Beste mevrouw Homans,

Uw oproep om mensen die een leefloon trekken verplicht aan het werk te zetten klinkt logisch. Maar het is een harde en kille logica. Een logica die niet de mijne is, en hopelijk ook niet van de maatschappij waarin mijn kinderen opgroeien.

Wat me opvalt in uw discours is dat u steeds op de tekorten van het systeem wijst. Tekortkomingen die niet opwegen tegen de vele voordelen van het systeem. U haalt de meest extreme voorbeelden aan om conclusies te staven die er geen zijn. U zou beter zoeken naar oplossingen om tot een gedeelde samenleving te komen in plaats van zovelen in een verdomhoekje te plaatsen.

U suggereert in uw communicatie vaak dat mensen met een leefloon profiteren, ze zitten graag in deze situatie, ze willen niet werken, ze zijn lui. Het tegendeel is waar. Leefloners willen hun situatie verbeteren. Als alleenstaande rondkomen met 817 euro is geen lachertje. Ze willen deel uit maken van de maatschappij, maar vaak is het van niet kunnen in plaats van niet willen. 

Dit debat gaat dus over veel meer dan centen maar eerst even de puntjes op i zetten. Sinds 2002 spreken we niet meer van een bestaansminimum maar van het recht op maatschappelijke integratie.  Een uitkering is daarbij slechts een onderdeel van dat recht. Elk individu heeft het recht om zich te integreren en aldus te ontplooien, heeft het recht op ‘de job van zijn/haar leven’, een zinvolle vrijetijdsbesteding,  recht op een degelijke opleiding, … .  In tegenstelling tot wat u te kennen geeft biedt de wetgever wel de mogelijkheden om adequaat te handelen. Een OCMW kan daarbij wel degelijk een leefloon stopzetten onder bepaalde voorwaarden met in het achterhoofd dat alles is geprobeerd om iedereen alle ontplooiingskansen te geven. Niet alle leefloners zijn te activeren naar werk. Er zijn onder hen veel zieken, invaliden, analfabeten,… Ze zijn soms zo ver verwijderd van de arbeidsmarkt, dat een vaste job uitgesloten is.

Dit debat gaat over welk mensbeeld we hanteren. Wat u voorstelt is de deur dicht doen voor mensen die omwille van allerlei redenen trager zijn of (nog) niet de “juiste” werkcompetenties hebben. Dat vraagt geduld van een samenleving maar evenzeer inspanningen van het individu. Zodat elk individu zich naar haar mogelijkheden kan ontplooien en zich kan optillen. Op korte termijn besparen we als maatschappij, op lange termijn echter verliezen we.  Een samenleving die zulke botte maatregelen hanteert is een samenleving die inboet aan veerkracht en warmte. 

Vaak zijn leefloners actief in het vrijwilligerswerk. Of ze dragen zorg voor hun ouders, kinderen, buren,… Ze dragen bij aan onze maatschappij, maar hun bijdrage is vaak niet zichtbaar voor de buitenwereld. Voor heel wat mensen en verenigingen is hun bijdrage echter essentieel, soms zelfs van levensbelang. Dit verdient waardering!

Dat is wat me het meeste raakt in uw harde pleidooi: u wijst mensen met de vinger. U stelt dat al wie niet werkt dat uit  luiheid doet. De realiteit is helaas anders. Om mensen te activeren naar werk zijn er veel vormen van dienstverlening en instrumenten. Elke dag komen er nog nieuwe en andere activeringsvormen bij. Maar voor een deel van de leefloners blijft de arbeidsmarkt te hoog gegrepen. Áls activeren naar werk niet werkt, waarom onbetaald werk dan wel?