Joachim Pohlmann, woordvoerder van Bart De Wever, is sinds gisteren begonnen met een zoektocht, of wat hij in De Morgen zelf “een antropologische queeste met existentiële implicaties” noemt. Pohlmann is antropoloog van opleiding, moet u weten. Hij bestudeerde dus jarenlang de mens in al zijn aspecten, zowel fysiek als cultureel. Iemand met kennis van zaken, bovendien gezegend met een uitstekende pen. Pohlmanns onderzoeksgebied? “Borgerhout”. Pohlmanns onderzoeksvraag? “Willen mijn buren mij vermoorden?” (sic). Hij was immers tot de vaststelling gekomen dat hij zijn buren, voor 80% moslims, eigenlijk van haar noch pluim kent.

Het is écht niet gezond om overal complotten tegen je leven te zien.

De rest van de column bespaar ik u. Met elke zin die volgde, viel mijn mond meer open. En hij bleef nog een hele tijd lang open. Neen, ik was niet gechoqueerd. Neen, ik was niet woedend of ziedend. Neen, ik was niet teleurgesteld. Ik keek minutenlang perplex voor mij uit, tot mijn vriend mij wakker schudde omdat hij graag de krant terug wilde. Ik nam een slok van mijn intussen koude koffie en dacht na. Had Pohlmann, toch een intelligent man en iemand die weet hoe politiek werkt, dit écht geschreven?

Ik heb getwijfeld of zo’n – tja, ranzige - column een reactie verdient. Verschillende mensen rondom mij raadden het mij af. “Hij is er duidelijk op uit om tegen de schenen te stampen, kan niet anders” of “uiteraard verwacht hij nu een scherpe veroordeling en dan kan hij roepen dat de linkse kerk blind is voor wat er allemaal gebeurt” tot “ach, jullie hebben geen gevoel voor humor of jullie vatten het literaire genre van een column niet”. Maar ik doe het toch. Niet alleen omdat ik in Borgerhout woon en omdat Pohlmann het hier over mijn buren heeft, maar omdat dergelijke giftige onzin mij met afschuw vervult. En dan kan het mij eerlijk gezegd niet schelen dat het koren op zijn molen is, of politiek gezien misschien niet opportuun. Dit komt recht uit mijn buik, Joachim. In de eerste plaats als Borgerhoutse, in de tweede plaats als buurvrouw. Daarom schrijf ik je deze brief.

“Beste Joachim,

Ik ken jou niet en jij mij niet. Nochtans kregen we laatst de kans om met elkaar kennis te maken. Even te babbelen in de straten die ons zo dierbaar zijn, waar we ons leven letterlijk elke dag delen. Bepakt en bezakt met boodschappen op de Turnhoutsebaan stond ik klaar om je te groeten met een stralende glimlach. Al was het maar om je te overtuigen dat socialisten écht wel sympathieke mensen zijn. Maar het mocht niet zijn. Je zag me niet.

Maar ik begrijp écht waarmee je zit. Het moet best pijnlijk zijn om na 4 jaar Borgerhout vast te stellen dat je je buren - 80% moslims - niet kent. Je hebt ongetwijfeld een drukke job waardoor je de buurtfeesten en straatinitiatieven die in onze gemeente welig tieren misschien gemist hebt? Of had je gewoon geen zin, dat kan ook? En dat is niet erg, het staat je vrij om al dan niet even op te dagen. Maar beste Joachim, een beetje moeite doen kan geen kwaad, geloof me. Anders zal het niet lukken. Het doet bovendien deugd en geeft je een goed gevoel. Het is écht niet gezond om overal complotten tegen je leven te zien.

Zullen we anders afspreken? In de pizzeria op de hoek, uitgebaat door moslims, waar de pizza barbecue chicken jou onlangs nog smaakte en je “niet vergiftigde” zoals je schrijft. Zeg maar wanneer het je past. Ik pas me wel aan en neem alvast enkele buren mee.”

Warme groet,