Opinie zoals verschenen in De Standaard van 14 juni 2018.

Help mee en teken onze klimaatpetitie!


Europa moet een tandje bijsteken om de Klimaatakkoorden van Parijs te realiseren. Die zeggen dat de temperatuurstijging beperkt moet worden tot ver onder de 2° Celsius ten opzichte van het pre-industriële niveau, liefst tot 1,5° Celsius. Volgens de VN halen we dat niet met de huidige maatregelen. Als we falen, zijn de gevolgen dramatisch.

België en klimaatontkenners: één strijd? Opinie Bruno Tobback en @kvanbrempt

Geen wonder dat de Europese Commissie stelde dat de initiële doelstelling van 27 procent hernieuwbare energie hopeloos achterhaald is. Het Europees Parlement wil ambitieuzer zijn: het wil 35 procent hernieuwbare energie en 35 procent verbetering van de energie-efficiëntie tegen 2030. Dat is niet alleen nodig om verdere klimaatontsporing te voorkomen, het is ook economisch verstandig.

De voorstellen van het Europees Parlement zijn haalbaar zonder extra kosten. Meer hernieuwbare energie doet de broeikasgassen in de EU met een extra 15 procent dalen, wat overeenkomt met de volledige uitstoot van Italië. Ambitieuzere doelstellingen leveren Europa bovendien jaarlijks tussen de 44 en de 113 miljard besparingen op, onder meer door vermeden milieu- en gezondheidskosten. Ambitieuzere doelstellingen leiden ook tot 368 miljard euro bijkomende investeringen en verhogen het aantal jobs in de sector.


Voor de camera’s rolt Geert Bourgeois de klimaat­spier­ballen, maar zodra de actie zich verplaatst naar de achterkamers vervelt hij tot Donald Trump


Een groeiende groep lidstaten wil het Europees Parlement tegemoetkomen. Zweden, Litouwen, Luxemburg, Portugal, Italië en Spanje zijn al gewonnen voor de hogere doelstellingen. Nederland, Denemarken, Finland, Ierland en Frankrijk willen een compromis, maar dat zou de doelstellingen ook aanscherpen.

Afhankelijk van steenkool

De weerstand tegen die aangescherpte ambities komt, zoals te verwachten, uit de hoek van landen zoals Polen, Hongarije, Slovakije en de Tsjechische republiek, samen met Slovenië en Kroatië. Stuk voor stuk landen waarvan de energievoorziening nog in grote mate afhankelijk is van steen- of bruinkool. Veel moeilijker te begrijpen is dat deze landen de steun krijgen van een land dat daar geen enkel objectief belang bij heeft: België.

Het verslag van de coördinatie­vergadering tussen de gewesten waar het Belgische standpunt werd bepaald, leest als een document van klimaatsceptici. ‘België wenst niet in te gaan op de voorliggende opties over het algemene ambitieniveau.’ Zelfs een compromisvoorstel van het voorzitterschap van de Raad wordt zonder meer van de tafel geveegd. Opnieuw volgens het verslag van de vergadering: ‘Tijdens een geanimeerd debat (…) bleek dat er namens Vlaamse zijde geen ruimte was om tegemoet te komen aan geen van beide opties in geen van beide voorstellen’ (sic).

Hypocriet

Dat de Vlaamse regering zich schaart aan de kant van een reeks Oost-Europese klimaatontkenners, in hun bikkelharde verzet tegen elke verhoging van de klimaatambitie is absurd en hypocriet. Op het publieke forum is de regering van Geert Bourgeois (N-VA) de kampioen in de strijd tegen klimaatverandering. Bourgeois opende de Vlaamse klimaattop eind 2016 met de ronkende zinnen: ‘Denken dat onze kinderen en kleinkinderen de klus wel zullen klaren, is niet alleen naïef, het is schuldig verzuim. (…) We zijn het aan onze kinderen en kleinkinderen verplicht om onze samenleving weer op het juiste spoor te zetten. Een spoor dat ons leidt naar een koolstofarme samenleving.’

Voor de camera’s rolt de Vlaamse minister-president de klimaatspierballen, maar zodra de lichten uit gaan en de actie zich verplaatst naar de achterkamers vervelt hij tot Donald Trump en probeert hij samen met een aantal zeer opmerkelijke bondgenoten iedere vooruitgang inzake klimaatbeleid te saboteren. Dat is niet alleen moreel een zeer twijfelachtige houding.

Terwijl de Vlaamse regering op de oude mijnterreinen in Limburg mee investeert in onderzoek naar nieuwe energietechnologieën is ze er tegelijk voor verantwoordelijk dat de industriële uitrol daarvan hoogstwaarschijnlijk niet in ons land zal gebeuren. Om minstens een deel van de tienduizenden jobs in nieuwe future proof-bedrijven en sectoren naar hier te lokken is in de eerste plaats een stabiel en geloofwaardig investeringsklimaat nodig en dat bouw je niet op dit soort van hypocrisie.