O p basis van de ziekenhuisbarometer van de Christelijke Mutualiteiten werkte De Standaard onlangs het voorbeeld uit van de prijs van een bevalling in een eenpersoonskamer.

Laat ons dus duidelijk zijn: ereloonsupplementen horen niet thuis op een ziekenhuisfactuur, eenpersoonskamer of niet.

In de top twintig van de duurste Belgische ziekenhuizen voor bevallingen, prijken maar liefst veertien Brusselse ziekenhuizen, slechts twee ziekenhuizen blijven uit de top twintig. Daarmee is het Brussels Gewest een trieste koploper.

Betaalt een gelukkige mama in Vlaanderen iets meer dan 1.000 euro, dan is dat in Brussel het dubbele. In een eenpersoonskamer verdienen ziekenhuizen dus beduidend meer aan prille moeders.

Dat werd me onlangs nog mooi geïllustreerd door een vriendin die enkele dagen voor de bevalling na acht maanden prenatale opvolging in een Brussels ziekenhuis prompt doch ‘vriendelijk werd verzocht’ om een ander ziekenhuis te zoeken omdat ze niet koos voor een eenpersoonskamer (inclusief het bijhorende supplement).

Tire ton plan Ereloonsupplementen – het bedrag dat je aan de arts betaalt, bovenop de officiële prijs van een ingreep - voor een eenpersoonskamer lopen in Brussel op tot 200 of zelfs 400 procent. Waarom zou een arts eigenlijk twee, drie of zelfs vier keer zoveel moeten verdienen aan een patiënt die het toevallig kan betalen (of een verzekering heeft)? Krijgt die patiënt straks ook vier keer betere zorg?

Het gaf me een enorm gevoel van déjà vu, terug naar het begin van mijn parlementaire carrière, bijna tien jaar geleden. Een voorzitter van een artsensyndicaat pleitte in 2005 in een interview met De Morgen voor de privatisering van de ziekteverzekering en zei daarbij onomwonden: “De staat moet toelaten dat er naast de medische zorg die de staat aanbiedt, voor diegenen die het kunnen betalen nog iets meer kan. Privatisering is de enige uitweg.”

Dit leidt tot geneeskunde waarin de portefeuille de zorg bepaalt. Willen we echt naar een systeem waarin artsen enkel patiënten in eenpersoonskamers willen bedienen? Verdient niet élke moeder – en haar kind – een plaats in elk ziekenhuis? Heeft niet elke Brusselaar recht op snelle zorg in elk ziekenhuis?

Dit leidt tot geneeskunde waarin de luxe van de kamer meteen de prijs van medische zorg bepaalt. Kansrijk = veel zorg, kansarm = t.t.p. (of de Brusselse afkorting voor “tire ton plan”)

Laat ons dus duidelijk zijn: ereloonsupplementen horen niet thuis op een ziekenhuisfactuur, eenpersoonskamer of niet. Dat je arts of je ziekenhuis voor dezelfde ingreep in een ander kamertype tot drie keer meer mag aanrekenen is niet meer van deze tijd.

Supplementen bannen Een samenleving met supplementen leidt tot een samenleving met twee snelheden. Eén versnelling voor diegenen die zich op elk moment (met of zonder private verzekering) de beste verzorging zullen kunnen veroorloven. Een tweede versnelling voor diegenen die zich dat niet kunnen veroorloven en moeten beroep doen op de ‘basisdienstverlening’.

Dat zo’n tweedeling in de gezondheidszorg net in een stad als Brussel, waar de armoede torenhoog is, zo duidelijk zichtbaar wordt, is schrijnend. We moeten dus snel ingrijpen en supplementen bannen.

SP.A kiest daarom radicaal voor een gezondheidszorg die maximaal solidair gefinancierd blijft, en zonder supplementen, ook in eenpersoonskamers. Want iedereen verdient dezelfde zorg.