Zo kan het niet verder. Acht jaar na de bankencrisis worden we opnieuw geconfronteerd met het egoïsme van bankiers en aandeelhouders. Toen moesten we ze redden van hun onverantwoordelijk verleden door hun schulden over te nemen. Nu moeten we ze redden van hun toekomst door hun personeel over te nemen. Het enige wat niet verandert, is dat het geld op het einde van de dag naar de aandeelhouders gaat. Ik pleit voor een radicaal andere koers. Het is tijd dat we het geld van de banken van hier investeren in de mensen van hier.

De banken zijn vergeten dat de hogere taksen een compensatie zijn voor de verliezen die ze hebben afgewenteld op de maatschappij.

De situatie van de grootbanken wordt geëvalueerd door… de hoofdeconomen van de grootbanken zelf. Zij spelen rechter en advocaat tegelijk. Die hoofdeconomen rationaliseren de beslissingen van hun bazen door te wijzen op de ‘technologische disruptie’. Het is onwaarschijnlijk om te zien hoeveel energie de grootbanken de afgelopen 48 uur gestopt hebben in dat verhaal om de mensen de massale ontslaggolf in de sector te doen slikken. Alsof de digitale omwenteling gisteren uit de lucht viel. De waarheid is dat de technologische disruptie niets anders is dan een evolutie. Het aantal mensen dat via de pc bankiert, is van 1,8 miljoen in 2003 naar 11 miljoen in 2015 gegaan. Het mobiel bankieren van 136.000 in 2011 naar rond de 4 miljoen nu. Dat verklaart helemaal niet waarom al die C4’s nu vallen. En het verklaart al helemaal niet waarom er 7 miljard euro van Belgische gezinnen en kmo’s naar het moederbedrijf in Nederland is gegaan. Trouwens, welke toekomst stellen we veilig door 7 miljard euro als dividend uit te keren?

Mag het even?

Binnenskamers klopt de bankenlobby ook op de regeringstafel vanwege de hoge bankentaksen. Is de lobby dan al vergeten dat die hogere belastingen een compensatie zijn voor de verliezen die ze op de samenleving heeft afgewenteld? Mag het even? Die taksen tasten onze winst aan, klinkt het dan. Dat is wellicht zo en maar goed ook. Banken moeten door hun dienstverlening maken dat ondernemingen winst kunnen boeken, in plaats van voor eigen winst te gaan zoals voor 2008 het geval was. Los van het feit dat de huidige taksen zelfs niet in de buurt komen van het sociale en economische verlies dat de samenleving geleden heeft, hebben de bankentaksen, samen met de nieuwe wetgeving, precies tot doel hun risicogedrag te beperken.

Maar we zijn er nog lang niet. De bankentaksen zijn immers niet eerlijk verdeeld. Ze zijn disproportioneel te veel op de kleine spaarbanken gefocust, terwijl de verliezen vooral door de grootbanken zijn veroorzaakt. Op de koop toe zeggen de grootbanken nu mensen te moeten ontslaan wegens die taksen, terwijl sommige van de kleinere spaarbanken vandaag zelfs aanwerven. Het is de wereld op haar kop. Dan stel ik mij oprecht de vraag: wat heeft het overleg daarover tussen de regering en bankensector de voorbije maanden eigenlijk opgeleverd? Gaat de regering de sirenenzang van de grootbanken volgen?

Kleine spaarbanken

Bovendien wil de regering buitenlandse aandeelhouders nog verder paaien door Brussel uit te spelen als financieel prestigeproject. We zijn nu al het spaarcentrum waar buitenlandse banken geld komen ophalen, maar als er grote lokale projecten gefinancierd moeten worden, dan is er plots geen geld meer. Dat is intellectueel arm en economisch droevig. We kunnen en moeten een beter economisch verhaal schrijven. De regering moet activisme tonen om investeringen en participaties van de bedrijven van hier te financieren met het spaargeld van hier. Daarom zouden we beter de kleine banken die hier verankerd zijn, versterken en werk maken van Brussel als financieel innovatiecentrum.

Het is hoog tijd om de missing link te leggen tussen kleine, veilige en competitieve spaarbanken en grote lokale investeringen. De grootbanken zijn duidelijk niet die link. We moeten integendeel rekenen op innovatieve financieringsplatformen, met knowhow en expertise van hier. Door de bijna nulrente en de hoge inflatie verloren Belgische spaarders 5 miljard koopkracht in een jaar. Als de premie op investeringen naar de spaarder zou gaan, verbetert die koopkracht opnieuw. Een verhaal met alleen winnaars: de mensen van hier én de bedrijven van hier.

Misschien moeten de werkgroepen van hoog niveau zich daar eens over buigen? Dan zouden ze ongetwijfeld tot de conclusie komen dat het beter is om wat beursgeobsedeerde bankiers hun C4 te geven en sociale en technologische innovatoren aan het hoofd zetten. Om zo met de winst van de voorbije jaren die transitie te begeleiden in plaats van enkelen schatrijk en velen bang voor de toekomst te maken.