De onderhandelaars van een nieuwe regering zijn nog niet helemaal rond, maar elke dag lekt er wel een andere niet bepaald hoopvolle piste. Vandaag waren het de jongeren zonder werk die blijkbaar de oorzaak zijn van de crisis. Daarom worden zij gestraft met een verlaging van hun minimumloon. Blijkbaar betekent de term 'minimum-loon' dus niet dat dat ook het absolute minimum is.

Een verlaging van het minimumloon onder het mom van jobcreatie is echt niet fatsoenlijk.

Nog los van het bedrag van dat minimumloon, vind ik het bijzonder merkwaardig dat het net deze partijen zijn, doorgaans vies van veel overheidsbemoeienis met bedrijven of ondernemers, die zich nu inlaten met een materie die hun bevoegdheid niet is: het bepalen van de hoogte van de lonen. Voor wie in deze materie niet thuis is: de hoogte van de lonen wordt traditioneel vastgelegd door de sociale partners (vakbonden en werkgevers) binnen het sociaal overleg.

Ironisch genoeg waren die sociale partners (dus vakbonden én patroons) vorig jaar overeengekomen de minimumlonen voor de jongeren net op te trekken. Dat was het resultaat van een globaal akkoord tussen de sociale partners in het kader van het IPA 2013-2014. 'In ruil' voor die verhoging van de lonen verkregen de werkgevers ook iets van hun verlanglijstje: een flexibilisering van het arbeidsrecht, en een bijkomende lastenverlaging van 370 miljoen euro.

Overleg is geven en nemen. Nu willen de onderhandelaars eenzijdig iets wegnemen waar in dat overleg een akkoord over was bereikt. Wat we hier zien, is dus niet minder dan een ongeziene negatie van het sociaal overleg. De partners hebben toen in geven en nemen dingen afgesproken die de regering heeft uitgevoerd, en waar ze budget voor heeft vrijgemaakt. Nu komt een derde partij eenzijdig elementen uit dat globale akkoord wegtrekken. Men kan zich afvragen waarom de partners nog afspraken zouden maken in de toekomst.

Bovendien: Vlaanderen is nu bevoegd voor doelgroepenbeleid. Men gaat kortingen geven voor jongeren. Waarom worden die dan niet zo georiënteerd dat vooral de loonkost voor werkgevers van zeer jonge (dus laaggeschoolde) jongeren daalt, maar die jongeren wel een deftig minimumloon hebben? Met andere woorden: werk aan de brutoloonlast, en blijf van het nettoloon.

Het minimumloon is al behoorlijk laag - om het zacht uit te drukken - voor wie er pakweg de huishuur van moet betalen. Een verlaging ervan onder het mom van jobcreatie is echt niet fatsoenlijk. Zelfs als het zou leiden tot meer jobs, is het maar de vraag of dermate lage lonen een boost zullen betekenen voor de economie. Wat je niet hebt, kan je niet uitgeven. Zeer recent nog waarschuwde de OESO voor de grenzen aan loonsverlagingen, en de nefaste impact daarvan op de economie met extreme voorbeelden uit de Zuid-Europese landen. België kwam daar goed uit, maar ook dat moet er nu blijkbaar aan geloven.

Tot slot: uiteraard is één algemene loonsverlaging voor bedrijven veel eenvoudiger dan verschillende lastenverlagingen voor verschillende doelgroepen. Die vraag naar eenduidigheid en administratieve vereenvoudiging is terecht. Net om die administratieve last voor de bedrijven te verminderen stelde ik eerder dit jaar voor een werkcheque in te voeren, die alle doelgroepkortingen meteen regelde. Unizo wees dat idee af, hoewel het juist voor kmo en land- en tuinbouw een hele stap vooruit had kunnen zijn. Neen, Vlaanderen spreekt nu voortaan lineair van "de jongere", los van opleidingsniveau of kansen op de arbeidsmarkt, en federaal knipt men vervolgens van diens inkomen als hij toetreedt tot arbeidsmarkt. (Deze opinie verscheen ook op de site van De Morgen)