We leven niet langer met de media, maar erin. De verschuiving van ons sociale leven van 'live' naar 'online' is haast geruisloos verlopen. Maar een mens gedraagt zich anders voor zijn scherm dan face to face. Daarom is privacy voor elke sociale media gebruiker cruciaal: we moeten onszelf kunnen beschermen en beschermd worden tegen onszelf. Het is de hoogste tijd voor een doortastend beleid inzake online-privacy. Geen beter moment dan deze digitale week om actie te vragen op Europees, federaal en Vlaams niveau.

Wetgevend werk dat mensen online beschermt, is essentieel. Een flankerend beleid inzake mediawijsheid, dat mensen weerbaar, kritisch en creatief leert omgaan met media, evenzeer.

Informatie opgezocht over een pretpark, een auto aangeklikt op een tweedehandssite, of een clipje bekeken op Youtube? Dan staat er binnen de kortste keren een advertentie op de tijdslijn van ons Facebookprofiel of in onze mailbox. Gratis internetdiensten genereren inkomsten door de gegevens van hun gebruikers te verzamelen en te verkopen. Als een dienst gratis is, zijn wij het product. We hebben geen zicht op welke informatie internetbedrijven over ons vergaren, koppelen en/of verkopen, geen inzage in wat er met onze gegevens gebeurt of hoeveel ze eraan verdienen, en we hebben er geen verweer tegen.

De meeste mensen stoort het doorgaans niet dat ze aangesproken worden voor producten waarin ze geïnteresseerd zijn. Het wordt wel storend als een hotelletje waar je naartoe surfte, wekenlang op je scherm opduikt. Los van het opdringerige karakter van targeted advertising, rijst de vraag in hoeverre wij koopwaar zijn.

Controle

Gebruikers moeten controle krijgen over wie hun persoonlijke gegevens vergaart en wat ermee gebeurt. De Europese en federale overheden moeten dringend een beleid ontwikkelen dat internetbedrijven verplicht om gebruikers volledige controle te geven over hun privacy. Allereerst via een automatische privacy-instelling(opting-in), die controle over de privacy standaard garandeert, in tegenstelling tot de huidigeopting-out-instelling, waarbij gebruikers standaard gegevens vrijgeven zonder dat te beseffen. Ook moet het beleid internetbedrijven verplichten om hun gebruikers zicht te geven op en controle over wat er gebeurt met hun data.

Die elementen werden opgenomen in de Europese verordening die in de maak is. De federale en Vlaamse ministers moeten erover waken dat ze niet afgezwakt wordt onder druk van de machtige lobbymachine van de sector. Waar flagrante inbreuken gebeuren tegen de Belgische wetgeving, moet worden opgetreden. Wetgevend werk dat mensen online beschermt, is essentieel. Een flankerend beleid inzake mediawijsheid, dat mensen weerbaar, kritisch en creatief leert omgaan met media, evenzeer. Dat vergt ook brede sensibiliseringscampagnes naar het grote publiek door het kenniscentrum mediawijs.be.

Voorts moet onderzocht worden hoe ook in het lager en zelfs kleuteronderwijs mediawijsheid kan worden opgenomen in de eindtermen, vakoverschrijdend of via een specifiek vak. Kinderen groeien op met de (online) media en moeten optimaal leren omgaan met de positieve én negatieve aspecten, ook op school. Overheden en gebruikers hebben inzake online-privacy een gedeelde verantwoordelijkheid. De eerste moeten een transparant kader scheppen met duidelijke spelregels voor internetbedrijven. Het is dan aan de gebruikers om zelf ook mediawijs door het leven te gaan.










Beluister hier ook het interview met Bruno Tobback rond Online Privacy: http://21bis.be/media/2015/facebook-en-google-verkopen-onze-gegevens