Er zijn de voorbije jaren tal van maatregelen genomen om spijbelen tegen te gaan. Toch blijven de cijfers in het basisonderwijs toenemen. Wat loopt er mis?

Maatregelen tegen schoolverzuim hebben geen effect op hardnekkige groep
In 2016-2017 waren in Vlaamse basisscholen 3.004 leerlingen problematisch afwezig. Een schooljaar eerder waren dat er 2.957. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Steve Vandenberghe (sp.a) opvroeg bij onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V). Het gaat in dit geval om kinderen die minstens 30 halve dagen zonder passende verklaring, zoals een doktersbriefje, van de schoolbanken wegblijven. Vandenberghe is bezorgd. "Elk kind dat niet op de schoolbanken zit, is een probleem." Hij heeft het over leerachterstand, maar ook over verspilde middelen en leerkrachten die met hun reguliere takenpakket al onder druk staan.

Lokaal aanpakken
De politicus geeft toe dat de afgelopen jaren heel wat inspanningen zijn gedaan. Zo is er een Vlaamse spijbelambtenaar aangesteld, worden centra voor leerlingenbegeleiding (CLB's) sneller ingeschakeld en is de definitie van problematische afwezigheid strenger gemaakt. "Maar het lijkt erop dat de maatregelen niet voldoende zijn", zegt Vandenberghe. Hij denkt dat de CLB's overbevraagd zijn en dat het spijbelprobleem nog meer lokaal aangepakt moet worden. "Niet door een ambtenaar op een kabinet in Brussel." Brugfiguren die de school en de thuis verbinden, zijn volgens hem de oplossing. "Maar gemeentebesturen hebben niet genoeg middelen om die in te zetten."

Spijbelambtenaar Sarah Neyts nuanceert de cijfers. "Als je naar de absolute cijfers kijkt, dan is er inderdaad een toename. Maar percentagegewijs, op het totale aantal ingeschreven leerlingen, zien we een status quo." Volgens haar is ze als ambtenaar wel degelijk lokaal actief. Maar ze noemt het niet vanzelfsprekend om de tendens van jaar na jaar meer problematische afwezigheden van de ene dag op de andere om te buigen. "We merken vooral dat een hardnekkige groep leerlingen die al langer spijbelt moeilijk te bereiken is." Een eenduidige verklaring is er niet. "Maar we zien bijvoorbeeld wel dat in die groep kinderen zitten die eigenlijk toegang  zouden moeten krijgen tot de integrale jeugdhulp maar daar op wachtlijsten stoten." Dat in de recentste cijfers de zesjarigen de grootste groep van spijbelaars in het basisonderwijs vormen, vindt ze niet verrassend. "Veel ouders zijn niet goed op de hoogte van het feit dat een kind vanaf zes jaar leerplichtig is. Dus ook als het op die leeftijd het laatste kleuterklasje opnieuw moet doen."

Moeilijke thuissituatie
Het is te eenvoudig om het beleid af te rekenen op deze cijfers, vindt professor sociologie Bram Spruyt (VUB). Hij wijst erop dat de toename verklaard kan worden door een betere bewustwording en dus ook een betere registratie. Ook benadrukt hij dat het aantal leerlingen die in het lager van de schoolbanken wegblijven, relatief klein is. "Het gaat om slechts 0,6 procent." Volgens Spruyt is het niet vanzelfsprekend om die groep te bereiken.

"Dit zijn geen kinderen die beslissen om als de zon schijnt buiten te spelen in plaats van naar school te gaan. Het zijn in principe de ouders die het initiatief nemen om hen thuis te houden." Vaak hangt hun afwezigheid samen met een moeilijke thuissituatie. "Denk aan: een tienjarige die op zijn zieke broer of zus moet passen zodat de ouders kunnen werken, of een negenjarige die niet mee op uitstap gaat omdat er geen geld voor aangepaste kledij is."

Spruyt erkent wel wat parlementslid Steve Vandenberghe zegt: dat elk kind dat niet op de schoolbanken zit een probleem is. "De moeilijkheden die daarmee gepaard gaan, nemen ze mee naar het secundair." Ook daar blijven de spijbelcijfers toenemen. Onderwijsminister Crevits benadrukt in een reactie dat de cijfers in het lager onderwijs procentueel niet meer zijn toegenomen, maar dat desondanks spijbelen onaanvaardbaar blijft. "Met het actieplan Samen tegen Schooluitval voeren we de strijd verder op en maken we werk van een aanklampend beleid."