Begroting opgesmukt met niet-structurele inkomsten vennootschapsbelasting

De regering wil tot aan de verkiezingen van 2019 verhullen dat de verlaging van de vennootschapsbelasting geld kost. Daarom neemt ze een aantal maatregelen die de illusie wekken dat ze belastinginkomsten opbrengen, maar structureel niets opleveren. De hervorming van de vennootschapsbelasting dreigt zo de structurele begrotingsinspanning van 0,6% BBP, die de regering voorop heeft gesteld in 2018, met bijna 1/3de teniet te doen. Om het structurele begrotingssaldo alsnog met 0,6% te verbeteren in 2018 - wat de minimum-inspanning is die de Europese Commissie van ons land vraagt - moet de regering dan nog 770 miljoen extra aan structurele maatregelen nemen. En dat is bovenop de 300 miljoen ‘losse eindjes’ van de begroting. Het is dan ook opmerkelijk dat de regering heeft beslist geen begrotingsconclaaf meer te houden. De kans dat de Europese Commissie het cijferwerk achter het Zomerakkoord de zegen geeft is zo goed als onbestaande.  

Volgens de tabellen van het Zomerakkoord is de hervorming van de vennootschapsbelasting budgetneutraal. Volgens de regering is de impact nul euro. Zo zal het ook aan Europa gemeld worden. Maar zelfs Trends-hoofdredacteur Daan Killemaes [1] is allesbehalve overtuigd: “Laat ons wel wezen, de hervorming van de vennootschapsbelasting is in geen honderd jaar budgetneutraal” schreef hij. De vraag is niet alleen hoeveel de hervorming kost op kruissnelheid. Waar de Europese Commissie streng op toekijkt, is welke impact de hervorming heeft op de begroting van 2018. En meer bepaald wat de impact is op de verbetering van het structurele saldo.

De vaststelling is dat een reeks compenserende maatregelen niet structureel zijn. Die vinden we vooral terug in de eerste fase van de hervorming. In eerste instantie moeten zij de kost van de verlaging van de vennootschapsbelasting verhullen, liefst tot na de verkiezingen van 2019. Die compenserende maatregelen zullen in 2018 dan wel geld in de kas brengen (in een optimistische bui kun je zelfs stellen dat die de minder-inkomsten van de tariefdaling compenseren). Maar zelfs àls dat zo is, tellen die niet-structurele maatregelen niet mee om de structurele begrotingsinspanning, waar de Europese Commissie op toekijkt, te bepalen.

Intussen weten we welke compenserende maatregelen de regering voor 2018 plant [2]. Drie van die maatregelen zijn niet structureel: het stimuleren van voorafbetalingen, de aftrek van vooruitbetaalde kosten en tot slot de zogenoemde minimumbelasting. De verwachte budgettaire impact van die maatregelen leiden we af uit de berekeningen van het kabinet van de minister van Financiën [3].


Maatregel
Niet-structurele impact 2018 in mio euro
Voorafbetalingen
480
Vooruitbetaalde kosten
150
Minimumbelasting
140
TOTAAL
770


Voorafbetalingen

De basisrentevoet  voor het percentage van de belastingvermeerdering - wegens gebrek aan voorafbetalingen - gaat van 1% naar 3%. Vennootschappen zouden daardoor zowat 480 miljoen euro extra voorafbetalingen doen in 2018. Wat ze meer vooraf betalen in 2018, betalen ze minder bij de inkohiering in 2019. Het gaat hier dus om een verschuiving van belastinginkomsten. Dit is geen structurele compensatiemaatregel.

Aftrek van vooruitbetaalde kosten

Vanaf 2018 zullen vooruitbetaalde kosten niet meer integraal aftrekbaar zijn in het jaar van hun vooruitbetaling, maar enkel voor het gedeelte dat betrekking heeft op dat jaar zelf. Ook deze maatregel zal alleen een verschuiving in tijd van de aftrek tot gevolg hebben. De maatregel zou in het eerste jaar een verbreding van de belastbare basis met zich meebrengen van 512 miljoen euro, wat neerkomt op een (niet-structurele) budgettaire meevaller van 150 miljoen euro.

Minimumbelasting

Een aantal fiscale aftrekken zal nog slechts beperkt kunnen worden aangewend in een bepaald jaar. Het gaat om een korf van volgende aftrekken: overgedragen verliezen, overgedragen DBI, overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten, overgedragen NIA en de nieuwe “incrementele” NIA. De onbenutte of onderbenutte aftrekken als gevolg van de minimumbelasting kunnen wel verder overgedragen worden en dus in latere jaren in mindering van de winst worden gebracht. Ook deze maatregel legt slechts een verlengde spreiding in de tijd op. Het rendement van de maatregel is dus evenmin structureel van aard. De minister van Financiën benadrukte dat overigens zelf: “Ook met de invoering van een minimumbelasting zijn we niet wereldvreemd. Duitsland heeft dat ook. Bovendien is ons systeem aantrekkelijker. In Duitsland kunnen bedrijven hun verliezen niet eeuwig blijven aftrekken. Bij ons kan dat wel.” 

Om de budgettaire impact voor 2018 te schatten, baseren we ons op de voorziene impact van een de minimumbelasting uit een vorige versie van de hervorming van de vennootschapsbelasting. De korf was in dat voorstel iets beperkter, maar de aftrekbeperking was dan weer strenger. De verbreding van de belastbare basis werd voor die versie van de minimumbelasting geraamd op 474 miljoen euro, wat neerkomt op een (niet-structurele) budgettaire meevaller van 140 miljoen euro. 

Conclusie

De niet-structurele compensatiemaatregelen zijn samen goed voor 770 miljoen euro. Dat is een realistische inschatting. Dat de Europese Commissie met die compensaties geen rekening zal houden om het structureel saldo te berekenen, is waarschijnlijk. Als de regering haar eigen - overigens sterk verlaagde - doelstelling wil halen in 2018, en Europa daarvan wil overtuigen, dan moet ze dus nog 770 miljoen euro aan structurele inkomsten of besparingen vinden om de geplande hervorming van de vennootschapsbelasting te financieren. En dat is bovenop de 300 miljoen euro aan ‘losse eindjes’ uit het Zomerakkoord[4].  



[1] http://trends.knack.be/economie/beleid/de-hervorming-van-de-vennootschapsbelasting-is-in-geen-honderd-jaar-budgetneutraal/article-opinion-885975.html

[2] http://www.practicali.be/blog/hervorming-vennootschapsbelasting/

[3] Die berekeningen zijn terug te vinden in het niet-gepubliceerde rapport van de HRF waarover de krant De Tijd berichtte op 15 november 2016. “Rapport geeft Van Overtveldt munitie voor lagere bedrijfsbelasting”. 

[4] Intussen weten we dat de begroting 2018 uit 300 mio zogenaamde losse eindjes bestaat: bedragen werden ingeschreven zonder dat daar (al) enige concrete maatregel tegenover staat: fiscale fraude (50 mio), sociale fraude (50 mio), pensioenen (52 mio), werk (90 mio), sociale zaken (64 mio). De bevoegde ministers moeten die bedragen met nog ongekende maatregelen invullen, maatregelen waarmee hun collega’s het eens kunnen zijn. Dat zijn geen losse eindjes. Dat is begrotingswerk dat gewoonweg niet werd gedaan maar vooruitgeschoven.




Deze discussie werd gesloten.