Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) gaat zijn collega's in de regering nog eens wijzen op de zaak van de Iraanse VUB-gastdocent Ahmadreza Djalali, die in zijn thuisland veroordeeld is tot de doodstraf. Die moet in principe bij elk contact met Iraanse autoriteiten worden aangekaart, maar dat wordt blijkbaar af en toe over het hoofd gezien.

Sp.a-parlementslid Tine Soens stelde dinsdag in de commissie Buitenlands Beleid over de toestand van Ahmadreza Djalali, de spoedarts en gastdocent aan de Brusselse universiteit die nu al maanden in Iran zit opgesloten in afwachting van zijn executie. "Dokter Djalali vreest heel ernstig ziek te zijn, maar hij heeft nog altijd geen ziekenhuis gezien en hij vermoedt dat ze hem liever zien sterven in de gevangenis dan de doodstraf op hem uit te voeren.", zegt Soens. 

De minister-president benadrukte dat er Vlaams, federaal, Europees en internationaal nog altijd druk wordt uitgeoefend om de Iraanse professor vrij te krijgen en hem tijdens zijn opsluiting op zijn minst de nodige medische hulp te geven. "Ik heb regelmatig contact met de Iraanse ambassadeur, bij elk contact benadruk ik de elementaire vereiste om te zorgen voor medische hulp." Ook de andere instanties doen hun werk, verzekert Bourgeois. Of er opnieuw beroep is aangetekend tegen de doodstraf van Djalali, kon de minister-president niet zeggen. "Ik heb vandaag nog contact opgenomen met de Iraanse ambassadeur, maar hij heeft nog geen nieuws. Van zodra hij dat wel heeft, koppelt hij terug", aldus Bourgeois.

Intussen is de minister-president wel van plan om zijn collega-ministers nog eens te herinneren aan de zaak. Het Vlaams parlement keurde eind vorig jaar unaniem een resolutie goed waarin het aandringt op gratie voor Djalali. De ministers werden ook aangespoord om de zaak bij elk contact met Iraanse instanties aan te kaarten, maar dat gebeurt niet altijd.

Zo had minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) een tijdje geleden een ontmoeting met zijn Iraanse collega, maar kwam Djalali daarbij volgens Bourgeois niet aan bod. "Ik denk dat collega Vandeurzen ongetwijfeld met de beste wil die ontmoeting heeft gehad. Maar je kan ministers ook niet kwalijk nemen dat ze niet alle resoluties helemaal tot in de details analyseren. De voorbereidingen daarvan gebeurden ook vanuit het departement volksgezondheid", zei Bourgeois. Hij beloofde wel dat hij de resolutie nog eens onder de aandacht zou brengen bij de ministers. "Het is een gemiste kans dat minister Vandeurzen het gesprek met zijn Iraanse collega niet heeft aangegrepen om de situatie van dr. Djalali onder de aandacht te brengen. Op z'n minst moet hij zo snel mogelijk medische hulp krijgen.", zegt Soens. 

Verscheen eerder bij Belga
Lees hier het volledige verslag.