“We kunnen België anno 2014 niet langer begrijpen als we het enkel zien als een land van katholieken en vrijzinnigen, van Nederlands- en Franstaligen of van bazen en proletariërs. De klassieke breuklijnen zijn vervaagd. Om vooruitgang te realiseren moeten we de lens waarmee we naar onze samenleving kijken dringend vernieuwen.”

En dat begint bij het onderwijs. Volgens Caroline Gennez moet elke burger mee vorm kunnen geven aan ons onderwijs met een naadloze integratie van school, gezin en buurt. “Het onderwijs kan nooit alleen maar een kennisfabriek zijn, het is een permanente oefening in samenleven. Onze scholen moeten onze jongeren kritisch en weerbaar maken zodat ze sterk in de gemeenschap en op de arbeidsmarkt staan. Ons onderwijs kan een kweekvijver voor verschilligen zijn.”

En ook onze economie staat voor een transformatie. “Onze virtuele economie moet worden teruggebracht op mensenmaat: ze moet werken en ondernemen oprecht valoriseren. We moeten evolueren naar een economie waarin alle belanghebbenden evenwaardig zijn: samenwerking en vertrouwen tussen werknemers en werkgevers resulteren in goede producten en kwaliteitsvolle dienstverlening waar ook effectief vraag naar is. Dit is de beste garantie voor de verankering van kwaliteitsvolle jobs. Participatie, vertrouwen en innovatie zijn de centrale begrippen. Ik trek radicaal de kaart van meer economische democratie via medebeheer, werknemersparticipatie en winstdeelname van werknemers.”

“Ook burgers moeten meer mogelijkheden hebben om deel te nemen aan de politieke besluitvorming. Enkel op die manier zal het individueel en maatschappelijk vertrouwen stijgen, en zullen we weer kunnen geloven in vooruitgang. We mogen gerust van elke burger vragen om niet onverschillig te blijven.”

“Je kunt natuurlijk niemand verplichten om te participeren”, besluit Gennez. “Maar wie de kansen niet benut, verliest wel het morele recht om te klagen. Minder focus op pietluttigheden zal onze samenleving deugd doen.”