onze 24 % van 2003 - zijn voorbij. We staan op 16 %. Mijn generatie zal het vanaf nu op eigen kracht moeten doen, ook de zogenaamde babes en de dochters en zonen ván. Enfin, ik noem dat 'mijn' generatie, maar eigenlijk ben ik de jongste. En de kleinste.»

'Kleine Tobback' werd u genoemd toen u jongerenvoorzitster was. Omdat u zo fel van leer trok tegen de echte Tobback, die toen SP-voorzitter was. Toen ik u onlangs bezig hoorde tegen Frank Vandenbroucke dacht ik: ze heeft haar bijnaam niet gestolen.

«Ik was kwaad, ja. Omdat we op het partijbureau eenparig hadden beslist dat we niet mee zouden onderhandelen over het tweede pakket in de staatshervorming. Vanuit de redenering: deze regering raakt het onderling over niets eens, dus zou het al te gek zijn mocht de sp.a vanuit de oppositie kruiwagen spelen voor een coalitie die in het beste geval een slecht beleid voert, maar in de meeste gevallen helemaal géén beleid, wat nog erger is. Daarmee was iedereen het eens, tot Frank op het eind van dat partijbureau plots begon te sissen van: 'Als het zo zit, zoek dan maar iemand anders om minister te zijn in de Vlaamse regering.' Dat vond ik onheus, en dat zég ik dan ook, op mijn eigen spontane manier. Wat, hoop ik, niet hetzelfde is als bazig.»

Nochtans klonk het zo toen u hem terechtwees: baas boven baas. Dat viel op, want in lengte van jaren had geen enkele sp.a'er het aangedurfd om een half kwaad woord te spreken over het kwartet Stevaert, Vande Lanotte, Janssens en Vandenbroucke, alias de Teletubbies.


«Wij zijn geen partij die à la Open Vld vechtend over straat rolt en zijn eigen ministers afvalt, maar toch: ons keurslijf is de jongste jaren te strak geweest. Je moet je nooit op een krampachtige manier eendrachtiger voordoen dan je bent.»

Er zijn gradaties: bij de CD&V wordt elke zweem van tweedracht binnenskamers gehouden, bij de sp.a binnensmonds.

«Als het goed gaat, is de behoefte om kritiek te geven klein. En Frank, Johan, Steve en Patrick - ik blijf die Teletubbies een onnozele naam vinden - hádden dan ook vaak gelijk. Alleen hadden ze dat gelijk iets vaker mogen toetsen bij hun achterban. Ik ben een ander type. Ik vraag niet dat men zijn kritiek binnensmonds houdt - ik deug daar zelf ook niet voor. 't Is zelfs mijn grootste gebrek als politica: ik kan geen komedie spelen, je ziet altijd meteen wat ik echt denk. Maar 't is niet omdat er eens een hard woord valt dat Frank en ik niet door één deur zouden kunnen. Meer zelfs, het is hij die mij op mijn 15de warm gemaakt heeft voor de politiek en het socialisme.»

Op uw 15de? Toen u nog onze grootste tennisbelofte was, de nieuwe Sabine Appelmans?

«Neen, net daarna. Ik kon door een rugblessure niet meer tennissen en ik verveelde me dood. Tot de jonge Vandenbroucke in Sint-Truiden kwam spreken over zijn boek 'Over dromen en mensen'. Ik was daar meteen wég van. Geweldig inspirerend. Het weekend erna reed ik met mijn ouders naar zee en zat ik op de achterbank van de auto alles na te kwekken wat ik van Frank Vandenbroucke had onthouden. 15 jaar, en maar ratelen over gelijke kansen en zo. Mijn ma zei: 'Kind, als ge in de politiek wilt gaan, doe dat dan alstublieft op een ander en niét bij de socialisten, want wij zijn zelfstandigen. Wat moeten de mensen daarvan denken?' Te laat. Ik was verkocht. Toen ik in Leuven studeerde, had ik op mijn kot maar één poster aan de muur hangen: niet van een rockster of een tennisser, maar van Frank Vandenbroucke. Ik ging bij wijze van spreken met Frank slapen en ik stond ermee op. Saai, hé?»

De sp.a is niet de enige partij die uit de verf komt in de oppositie. Verrast Lijst Dedecker u?

«Voor dat zogenaamd gezond verstand van Dedecker pas ik. De vlaktaks die hij wil invoeren - zelfde belastingvoet voor alle inkomens - levert een caissière 80 euro per jaar op en mensen met een wedde als Dedecker 8.000 euro. Dat noem ik: de gewone mens vloeren met ippon.» «En wat is er zo gezond en zo verstandig tegen 170 per uur op de autostrade, zoals Hendrik Bogaert?»

Drie thema's die handig bespeeld worden door partijen die zich op het gezond verstand beroepen, hebben jullie jarenlang links - of beter: rechts - laten liggen: het onveiligheidsgevoel, de groeipijnen van een multiculturele samenleving, het gezin. Als je de tegenstander laat starten met een 3-0 voorsprong, wordt winnen moeilijk. En zak je naar 16% of minder.

«Dat klopt. We hebben daar te lang over gezwegen, alsof er linkse en rechtse thema's waren, terwijl er alleen maar belangrijke en onbelangrijke thema's zijn. Veiligheid is een basisrecht. En het gezin - geborgenheid, zorgzaamheid, liefde - in welke vorm dan ook, klassiek of nieuw samengesteld, is essentieel. Veel mensen hebben zich zondag in Planckendael afgevraagd: waarom hebben we dit eigenlijk niet eerder gedaan, zo'n gezinsdag? Waarom zijn we er zo lang van uitgegaan dat het gezin eigendom zou zijn van CD&V?»

«Anderzijds: tot vijftien jaar geleden was ook verkeer geen 'links' thema. Dat heeft Steve helemaal naar ons toe getrokken, onder meer met zijn gratis openbaar vervoer. Daar wordt nu ten onrechte wel eens lacherig over gedaan.»

Over verkeer gesproken: daarover moet - kijk uit, ik heb gedronken! - Flor Koninckx van u zijn mond houden vanaf nu.

«Omdat Flor als woordvoerder niet meer geloofwaardig is na die alcoholcontrole. Sindsdien wordt er in Vlaanderen geen glas meer geheven zonder dat de leukste thuis er een mop over Flor Koninckx bovenop gooit. Flor kan daar zelf om lachen, trouwens. Het was dom van hem en hij weet dat, maar is rijden met één pint te veel op zoveel erger dan geflitst worden met 172 km per uur, zoals Hendrik Bogaert? Dat passeert bijna ongemerkt, terwijl er schande is gesproken over Flor. En het is verschrikkelijk wat François Sterchele is overkomen, maar over zijn snelheid - 200, hoorde ik - was de verontwaardiging minder groot.»

Terug naar de Wetstraat: wat voelt u als u de regering Leterme zo ziet strompelen?

«Schaamte. Plaatsvervangende schaamte. Als ik Yves Leterme of Didier Reynders heette, dan zou ik 's avonds niet graag in de spiegel kijken. Ik zie bij die twee geen enkele bekommernis meer om 'de mensen' waar ze het zo graag over hebben. 't Is een onwaarschijnlijk cynisch schouwspel. Leterme en zijn ploeg zijn bezig de héle politiek met een zware erfenis te belasten. Geen normaal mens die nog snapt waar het in Brussel over gaat. De politiek is al haar relevantie verloren.»

Kan Yves Leterme het niet? Wil hij niet? Mag hij niet?

«Ik krijg geen enkele aanwijzing dat hij het zou kunnen. Het moet gezegd: zijn eigen kartel maakt het hem niet makkelijk. Hoe langer alles blijft rotten, hoe liever Bart De Wever het heeft. Die hele staatshervorming is, om het in zijn eigen keukentermen te zeggen, een stinkende spaghetti die al drie keer is opgewarmd en nergens meer naar smaakt. De Wever zit er wat in te prikken met zijn vork, maar je ziet zo al dat hij ze niet zal lusten als ze op 15 juli wordt opgediend. Of later, want die 15de juli wordt de zoveelste deadline die ze aan hun laars zullen lappen. Leterme zou daar een einde kunnen aan maken, maar hij mist de moed om te beslissen - de essentie van politiek nochtans. Hij durft niet te zeggen: 'Voilà, die richting ga ik uit. Wie mij liefheeft, volge mij.' Terwijl hij verdorie 800.000 mensen achter zich heeft. Of had. Zelfs één jaar na de verkiezingen gun ik hem nog de kans om daar eindelijk iets mee te doen.»

U bedoelt: u gunt hem de kans om te mislukken.

«Of om te lukken. Want dan zal hij de premier zijn van een uitgesproken rechtse, asociale regering. Dan zouden we tenminste wéten waartegen we oppositie voeren. Nu is het een schimmenspel.»