In december hebben we het weer mogen meemaken:  ‘De Warmste Week’, het jaarlijkse orgasme van liefdadigheid.  Het geeft een wrang gevoel te zien dat tal van organisaties, die wel belangrijk werk verzetten, uit de hand moeten leven van opgeklopte media-initiatieven. Politieke verantwoordelijken klimmen dan telkens weer op het podium om minzaam knikkend een bedragje toe te voegen.  And that’s it. Verder met de orde van de dag.

Welzijn moet structureel ingebed worden in een gemeenschap die zich bekommert om de kwetsbaren.  De kloof tussen arm en rijk wordt groter en een overheid moet de oorzaken aanpakken.  Liefdadigheid verandert niets, het is een noodmaatregel.  

Wonen is één van de grote armoedemakers, dus moeten we ervoor zorgen dat er meer sociale en goedkopere woningen komen.  Als uitkeringen en pensioenen voor velen zo laag zijn dat gezondheidszorgen niet worden opgenomen, dat nutsvoorzieningen niet meer kunnen betaald worden en dat er op het einde van de maand nog enkel choco op het menu staat, dan moet daar iets aan gedaan worden.  Mét belastinggeld!  Het is namelijk een keuze waaraan men dat geld besteedt.

En dit is ook een Kontichs verhaal.  Want armoede is een venijnige killer die snel kan toeslaan, ook bij diegene die het niet verwacht.  Alleenstaande moeders met kinderen, langdurig zieken, mensen die langdurig werkloos zijn, ouderen die té lang thuis blijven wonen omdat een woonzorgcentrum te duur is, en werkende armen, vaak te vinden in dienstenchequesystemen of in supermarkten met ‘flexibele uurroosters’. Onze gemeente Kontich, met bijna 200 gezinnen die van een ‘leefloon’ moeten ‘leven’, wordt ook niet gespaard.  

Zorg voor de kwetsbaren en het dichten van de kloof tussen rijk en arm is een garantie voor onze democratie.  Het verzwakken van sociale intiatieven – zij het van de overheid, zij het van het middenveld – is niet alleen immoreel, het is ook gevaarlijk.