Rijke Belgen parkeren bijna 80 miljard euro aan vermogen in belastingparadijzen. Dat blijkt uit een studie van de Franse econoom Gabriel Zucman. 80 miljard euro, we kunnen er ons amper iets bij voorstellen. Dat is maar liefst 18% van ons nationaal inkomen. Daarmee haalt ons land brons op het Europese kampioenschap ‘vermogens verbergen in belastingparadijzen’.

Meer dan waarschijnlijk gaat het niet over uw centen, want offshore-vermogen is hypergeconcentreerd bij superrijken. 80% van die 80 miljard is van de top 0,1%, de helft van de top 0,01%. Uit eerder onderzoek van Zucman blijkt ook dat superrijken tien keer zoveel frauderen als de rest van de bevolking. En omdat dit land vandaag een regering heeft die superrijken en hun schimmige carrousels met de fluwelen handschoen behandelt, draait u ervoor op. Elke euro die superrijken niet eerlijk bijdragen én ontduiken, bekoopt u. Met een lager pensioen, duurdere zorg en onderwijs of extra facturen.

Dat laatste is geen natuurwet, maar een keuze. De welbewuste keuze om zeker niet te veel te morrelen aan de privileges van wie héél veel heeft. En al zeker niet aan het privilege om te frauderen. Want ook al probeert deze regering af en toe de schijn hoog te houden, fiscale fraudebestrijding is de laatste van haar prioriteiten. Ministers zwaaien dan wel telkens weer met de Kaaimantaks - de taks die Belgen die hun vermogen verstoppen in het buitenland moet ontmaskeren - om het tegendeel te bewijzen, maar helaas is dat een kaas vol gaten. Volgens CD&V’er Eric Van Rompuy brengt de taks nog geen 40 miljoen euro op. Dat is maar liefst 420 miljoen euro minder dan wat minister van Financiën Johan Van Overtveldt in de begroting schreef. U mag alvast twee keer raden hoe deze regering dat gat wil opvullen straks. Juist, opnieuw bij u.

Sinds drie jaar is het Belgische fraudebeleid een aaneenschakeling van gebroken beloften: al meer dan een jaar wachten we op een update van de lijst van belastingparadijzen, is de ‘una-via’-wet om fraude efficiënt af te handelen nog altijd niet ‘gerepareerd’ en mag het register om door schijnvennootschappen heen te kijken niet gebruikt worden. Ook in het parlement leiden N-VA-politici het verzet. In de Bijzondere Commissie ‘Panama Papers’ vegen ze bijna vanzelfsprekende en constructieve voorstellen keer op keer van tafel. Behalve de BBI ook fraude-diensten bij het gerecht en de politie versterken? Niet met N-VA. Een cel superrijken bij de fiscus, zoals de OESO aanbeveelt? Niet met N-VA. Grote fraude en financiële criminaliteit voor de rechter brengen? Niet met N-VA. In Europa verspert Johan Van Overtveldt dan weer waar hij kan de weg. Zo haalde Europees commissaris Pierre Moscovici afgelopen zomer ongemeen hard uit - en terecht - omdat onze minister van Financiën zich blijft verzetten tegen een nieuwe Europese richtlijn die fraude en ontwijking over de landsgrenzen in kaart moet brengen.

Door de verschillende Leaks en Papers van de voorbije jaren is internationaal heel wat vooruitgang geboekt om een antwoord bieden op de wereldwijde verontwaardiging. Precies om die fundamentele oneerlijkheid aan te pakken en grote fiscale valsspelers te ontmaskeren. En waar ons land lang voorop liep in de strijd, doen we nu het omgekeerde: waar we kunnen, remmen we af.

Weet u hoeveel de BBI ophaalde na de Panama Papers? Een schamele 8 miljoen euro. 8 miljoen versus 80 miljard, peanuts dus. Nochtans vaart elke samenleving wel bij een efficiënt en doeltreffend fraudebeleid. Want het is omdat enkele superrijken veel te weinig belastingen betalen, dat een overgrote meerderheid er veel te veel betaalt. Want het is omdat sommigen kunnen vals spelen - en een minister onder de knoet ligt bij hun lobby - dat deze regering bespaart op al die zaken waar vandaag nood aan is: zoals betaalbare en toegankelijke zorg, een deftig pensioen. Of nog, een sterk, stipt en betrouwbaar openbaar vervoer.