Kinderen met Down leren beter lezen, schrijven en rekenen in een gewone klas. Mijn aanvoelen, en dat van vele anderen, wordt bevestigd door wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van inclusief onderwijs.

Uit het onderzoek aan de Universiteit Gent blijkt nochtans dat kinderen met Down wel varen bij een gewone school, omdat ze sneller aan lezen, schrijven en rekenen beginnen.

Toch zit amper 2 tot 3 procent van de Vlaamse kinderen met downsyndroom in een gewone klas, en meestal haken ze af na de kleuterklas. Dat staat in schril contrast met Nederland, waar meer dan de helft van alle Down-kinderen minstens een paar jaar in het gewone basisonderwijs heeft gezeten. Of met Italië, waar álle kinderen met Down naar een gewone school gaan.

Toch willen we daar in Vlaanderen niet aan. Uit het onderzoek aan de Universiteit Gent blijkt nochtans dat kinderen met Down wel varen bij een gewone school, omdat ze sneller aan lezen, schrijven en rekenen beginnen. Ze profiteren ook van de taalrijkdom van leerkrachten en medeleerlingen. Maar bij ons redeneren we niet zo. Wij zijn bang dat kleuters en kinderen met downsyndroom het niveau in de klas naar beneden trekken, dat ze hun klasgenootjes dommer zouden maken. Dezelfde verkrampte angstreflex die sommigen deed steigeren bij de op stapel staande hervorming van het secundair onderwijs. Dit is geen pleidooi om elk kind met Down te laten aarden in een gewone klas. Soms stappen ze na een paar jaar over naar het bijzonder onderwijs, maar die extra leerwinst pak je hen niet meer af. Een hele groep wordt beter van een gewone klas, zonder dat ze meer druk of last veroorzaken bij hun klasgenootjes. Integendeel, voor de andere kinderen is het een verrijking om vroeg te leren dat sommige kinderen een beetje anders zijn. Iets extra's hebben.

Vorige week gaf ik twee uur les economie aan een groep jongens met autisme. Al na drie zinnen bestookten ze me met vragen. Vragen die het niveau van elke groep waar ik ooit voor sprak moeiteloos overstegen. Scherp, met humor, zonder de vaak voorkomende drang om kennis te willen etaleren. Ik heb twee uur lang op de tippen van mijn tenen moeten staan. In hun meest zoekende jaren kunnen die jongens met autisme gelukkig ook ergens apart terecht, met leeftijdsgenoten die hetzelfde doormaken en elkaar begrijpen. Maar dan begint het. Naar de universiteit? Naar de arbeidsmarkt? Ook op latere leeftijd zie je dus hetzelfde fenomeen.

Of het nu om kinderen met Down, jongeren met autisme of volwassenen met een chronische ziekte gaat, onze samenleving heeft het moeilijk met beperkingen en belemmeringen. Ze zijn hindernissen en kostenposten, veroorzakers van die ellendige wachtlijsten.

Waarom hebben wij toch de neiging om iedereen die een beetje anders is uit het gezichtsveld te houden? In Italië gaan kinderen met Down niet naar een instelling, maar heeft elke school een gespecialiseerd team om kinderen die een beetje anders zijn zo normaal mogelijk te laten opgroeien en bijleren. Ik weet niet eens wat het meeste kost. Het vraagt om een andere mentaliteit, extra inspanningen en misschien wel extra investeringen. Maar leveren die niet sowieso veel meer maatschappelijke winst op? We zijn het toch aan al die mensen met iets extra's verplicht om dat extra ten volle te benutten?