“Cruciaal in dit hele verhaal zijn de vragen hoe en wie? En hoe zit het met de nodige centen?” stelt Moyaers. “Belangrijk is dat in een cultureel verhaal niet alles als een pure business mag aanschouwd worden. Cultuur leent zich daar vaak niet toe, het houdt zich bezig met mensen die er hun hart en ziel aan wijden. Daarom ben ik voorzichtig positief over het oprichten van zo’n taskforce in die zin dat we goed moeten nadenken over wie er in dergelijk platform ‘Cultuur an sich’ zal vertegenwoordigen. Hoe worden mensen geselecteerd? Wie selecteert die deskundigen? En is die taskforce dan voldoende representatief betreft het grote Limburgse culturele middenveld, de amateurkunsten, die toch met ruim 100.000 mensen zijn?”

Wat het financiële plaatje betreft gaat Moyaers er dan ook van uit dat de provinciale subsidies voor kunst die na 2018 naar Vlaanderen zouden gaan, inderdaad in Limburg blijven én dat dit bedrag  geïndexeerd wordt zodat het niet erodeert met de tijd. Bovendien vindt hij dat Limburg over de partijgrenzen heen op zijn strepen moeten blijven staan om een eerlijke verdeling van de Vlaamse middelen te verkrijgen waar het effectief recht op heeft. Minister Gatz mag niet denken dat een instrument als LSM snel een Vlaams gecreëerde krater zal dichten. Moyaers wijst er ook op dat de nabijheid van Nederland en Duitsland een bijkomende troef is voor de Limburgse cultuurscène om grensoverschrijdende projecten op te zetten met cultuurhuizen in Maastricht of Aken.

Tenslotte pleit Moyaers ook voor een eerlijker verdeling van de cultuursubsidies in de toekomst: “De inrichting van een taskforce, het maken van een omgevingsanalyse, de omvorming van Z33 tot Vlaamse instelling: allemaal goede initiatieven, maar ook de broodnodige subsidies moeten nu op tafel komen om ervoor te zorgen dat de cultuursector in Limburg opnieuw ademruimte krijgt. Z33 had immers heel wat ambitieuze  plannen, maar precies door de inkrimping van de middelen hebben ze deze moeten kortwieken. Het toekennen van eerlijke subsidies is immers meteen ook een investering, want cultuur is ook economisch belangrijk, het zorgt voor uitstraling en tewerkstelling.”