De nationale black-outoefening van Lampiris heeft aangetoond dat als 140.000 gezinnen hun energieverbruik vrijwillig een uur beperken, er een halve kerncentrale wordt uitgespaard. Maar waarom zouden deze gezinnen en bedrijven daar niet voor betaald kunnen worden? Elektriciteit verbruiken kost geld, maar een black-out ook. Die vermijden, kan dus geld opbrengen. En wie daartoe bijdraagt, moet worden vergoed.

Geld krijgen om geen energie te verbruiken, het kan. Ook in ons land is zo'n bedrijf actief: het Antwerpse Restore

De regering slaat ons om de oren met de waarschuwing dat het licht dreigt uit te gaan. De paniekoplossing luidt dat we tussen 17 en 19 uur niet meer mogen strijken, geen kippetje in de oven mogen zetten of de kerstverlichting laten branden, op straffe van boetes. Dat zijn repressieve maatregelen, terwijl er vriendelijker alternatieven bestaan, die voor gezinnen en bedrijven die vrijwillig hun energieverbruik beperken een win-winsituatie opleveren.

Zo besliste de Britse regering dat bedrijven die vrijwillig hun elektriciteit afschakelen daarvoor worden vergoed door de netwerkbeheerder. Dat is minder gek dan het lijkt. Een macro-economische analyse van de kosten van een black-out in Oostenrijk toonde een prijskaartje van 40 tot 60 miljoen euro per uur. In Duitsland zou een winterse black-out van één uur 0,6 tot 1,3 miljard euro kosten. Wie erin slaagt dergelijke pannes te vermijden, kan dus geld verdienen.

Er is dan ook een nieuwe en voorlopig nog vrij onbekende markt ontstaan in demand response-strategieën - de sturing van de vraag - en in balancing services. Bedrijfjes regelen voor hun klanten - ondernemingen, hotels, ziekenhuizen, overheidsdiensten en in theorie ook gezinnen - een tijdelijke afschakeling van de energie.

In Londen is sinds 2009 KiWi actief. Het bedrijfje analyseert het stroomverbruik van zijn klanten, gaat na welke onderdelen tijdelijk afgeschakeld kunnen worden - minimaal één uur, maximaal twee uur - en installeert een toestel dat die afschakeling regelt. Dat gebeurt allemaal gratis, want de kosten worden vergoed door de netwerkbeheerder.

Bedrijven doen op vrijwillige basis mee. Op het einde van het jaar krijgen ze nog geld toegestopt in de vorm van een bonus. Geld krijgen om geen energie te verbruiken, het kan. Ook in ons land is zo'n bedrijf actief: het Antwerpse Restore, dat al voor 1.000 megawatt energie van klanten beheert en in staat is 250 megawatt te besparen, ongeveer de energieconsumptie van zo'n 50.000 gezinnen. Ook die klanten worden vergoed door netwerkbeheerder Elia.

Demand response of balancing wordt gezien als een manier om black-outs te voorkomen, maar het model biedt heel wat toekomstperspectieven. Hoe we het ook draaien of keren, we moeten het gebruik van fossiele energie radicaal afbouwen en vervangen door hernieuwbare energie als we de klimaatdoelstellingen willen halen. Hernieuwbare energie garandeert echter geen constante energieproductie: als het niet waait of als er weinig zon is, dan is er minder productie. We zullen dus sowieso ons energienetwerk moeten balanceren. Het is dat of nieuwe fossiele en nucleaire energiecentrales bouwen en massaal energie blijven invoeren uit onstabiele regio's.

Maar dat is veel duurder dan besparen, en gevaarlijker en erg schadelijk voor het milieu. De Britse regering berekende dat er maar liefst 138 miljard euro aan nieuwe investeringen nodig zijn tegen 2020 om tegemoet te komen aan de toenemende energievraag, het equivalent van de jaarlijkse bouw van twintig olympische stadions tot het einde van het decennium. In tijden van bezuiniging is dat een probleem. Demand response-diensten kunnen behoorlijk wat druk van de ketel nemen, ons voorbereiden op een toekomst waarin we het net sowieso moeten balanceren én massa's CO2 besparen. En wie bespaart, verdient geld. Dat is een vriendelijkere aanpak dan de repressieve boetestrategie in de paniekplannen van de regering.