sp.a-Kamerlid Dirk Van der Maelen pleit voor een klantvriendelijkere fiscus. Wie het niet eens is met het bedrag aan belastingen dat hij moet betalen, moet een bezwaarschrift kunnen indienen bij de diensten van de fiscus die het dichtst bij hem staan. Dat is nu niet het geval en daarom dient Van der Maelen een wetsvoorstel in om het mogelijk te maken.

Voor de belastingplichtige is een bezwaarschrift indienen als hij niet akkoord gaat over het te betalen bedrag niet evident. Hij wendt zich vaak tot de diensten die het dichtst bij hem staan zoals het ontvangkantoor aan wie moet betaald worden of tot het taxatiekantoor. Maar dat is niet correct volgens de huidige regeling. De belastingplichtige moet zich immers wenden tot een directeur der belastingen. En dat zijn ambtenaren die niet echt dicht bij de belastingplichtige staan of een makkelijk aanspreekpunt vormen.

De lokale ontvangkantoren sturen de ‘verkeerd' ingediende bezwaarschriften terug aan de belastingplichtigen met de vermelding tot wie het bezwaarschrift dan wel moet worden ingediend. Daarbij worden de betrokken belastingplichtigen soms te laat op de hoogte gebracht, waardoor ze hun bezwaarschrift niet meer tijdig opnieuw bij de juiste instantie kunnen indienen.

Dirk Van der Maelen: "Het is niet verwonderlijk dat een belastingplichtige zijn bezwaren kenbaar maakt bij een ontvangkantoor of taxatiekantoor. Dat zijn immers de diensten die het dichtst bij hem staan. Op zich zou dit ook geen probleem mogen zijn . In plaats van het bezwaarschrift terug te sturen naar de belastingplichtige, zouden deze lokale medewerkers van de FOD Financiën het bezwaarschrift ook kunnen doorsturen naar de juiste instantie."

De sp.a-er verwijst naar artikel 5 van het Charter voor een klantvriendelijke overheid: "Elke overheidsdienst die een(aan)vraag van een burger, een onderneming of een vereniging ontvangt die eigenlijk niet voor haar is bestemd, stuurt deze door naar de correcte overheidsdienst en brengt de burger, onderneming of vereniging hiervan op de hoogte.". Bovendien heeft de federale ombudsman dit ook aanbevolen in zijn verslag van 2007.

Van der Maelen benadrukt dat het hier geen onwil van de belastingambtenaren in de ontvang- en taxatiekantoren mee gemoeid is, maar dat het probleem bij de huidige wetgeving ligt. Een rechter voor wie een beslissing wordt aangevochten van een directeur, die een bezwaarschrift zou hebben aanvaard dat via het ontvang- of taxatiekantoor werd doorgestuurd, zou immers de exceptie van onwettigheid kunnen inroepen op basis van de huidige bewoordingen van artikel 366 WIB92.

Er is dus een wetgevend initiatief nodig zodat iemand die het niet eens is met het bedrag aan belastingen dat hij moet betalen, zich kan wenden tot de diensten die het dichtst bij hem staan. En dat zijn het lokale ontvangkantoor aan wie betaald moet worden of tot het taxatiekantoor.