Blokkering wijkgezondheidscentra - It’s ideology, stupid!

Maggie De Block zet de wijkgezondheidscentra de wacht aan. De indexsprong inbegrepen moesten ze 11 miljoen besparen. Alsof dat nog niet genoeg was, kondigde ze ook een moratorium op nieuwe centra aan, dit in afwachting van een ‘audit’. Maar ook dossiers die buiten het moratorium vallen, worden nu door het kabinet afgeblokt tot 2018. Wat van meet af aan duidelijk was voor de goede verstaander, wordt vandaag bevestigd.  De blokkering van de wijkgezondheidscentra is zuiver ideologisch.  Het toegankelijker maken van onze zorg wordt bewust gesaboteerd.

Blokkering #wijkgezondheidscentra is ideologisch.  Toegankelijke zorg wordt bewust gesaboteerd. @JeroenSchoenm

Een ongeziene besparing

902 miljoen euro. Het bedrag dat in 2017 bespaard werd in de gezondheidszorg is inmiddels gekend. Vooral het knippen in de indexmassa van de zorgverstrekkers zorgde voor veel commotie. Maar ook de besparing op en vooral de blokkering van (nieuwe) wijkgezondheidscentra werd op ongeloof onthaald. 

Schuilen achter de audit

Een eerste argument om nieuwe centra te blokkeren was de aankondiging van een audit van de sector. Onder het mom van goed bestuur zouden er geen nieuwe centra erkend worden in de looptijd van die audit. De notificaties bij de begroting 2017 verzekerden evenwel dat deze audit in de eerste jaarhelft zou gebeuren. Ook de minister relativeerde de blokkering tijdens de begrotingsbespreking, gezien deze slechts van tijdelijke aard is.

Op zich zijn er vragen te stellen bij het feit of een nieuwe audit een blokkering rechtvaardigt.  Het KCE had immers eerder al de prestatiegeneeskunde vergeleken met de forfaitaire medische huizen. Het KCE komt tot de volgende conclusie. De forfaitaire en prestatiegeneeskunde presteren even goed wat de kostprijs voor de ziekteverzekering betreft. Voor de patiënt is het forfaitair systeem dan weer goedkoper.

De audit werd inmiddels toegewezen aan KPMG. Dit werd kritisch onthaald door de centra, omdat ze niet betrokken werden bij de uitwerking en omdat men vreest dat de audit zo een zuiver economisch karakter krijgt. Maar bijkomend heeft de audit ook vertraging opgelopen.  De beleidsevaluatie waarop de minister zich beroept als stoplap zal dus niet, zoals beloofd, uitgevoerd zijn in de eerste helft van het jaar. Geheel nieuwe initiatieven moeten hun plannen dus opbergen.

Menen: een teken aan de wand

Maar, zo verzekerde de minister eind vorig jaar, centra die voor 8 oktober 2016 een dossier hadden ingediend, zouden wel nog een erkenning kunnen bekomen en kunnen starten in 2017. 21 centra bevinden zich in deze situatie. Andere vergevorderde, maar nog niet ingediende, initiatieven zagen hun inspanningen verloren door het steeds langer wordende moratorium.

Eén van de centra dat buiten het moratorium viel, was De Piramide in Menen.  Voorafgaandelijk aan de beslissing in dit dossier publiceerde de lokale Open Vld afdeling een pamflet tegen het centrum. Dit pamflet kreeg blijkbaar gehoor bij de minister, want ondanks het feit dat het dossier aan alle wettelijke voorwaarden voldeed, wat ook bevestigd werd door het Verzekeringscomité van het RIZIV, werd het dossier ‘on hold’ gezet door het kabinet van minister De Block. Een ongezien precedent dat een voorbode bleek op wat volgt. Voor de volledigheid: uiteindelijk werd er met vertraging toch toestemming gegeven aan het centrum in Menen. 

Het kromme budgettaire excuus

Bij de bespreking en goedkeuring van de drie volgende dossiers kwam de aap echt uit de mouw. Ook deze drie Brusselse dossiers vallen buiten de scoop van het moratorium. Op het Verzekeringscomité van het RIZIV werden deze drie dossier goedgekeurd. Deze dossier zouden in werking kunnen treden op 1 juli 2017. De vertegenwoordiger van de minister mengt zich niet in de discussie op het Verzekeringscomité.

Wat nadien volgt, is een hallucinant staaltje kromdenken. Na het Verzekeringscomité laat de kabinetschef van de minister weten dat de goedkeuring van de dossiers pas op 1 januari 2018 zal ingaan. Het moratorium kon deze keer niet ingeroepen worden. En ook het ‘lokaal draagvlak’ was in dit geval geen excuus. Het kabinet trok daarop een nieuwe kaart: de budgetoverschrijding. De redenering: gezien het budget op is, zullen het komende jaar geen dossiers kunnen starten.

  Patiënten die instappen in het forfaitair systeem verdwijnen in de prestatiegeneeskunde. @JeroenSchoenm

Deze budget-redenering is feitelijk onjuist. Enerzijds zijn de prestatiegeneeskunde en de forfaitaire geneeskunde communicerende vaten. Anderzijds bewijzen de cijfers net dat het budget enkel evenredig stijgt met het aantal patiënten. Er is dus geen sprake van uit de hand lopende kosten in het forfaitair systeem. Patiënten die instappen in het forfaitair systeem verdwijnen wat de eerste lijn betreft in de prestatiegeneeskunde. Het blokkeren van wijkgezondheidscentra heeft dus geen zin.   

Als huisarts weet de minister ongetwijfeld dat patiënten ziek worden ongeacht het feit of ze nu in een medisch huis terecht kunnen of niet. Dus in het beste geval belanden deze patiënten gewoon bij de huisarts, in het slechtste geval belanden ze, al dan niet na zorguitstel, op de spoed. Je kan het budget voor medische huizen niet afzonderen van de volledige kost voor de eerste lijn. En op hun beurt kunnen medische huizen de kost niet doen ontsporen. Medische consumptie is in deze het resultaat van de ziektelast van de maatschappij. Of wil de minister straks ook een limiet zetten op het aantal terugbetaalde bevallingen? Jammer voor wie een kerstekind verwacht. En in welke maand stoppen we met het afleveren van pillen? De farmaceutische uitgaven zorgen jaar na jaar voor budgetoverschrijdingen.

Conclusie: it’s ideology, stupid!


De ontplooiing van een sector die onze zorg toegankelijk maakt, wordt minstens een jaar moedwillig geblokkeerd.  Daarbij bedient de minister zich van drogredenen  en feitelijke onjuistheden.

Wat begon met een ongeziene besparing en het schuilen achter een audit ging over in een kromme budgettaire redenering. De ontplooiing van een sector die onze zorg toegankelijk maakt, wordt minstens een jaar moedwillig geblokkeerd.  Daarbij bedient de minister zich van drogredenen (de audit) en feitelijke onjuistheden (kromme budgettaire redenen). De enige conclusie die men hieruit kan trekken, is dat deze beslissing niet gebaseerd is op ‘evidence based practices’, maar zuiver ideologisch is van aard, zoals het pamflet van Open VLD Menen reeds duidelijk maakte.

Deze discussie werd gesloten.