Begin van de maand zette Febelfin, de lobby van de banken, de aanval in tegen de minimumrente op spaarboekjes. Volgens de wet mag die niet minder dan 0,01% bedragen, maar blijkbaar is zelfs dat een honderdste van een procent te veel. Boosdoener is de huidige, te lage, rentevoet op kredieten. Daardoor komen winstmarges van de banken in het gedrang en dus slaan ze alarm. Het pleidooi van Febelfin komt in feite hierop neer: “Heb medelijden en schaf de minimumrente op spaarboekjes af, zodat we voldoende winst blijven maken.”




Net als de regering kiest men liever voor de makkelijke weg: factuur omhoog voor gezinnen en zelfstandigen. Elke discussie over de grootbanken lijkt er altijd toe te leiden dat de bevolking moet betalen. Daar moeten we vanaf. Het kan anders. En vooral eerlijker.

Il faut le faire, zeker als we enkele cijfers bij de hand nemen. Want terwijl de rente de laatste jaren stelselmatig daalde, volgden de winstmarges van de banken een omgekeerde, stijgende curve. Uit onderzoek blijkt zelfs dat ze al jaren de winstmarges op kredieten verhogen door de rentedaling grotendeels in eigen zak te steken. Zo is de winstmarge op woonkredieten sinds 2008 bijna verdrievoudigd en steeg die op consumentenkredieten met de helft. Febelfin zelf voelde zich niet te beroerd om enkele winstcijfers te publiceren. Met trots deelde ze mee dat onze banken vorig jaar een rendement op het eigen vermogen ( = winst voor de aandeelhouders) van bijna 10% boekte. Dat is een kwart hoger dan in 2014 en maar liefst 1.000 keer meer dan wat ze nu onhoudbaar noemt als rendement voor de kleine spaarder.

“Ja, maar de markt moet toch vrij kunnen spelen?”, is telkens weer het argument dat we horen. Is dat werkelijk zo? Even terug in de tijd gaan, is dan altijd leerzaam. Meer bepaald naar 2008 en volle bankencrisis. Toen was er niet alleen een minimumrente, maar ook een wettelijke maximumrente. Die bedroeg 4% bij ons , terwijl – precies door de marktwerking - de Europese rente op spaarboekjes diezelfde 4% overschreed. De vraag die volgde, was dan ook logisch: laat die maximumrente hier ook los, laat de markt met andere woorden dan ook werken in het voordeel van de spaarder. Guess what? Febelfin was er als de kippen bij en verzette zich. aan die 4% mocht niet geraakt worden? Slotsom: de markt moet vrij kunnen spelen, maar dan alleen voor de banken.

En zo zijn de (kleine) spaarders - en dus de mensen - telkens weer de pineut. Intussen bedraagt de inflatie in ons land 1,4%, terwijl de inflatie in de eurozone met de nulgrens flirt. De oorzaak? Het beleid van deze regering. Het leven wordt duurder - met uitschieters voor heel wat basisproducten zoals aardappelen, melk, groenten, water, bier en zelfs geneeskundige diensten - maar de lonen evolueren niet mee door de indexsprong en wordt het spaargeld van de mensen elke dag minder waard. En nu vragen de banken sans gêne de toestemming aan Johan Van Overtveldt om kosten aan te rekenen, wanneer mensen hen hun geld toevertrouwen. Il faut le faire.

Da’s dan duidelijk: de banken hebben een grotere kapitaalbuffer nodig en moeten daarom winst maken. Maar om hun kapitaal op peil te houden zijn er andere mogelijkheden dan nog meer winst te maken door spaarders geen rente meer op hun spaargeld te bieden. Bonussen en toplonen voor hun topkader beperken bijvoorbeeld, of geen dividend voor de aandeelhouders. Het zijn maar enkele suggesties. Net als de regering kiest men liever voor de makkelijke weg: factuur omhoog voor gezinnen en zelfstandigen. Elke discussie over de grootbanken lijkt er altijd toe te leiden dat de bevolking moet betalen. Daar moeten we vanaf. Het kan anders. En vooral eerlijker.

Peter Vanvelthoven Sp.a Kamerlid