Na de Offshore Leaks, HSBC Leaks, en Swiss Leaks zijn er sinds zondagavond ook de Panama Papers. Grote vermogens van over de hele wereld hielden de fiscus in het duister door gebruik te maken van schermconstructies in belastingparadijzen. Onder hen ook meer dan 700 Belgen. Na de onthullingen volgen de analyses. Daarbij wordt telkens op de hoge belastingdruk in ons land gewezen. Professor fiscaal recht Michel Maus riep op werk te maken van de oorzaak van ons fiscaal vluchtgedrag, “met name onze fenomenale belastingdruk (1). Maus is niet alleen. Dat hoge belastingen dé oorzaak zijn van fraude wordt als vanzelfsprekend beschouwd. En dus ook dat een belastingverlaging de fraude zal terugdringen. Maar geen van beide clichés stroken met de werkelijkheid. Wat wél zeker werkt ter bestrijding van fraude is meer transparantie door derdepartijrapportering. Alleen zo kunnen we in de toekomst vermijden dat grote vermogens ervoor kunnen kiezen geen belasting te betalen.

Verpleegster met constructie in Panama?

TWEET DIT
“Toch is het niet de verpleegster of de vrachtwagenchauffeur die de Panama-lijst vullen”
De belastingdruk is in België het hoogst voor een alleenstaande werkende. Inkomen uit arbeid wordt meer belast dan inkomen uit kapitaal. Toch zijn de eerste namen die bekend raakten uit de Panama Papers een aantal van de kapitaalkrachtigste Belgische families. Met vermogens van miljarden euro’s. Recent werd gepubliceerd dat het vermogen van de rijkste families, tevens INBEV aandeelhouders, ongeveer 50 miljard euro bedraagt. Het aandeel van hun inkomen dat uit arbeid bestaat is verwaarloosbaar. Voor de hoge belasting op arbeid waren ze dus niet op de vlucht in Panama. De Panama lijsten worden trouwens niet gevuld door hardwerkende verpleegster of vrachtwagenchauffeur die aan veel hogere belastingtarieven worden onderworpen dan de familie de Spoelberch. De grote bedragen en schema’s komen ook niet zozeer van ondernemers. Degenen die constructies in belastingparadijzen opzetten om minder belasting te betalen, zijn de aandeelhouders van grote bedrijven wiens inkomen uit die aandelen nochtans aan veel lagere tarieven wordt belast dan inkomsten uit arbeid. En niet onbelangrijk om op te merken: ook crimineel geld en terreurfinanciering kiest diezelfde vluchtweg, om andere redenen dan belastingdruk. Maar er is meer dan alleen anekdotiek.

Wat is het verband tussen fraude en belastingdruk?
De belastingdruk is een factor die ontwijking en ontduiking mee bepaalt, zonder belasting valt er immers niets te ontvluchten. Maar de conventionele wijsheid dat het belastingniveau dé oorzaak is van fraude en ontwijking klopt niet.

Onderzoekers van de ULB stellen vast de landen met de hoogste belastingdruk niet noodzakelijk de landen zijn waar het meest gefraudeerd wordt. "Zo hanteren de zuiderse landen bijvoorbeeld een lager gemiddeld belastingtarief dan België, Frankrijk en Nederland, terwijl die laatste volgens de ramingen een kleinere ondergrondse economie hebben. Frankrijk en Griekenland zijn wat ons betreft de opvallendste gevallen. Ondanks zijn laag gemiddeld belastingtarief heeft Griekenland immers een aanzienlijke ondergrondse economie en dit ongeacht de toegepaste methode, terwijl Frankrijk met een zeer hoog belastingtarief een zeer kleine ondergrondse economie heeft.(2)

TWEET DIT
“We kunnen niet zomaar aannemen dat lagere belastingen leiden tot een kleinere ondergrondse economie”

Als we de relatie tussen belastingdruk (3) en fraudeniveau (4) bekijken voor de landen van de EU stellen we vast dat er een (weliswaar klein) negatief statistisch verband is. Hogere belastingen gaan samen met een kleinere ondergrondse economie. Een statistisch verband wijst niet noodzakelijk op causaliteit. We kunnen niet zomaar aannemen dat lagere belastingen leiden tot een grotere ondergrondse economie. Maar wie uitgaat van de omgekeerde causaliteit negeert het voormelde statistische verband en is nog een stap verder van huis.

Bron: eigen opmaak op basis van gegevens Eurostat en F. Schneider (2015) (5)

 

Er is al heel wat empirisch onderzoek gedaan naar het verband tussen de belastingdruk en het fraudeniveau of de zwarte economie. Er zijn studies die de conventionele wijsheid dat hogere belastingen aanleiding geven tot meer fraude bevestigen, terwijl andere studies deze ontkrachten. Marriot, Randal en Holmes komen tot diezelfde vaststelling: “Tax rates have frequently been investigated for any possible link to increased tax evasion. This is a further area where the research field is dominated by contrasting findings.” (6) Graetz en Wilde stellen in dezelfde zin: “the myth that high marginal tax rates cause non-compliance is the most pervasive of all. (7) Enkele voorbeelden:

Op basis van macro-economische gegevens concludeert Eric Friedman dat hoge marginale belastingtarieven samenhangen met een kleinere zwarte economie. "Higher tax rates are generally correlated with a lower share of the unofficial economy. This is true if we use tax rates directly or if we use an index representing the effective tax burden." (8) Ook de berekeningen van Jonathan Feinstein op basis van de gegevens uit het ‘Taxpayer Compliance Measurement Program' van de Amerikaanse fiscus wijzen op een significant negatief verband tussen het marginale belastingtarief en fiscale fraude. (9) En een recente studie besteld door de Europese Commissie waarin voor de verschillende lidstaten wordt berekend hoeveel potentiële btw-inkomsten verloren gaan door fraude en ontwijking - de zogenaamde VAT gap - concludeert "there is no reliable statistical evidence of any relationship between the VAT burden and the VAT gap. (10)

Dringen belastingverlagingen het fraudeniveau terug?
Gezien het voorgaande zijn beleidsdaden ingegeven door de conventionele wijsheid dat belastingverlagingen het fraudeniveau terugdringen problematisch. Zo stelt professor Schneider, nochtans overtuigd van de positieve relatie tussen het fraudeniveau en de belastingdruk: "even major tax reforms with major tax rate deductions may not lead to a substantial decrease of the shadow economy. (...)This fact makes it even more difficult for politicians to carry out major reforms because they may not gain a lot from them." (11) Graetz en Wilde stellen vast: “that lowering tax rates will induce greater compliance is a claim supported neither by the theory of tax compliance nor by the empirical evidence”. (12) Richard Wahlund van de Stockholm School of Economics stelde vast dat de verlaging van het hoogste marginaal tarief van 65% naar 50% midden de jaren ’80 in Zweden geen enkel effect had op de mate waarin de belastingwetgeving werd nageleefd. Richard Cebula onderzocht dan weer de impact op lange termijn van de Tax Reform Act, waarmee Ronald Reagan het hoogste marginaal tarief van 50% naar 28% verlaagde, op de mate waarin de belastingwetgeving wordt nageleefd. (13) Cebula concludeert: "a more in-depth analysis reveals that the Tax Reform Act actually exercised a statistically zero net impact on the aggregate degree of personal income tax compliance over the longer run. (14)

TWEET DIT
“Het is een belangrijke vaststelling voor beleidsbeslissingen die fraude en de zwarte economie willen terugdringen: verlaging van de belastingen zonder meer lossen het niet op”

De vanzelfsprekendheid dat een hoog fraudeniveau (vooral) te wijten is aan hoge belastingen blijkt dus niet te kloppen. En overtuigend bewijs voor de stelling dat je fraude kan terugdringen door de belastingdruk te verlagen is er evenmin. Er zijn heel wat goede redenen om te pleiten voor deze of gene belastingverlaging, maar een vermindering van het fraudeniveau is daar geen van. Dat is een belangrijke vaststelling voor beleidsbeslissingen die fraude en de zwarte economie willen terugdringen: verlaging van belastingen zonder meer lossen het niet op.

Transparantie ten aanzien van de fiscus via rapportering door derden
Wat wél werkt is rapportering door derden. Rapportering door derden betekent dat de inlichtingen over inkomsten aan de fiscus worden aangeleverd door anderen (de werkgever, de bank, …) dan alleen de belastingplichtige zelf. In ons bestaat die manier van werken voor lonen en wedden: ieders loonfiche wordt door de werkgever aan de fiscus bezorgd. In de praktijk neemt de werknemer/belastingplichtige de gegevens van de loonfiche over in zijn of haar belastingaangifte. Het heeft weinig zin andere gegevens in te vullen dan diegene op de loonfiche. Doe je dat wel, dan haalt de datakoppeling bij financiën die onregelmatigheden er zo uit en volgt er een rechtzetting. Het gevolg is dat zo goed als iedereen de juiste gegevens invult en er quasi geen rechtzettingen hoeven te gebeuren. De automatische doorstroming van inlichtingen door derde partijen naar de fiscus zorgt dus in de eerste plaats voor het spontaan en correct invullen van de aangiftes.

Het al dan niet bestaan van transparantie over inkomsten ten aanzien van de fiscus, door middel van derde-partijrapportering, heeft in tegenstelling tot de belastingdruk wel een belangrijke impact op fiscaal vluchtgedrag. Dat blijkt heel duidelijk uit recent Deens onderzoek. (15) Henrik Jacobsen Kleven zette een grootschalig experiment op in samenwerking met de belastingdiensten om de impact van o.a belastingtarieven en derde-partijrapportering te meten op fraude. 40.000 personen werden geselecteerd zonder dat ze daar zelf van op de hoogte waren, en het experiment gebeurde binnen het kader van de normale belastingcontroles.

De belangrijkste conclusie van het Deense onderzoek is dan ook “that the key distinction in the taxpayer’s reporting decision is whether income is subject to third-party reporting or if it is solely self-reported. (…) Interestingly, evidence from bunching at kink points shows that the elasticity of tax evasion with respect to the marginal tax rate is very low, which suggests that rigorous tax enforcement is a much more effective tool to combat evasion than cutting marginal tax rates.(16) De impact van derde-partijrapportering is enorm en veel groter dan de impact van belastingtarieven. Het fraudeniveau voor inkomsten die onderhevig zijn aan derde-partijrapportering is met 0,3% verwaarloosbaar, het fraudeniveau voor inkomsten die uitsluitend door de belastingplichtige zelf worden gerapporteerd ligt boven de 40%. Kleven besluit: “For third-party reported income, tax evasion is extremely modest and does not respond to the perceived probability of detection, because this probability is already very high. This shows that third-party reporting is a very effective Enforcement device. (17)

 

Die derde-partijrapportering over buitenlandse vermogens is wat internationaal staat te gebeuren vanaf 2017. De automatische internationale uitwisseling van bankgegevens zal zorgen voor een verregaande en structurele transparantie, met respect voor de privacy, die het bijzonder moeilijk zal maken voor grote vermogens om zich nog offshore te verstoppen. Naast de inkomsten op arbeid die automatisch gerapporteerd worden, zullen ook inkomsten uit kapitaal die weg volgen vanaf 2017 en 2018. De tijd dat zij alleen boven water kwamen dank zij een toevallig verkregen CD-ROM, zoals bij Swissleaks of Panama Papers, is dan voor een groot deel voorbij. In plaats van 1 keer, 1 klantenlijst van 1 bank in 1 land in te kunnen zien, zal de fiscale administratie jaarlijks die informatie krijgen over alle Belgische belastingplichtigen, bij alle banken in alle landen die zich aansluiten bij het systeem van automatische uitwisseling.

TWEET DIT
“De risicoanalyse en daaruit volgende controleacties moeten dan ook kaderen in een globale strategische aanpak om een maximaal compliance-effect te bewerkstelligen”

Wetende dat in het kader van de (oude) spaarrichtlijn België de inlichtingen ontvangt over rente-inkomsten van 83.000 ‘fiscale gezinnen’ en het in 2007 om een bedrag ging van 893 miljoen euro (exclusief inlichtingen uit Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland), dan kan gezien de uitbreiding van de scope en de geografische dekking een veelvoud van dat bedrag verwacht worden inzake meegedeelde inlichtingen.

De cruciale voorwaarde is dat de belastingadministratie klaar wordt gestoomd om de ontvangen inlichtingen te verrijken en aan te wenden in het kader van risicoanalyse en met het oog op betere detectie en effectievere invordering. Er moet rekening gehouden worden met een ongeziene toestroom van waardevolle inlichtingen waarop de organisatie vandaag niet is voorzien en niet over de capaciteit beschikt om naar aanleiding van de ontvangen inlichtingen een onderzoek op te starten. De risicoanalyse en daaruit volgende controleacties moeten dan ook kaderen in een globale strategische aanpak om een maximaal compliance-effect te bewerkstelligen, inclusief sensibiliseringscampagne. Ten slotte is het noodzakelijk om de onderzoeks- en verjaringstermijnen (tijdelijk) te verlengen wanneer een onderzoek wordt opgestart op basis van uit het buitenland verkregen inlichtingen.