De Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het parlement van de Brusselse Vlamingen, heeft een resolutie goedgekeurd die de Vlaamse Regering vraagt om de voorrangsregels in het Nederlandstalig secundair onderwijs te herzien. De resolutie werd ondertekend door Bruno De Lille, Annemie Maes, Arnaud Verstraete (Groen) en Fouad Ahidar (sp.a) en vraagt om rekening te houden met de schoolloopbaan van het kind, en niet enkel met de thuistaal van de ouders. 

Op dit moment is er voorrang voorzien voor kinderen van Nederlandstalige ouders. Kinderen, die hun hele schoolloopbaan in het Nederlandstalig onderwijs hebben afgelegd, kunnen niet van een dergelijke voorrang genieten. “Dit is niet logisch,” aldus Fouad Ahidar. “Brusselse ketjes die in hun kleuterschool en lagere school in het Nederlands hebben gevolgd, moeten zonder problemen kunnen doorstromen naar het middelbaar onderwijs in het Nederlands”.

Fouad Ahidar onderstreept dat een meer democratisch inschrijvingssysteem niet voldoende is. Er moet ook worden geïnvesteerd in het Nederlandstalig onderwijs, zodat er voldoende plaatsen zijn en iedereen een opleiding van zijn of haar keuze kan volgen.  

Een gelijkaardige resolutie werd door de Brusselse Vlamingen twee jaar geleden al eens gestemd, maar de Vlaamse Regering gaf er toen geen gehoor aan. “Hopelijk volgt Vlaanderen nu wel,” zegt Ahidar. “Ik roep alvast de collega’s van CD&V en Open Vld, die de resolutie mee goedkeurden, op om hiervan mee werk te maken”.