De regering belooft vele miljarden aan belastingverlaging. Maar dan vooral na 2018. En ja, zelfs in 2020, na de volgende verkiezingen dus. Intussen hakken de extra belastingen op consumptie en andere factuurverhogingen onmiddellijk in op de koopkracht van gezinnen en alleenstaanden. De suikertaks, die geen suikertaks blijkt te zien, is het laatste schoolvoorbeeld van een lange rij maatregelen voor een tax shift die er geen is. Het zijn mooie praatjes die niets veranderen aan het feit dat u gerold wordt. 
Een doorlichting van de begrotingscijfers leert dat de regering haar belofte van belastingverlaging onmogelijk kan nakomen. Er zit zoveel lucht in deze begroting dat de fiscale ontvangsten veel te laag zullen uitvallen en dat de aangekondigde besparingen in de administraties bovendien bij een aankondiging zullen blijven. In 2018 zal de regering immers meer dan 2,2 miljard te kort komen. Tegen 2020 loopt dat tekort zelfs op tot meer dan 3,3 miljard euro.
Tot nu toe kwam voor elke begrotingscontrole een ‘onverwacht’ tekort aan het licht van vele honderden miljoenen. Zo lagen de ontvangsten in juli meer dan 700 miljoen lager dan verwacht en was een btw-verhoging op elektriciteit nodig om het gat te dichten. Begin deze maand lagen de ontvangsten meer dan 800 miljoen lager dan verwacht en werd een aantal belastingverhogingen vervroegd ingevoerd. De Tijd-journalist Pieter Blomme rekende uit dat voor 2017 nu al een gat te verwachten is van 600 miljoen euro, alleen al door het vervroegen van een aantal maatregelen (1). Deze dynamiek zal zich blijven herhalen en de impact zal steeds verder toenemen.
De beloofde belastingverlagingen zijn met andere woorden een ongedekte cheque.

1. Besparingen
Een groot deel van het tekort geeft de regering zelf toe. Zo moet ze nog 500 miljoen euro zoeken tegen 2017, 1 miljard euro tegen 2018 en 2 miljard tegen 2020. Daarnaast is er de onderbenutting voor 2015 en de re-design van de overheid, die tegen 2018 550 miljoen euro zou moeten opleveren aan extra besparingen in het overheidsapparaat. Re-design is een fancy woord voor het schrappen van kredieten.
De regering verhoogt de onderbenutting met 115 miljoen in 2015 en wil dit bereiken door verhoogde begrotingsdiscipline. Het is een raadsel hoe je na 10 oktober nog een budgettair effect van die grootorde kan realiseren op de reeds betaalde facturen, of door de bestellingen te drukken die nog gedaan moeten worden in de korte periode die nog rest dit jaar. Ook voor de jaren na 2015 wordt een bijkomende onderbenutting voorzien van 115 miljoen euro.
De re-design zelf is al helemaal een lege doos. Niets concreets. Niets meer dan een lege enveloppe besparingen die deze regering nog concreet moet invullen. En elke besparing die zich binnen datzelfde eventueel zou realiseren, zal ten koste zijn van de onderbenutting die dan zal dalen. De onderbenutting is immers de rest van begrotingskredieten die op het eind van het jaar niet zijn opgebruikt. Het spreekt voor zich dat hoe meer je de kredieten vermindert, hoe kleiner die onderbenutting zal zijn. Op die manier verdwijnt de eventuele winst.

2. Fraudebestrijding, kaaimantaks en regularisatie

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bedragen die de federale regering in de begroting heeft opgenomen met betrekking tot de strijd tegen fiscale fraude, de kaaimantaks en de nieuwe regularisatieronde. In wat volgt, leggen we uit waarom deze bedragen in een aantal gevallen sterk overtrokken zijn en waarom dit zich ook zal uiten in de fiscale ontvangsten.

 

a. Fraudebestrijding
In het regeerakkoord werd een traject in de begroting uitgestippeld met betrekking tot de strijd tegen fiscale fraude. Echter, in de wetsontwerpen die de regering in navolging van het regeerakkoord en de opmaak van haar begroting 2015 naar het parlement stuurde, is geen enkele fraudemaatregel terug te vinden. Die kritiek werd gepareerd door (toenmalig) Staatssecretaris voor de Strijd tegen Fiscale Fraude Elke Sleurs. Zij presenteerde in februari 2015 een actieplan dat borg moest staan voor de opbrengst die in de begroting werd ingeschreven (2).

Een evaluatie van het actieplan van februari 2015 is even ontluisterend als snel gemaakt. Zo goed als niets werd effectief uitgevoerd. En wat wel werd uitgevoerd (de kaaimantaks werd goedgekeurd in het parlement) is apart opgenomen in de begroting voor een bedrag van 460 miljoen euro per jaar. Dus naast de opbrengst van de strijd tegen fiscale fraude. Verder is de maatregel ‘misbruik vennootschapsstructuren’ niet alleen opgenomen in het actieplan-Sleurs, maar opnieuw in de begrotingscontrole van april waarvoor bijkomend een opbrengst van 22,5 miljoen euro per jaar werd ingeschreven. Los van de vraag of die actie is uitgevoerd, is het in elk geval een dubbeltelling. Ofwel moet 22,5 miljoen euro in mindering worden gebracht van het traject van het regeerakkoord, ofwel van de opbrengst voorzien in navolging van de controle in april. 
⇒ Begrotingscontrole april
Bij de controle in april werd 100 miljoen euro extra per jaar ingeschreven. 70 miljoen daarvan komt van de regularisaties in het kader van de BBI-instructie en 22,5 miljoen uit de aanpak van misbruik van vennootschapsstructuren. Beide zijn een dubbeltelling. De aanpak ‘misbruik vennootschapsstructuren’ werd al aangekondigd in het actieplan-Sleurs (zie eerder). Wat de regularisaties betreft, wordt een nieuw regelgevend kader ingevoerd na de begrotingscontrole van juli  waarvoor de opbrengst apart in de begroting werd opgenomen: jaarlijks 250 miljoen vanaf 2016. Het spreekt voor zich dat de BBI vanaf 2016 geen regularisaties meer zal doen op basis van de interne instructie, maar dat alle regularisaties via het contactpunt regularisaties moeten verlopen. Bijgevolg is de 70 miljoen euro opbrengst door de instructie BBI, waar de regering jaarlijks op rekent, zonder voorwerp. Dat staat dan nog los van de vraag of de nieuwe regularisatie werkelijk 250 miljoen euro per jaar kan opleveren.

⇒ Begrotingscontrole juli
In het kader van haar zogenoemde tax shift besliste de regering 75 miljoen euro extra in te schrijven voor 2017 uit de strijd tegen fiscale fraude én 175 miljoen euro voor 2018 en alle volgende jaren. In de notificaties lezen we dat “deze opbrengsten zullen voortkomen uit de maatregelen opgenomen in het plan ter bestrijding van fiscale fraude van de Minister van Financiën. Dit plan zal aan de regering worden voorgelegd voor de opening van het parlementair jaar.” Het is nu afwachten wat dit plan brengt. In elk geval hangt het gros van de opbrengsten fraudebestrijding niet af van dat aangekondigde fraudeplan, dat pas opbrengsten met zich mee zal brengen vanaf 2017.

b. Kaaimantaks
In het fraudeplan van Elke Sleurs was de kaaimantaks het vlaggenschip. Oorspronkelijk rekende de regering op 120 miljoen euro per jaar, vanaf 2016. Het Rekenhof en de Inspectie Financiën stelden daar ernstige vraagtekens bij (3). Bij de controle in april werd plots 50 miljoen ingeschreven voor 2015, een voorafname op 2016 doordat gerekend werd op voorafbetalingen voor de beroepsinkomsten van juridische structuren. Bij de controle in juli werd de jaarlijkse opbrengst van 120 miljoen euro opgetrokken tot 460 miljoen euro.
Fiscalisten en experten zijn het roerend eens: de opbrengst van de kaaimantaks is niet alleen onvoorspelbaar, maar bovenal overschat. Zij stellen onomwonden: “De 120 miljoen waar de regering op rekent, komt er niet” (4). Axel Haelterman schat de jaarlijkse opbrengst op 30 à 50 miljoen euro, ofwel tien keer minder dan waar de regering op rekent. Anton Van Zantbeek gaat zelfs een stap verder. “De regering zal al van een groot succes mogen spreken als de baten van de nieuwe belasting de kosten overstijgen (5). De regering stelde het ontwerp van de kaaimantaks dan ook zo op dat niet meer na te gaan valt hoeveel de belasting effectief zal opbrengen.
c. Regularisatie
Bij dezelfde fiscalisten valt bovendien te horen dat tijdens de laatste fase van de vroegere regularisatie, die door de regering-Di Rupo werd afgeschaft, bijzonder veel zwart geld werd geregulariseerd. Gerd Goyvaerts (6), specialist bij Tiberghien, vindt dat het potentieel beperkt is. “Mensen met grijs en zwart geld hebben de afgelopen jaren massaal hun fortuinen geregulariseerd’, zegt Goyvaerts . Het succes van de laatste regularisatie was bovendien deels te verklaren door de aangekondigde einddatum. Vandaag is de aankondiging dat de nieuwe regeling vele jaren blijft bestaan (evenwel tegen licht oplopende tarieven). Opnieuw uitstellen is voor fraudeurs die nog niet geregulariseerd hebben een blijvende mogelijkheid. En als ze de afgelopen jaren verkozen met hun fraudegeld onder de waterlijn te blijven, waarom zouden ze nu van mening veranderen? Samengevat: om nu zonder boe of ba te stellen dat jaarlijks 250 miljoen euro extra wordt binnengehaald via een nieuwe permanente regularisatie is niet zonder risico.

3. Terugverdieneffecten
De regering voorziet terugverdieneffecten die oplopen van 300 miljoen euro in 2016 tot 900 miljoen euro in 2020. Dat is het equivalent van ongeveer 10.000 jobs in 2016 en 30.000 in 2020. Het zou hier dan gaan om extra jobs, gecreëerd door het beleid van de regering. We hebben onze twijfels bij deze ramingen. Het is immers opmerkelijk dat de regering in haar zelfverklaarde obsessie voor ‘jobs, jobs, jobs’ niet kiest voor een tax shift waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat die het meest jobs kan opleveren. Op basis van een studie van de NBB uit 2011 lieten we in een eerdere blog (7) al zien dat een op lage lonen gerichte lastenverlaging gefinancierd door lasten op kapitaalinkomsten de efficiëntste manier is om extra jobs te creëren. Dus: ondanks het feit dat ze niet het beste instrument gebruikt om jobs te creëren, rekent de regering toch flink door met haar terugverdieneffecten. Niet zonder risico.
4. Conclusie: show us the money!
Ondanks het feit dat we ons ernstig vragen stellen bij de voorziene opbrengst van de nieuwe regularisatieronde, behouden we het bedrag van de regering. We zijn in een optimistische bui en doen niets af van de beloofde terugverdieneffecten waar de regering op rekent. Ook daar geven we de regering dus het voordeel van de twijfel. Voor de kaaimantaks houden we de opbrengst op 120 miljoen euro per jaar, zelfs al vinden fiscalisten, het Rekenhof en IF dat een overschatting. Tenslotte doen we niets af van de opbrengst die werd ingeschreven in navolging van het nog voor te stellen actieplan van de minister van Financiën. Onze veronderstellingen zijn alles bij elkaar beschouwd dus optimistisch voor de regering.

De vaststelling is dat de regering de inkomsten van de maatregelen die ze neemt in de strijd tegen fiscale fraude, de kaaimantaks en de fiscale regularisatie sterk overschat. Die overschatting loopt op van 560 miljoen volgend jaar tot 660 miljoen in 2018 en de jaren erna.

Een doorlichting van de begrotingscijfers geeft aan dat de regering de belofte van belastingverlaging onmogelijk kan nakomen. Er zit zoveel lucht in de begroting dat de fiscale ontvangsten veel te laag zullen uitvallen en dat de aangekondigde besparingen bij een aankondiging zullen blijven. In 2018 zal de regering meer dan 2 miljard euro te kort komen en tegen 2020 loopt dat tekort op tot meer dan 3 miljard euro.