De regering wil tot minstens aan de verkiezingen van 2019 verhullen dat de verlaging van de vennootschapsbelasting geld kost. Daarom neemt ze een aantal maatregelen die alleen tijdelijk het inkomstenverlies compenseren, maar structureel niets opleveren. Dat blijkt uit de cijfers van de regering zelf, zonder dat we ook maar één correctie op die cijfers toepassen. De hervorming van de vennootschapsbelasting doet zo de structurele begrotingsinspanning van amper 0,3% BBP, die de regering voorop heeft gesteld in 2018, met meer dan een kwart teniet. In euro’s is komt dat neer op een bijkomend structureel tekort van 355 mio euro. Voor 2020 verslechterd het structureel begrotingssaldo met 863 miljoen, of bijna 0,2% BBP. De bij Europa ingediende begroting is dan ook op zijn minst misleidend te noemen.


2018
2019
2020
SALDO structureel - mio euro
-354,7
-361,3
-862,9
SALDO structureel - % BBP
-0,08%
-0,08%
-0,18%


In de begroting die werd ingediend in het Parlement (op 20/10)[1] en bij Europa (op 16/10)[2] wordt slecht heel beperkt ingegaan op het financiële plaatje van de verlaging van de vennootschapsbelasting. “Deze hervorming zal op begrotingsvlak neutraal zijn”[3]: met die uitleg moesten de EC en het Parlement tevreden zijn. Aangezien het de begroting voor 2018 betreft, is de stelling van de regering dat de verlaging van de vennootschapsbelasting het structureel begrotingssaldo niet negatief beïnvloedt. 

De vraag is dus niet alleen hoeveel de hervorming kost op kruissnelheid, daar komen we in een volgende blog op terug. Waar de Europese Commissie streng op toekijkt, is welke impact de hervorming heeft op de begroting van 2018. En meer bepaald wat de impact is op de verbetering van het structurele saldo. De studiedienst van de FOD financiën geeft in haar nota van 13/10 zelf aan dat een reeks compenserende maatregelen niet structureel zijn. Die vinden we vooral terug in de eerste fase van de hervorming. Hieronder een overzicht van de niet-structurele maatregelen volgens de samenvattende tabel van de regering[4]. De nummering eerste kolom is een verwijzing naar de plaats van de maatregel in de samenvattende tabel van de nota van de FOD Financiën. 

 


Tijdelijke maatregelen
2018
2019
2020
KS
38
voorafbetalingen
399,2
478,8
186,5
0
39
vooruitbetaalde kosten
50,3
36,2
25,6
0
40
beperking voorzieningen
32,5
39,1
34,6
0
47
mobilisatie reserves
0
0
131
0
53
wijziging afschrijvingsregime KMO
0
0
318,1
0
54
afschaffing degressieve afschrijvingen
0
0
159,9
0

TOTAAL
482
554,1
855,7
0

  

Daarnaast moet ook de kost van de verruiming van de DBI-aftrek (definitief belaste inkomsten) meegerekend worden. Die maatregel werd beslist nà de indiening van de begroting. Voor de raming van de impact houden we het op de raming zoals die door de regering aan het Parlement werd meegedeeld[5]. 


2018
2019
2020
Verhoging DBI-aftrek
-80,8
-115,4
-115,6

  

In onderstaande tabel wordt abstractie gemaakt van de compenserende maatregelen die slechts een tijdelijke, en dus niet-structurele, impact hebben. Verder wordt de kost die de regering toekent aan de verruimde BDI-aftrek ook mee in rekening genomen. De impact van de verlaging van de vennootschapsbelasting heeft, in tegenstelling tot wat de regering beweert, een negatieve impact op het structurele begrotingssaldo.

 

Impact vennootschapsbelasting
2018
2019
2020
SALDO structureel - mio euro
-354,7
-361,3
-862,9
SALDO structureel - % BBP
-0,08%
-0,08%
-0,18%

  

De hervorming van de vennootschapsbelasting doet zo de structurele begrotingsinspanning van amper 0,3% BBP, die de regering voorop heeft gesteld in 2018, met meer dan een kwart teniet. In euro’s is komt dat neer op een bijkomend structureel tekort van 355 mio euro. Voor 2020 verslechterd het structureel begrotingssaldo met 863 miljoen, of bijna 0,2% BBP. De bij Europa ingediende begroting is dan ook op zijn minst misleidend te noemen.

 

   

[1] http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/2688/54K2688001.pdf

[2] https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/economy-finance/2018_dbp_be_fr.pdf

[3] DPB, p 16 en Algemene toelichting bij de begroting, p 60

[4] De eerste kolom is een verwijzing naar de plaats in de officiële tabel  op pagina 20

[5] De werkelijke kost van de maatregel is hoogstwaarschijnlijk drie tot vier keer hoger dan deze voorgesteld door de regering, maar daar komen we in een andere blog op terug.