Opiniestuk van Luc Tuymans, Angel Vergara, Catherine De Zegher, Hans De Wolf en Yamila Idrissi in De Standaard van 25/06/2011.

Brussel is een stad vol kunstschatten, maar net zoals de Zenne is veel van dat fraais te weinig zichtbaar. De schrijvers van dit opiniestuk pleiten ervoor om de schroom af te leggen en een grootstedelijk kunsthuis op te richten. Ze zien in het buitenland voldoende voorbeelden die kunnen inspireren.

Op het einde van de negentiende eeuw zag in Brussel de Belgische kunstenaarsgroep Les XX (Les Vingt) het licht. Inspirator was de Brusselse jurist Octave Maus, stichter ook van het kunsttijdschrift L'Art Moderne. Met grote namen als James Ensor, Fernand Khnopff, Félicien Rops en Auguste Rodin zond het een golf van vernieuwing door de internationale kunstwereld.

Later kwam er, met Margritte en zijn vrienden, de enige groep van surrealisten buiten Frankrijk die in staat was om Breton de gordijnen in te jagen. Nog later in de jaren 1960 waagde de dichter Marcel Broodthaers een sprong in de beeldende kunsten die nog altijd de verbeelding tart, en was Brussel een evident rendez-vous voor zowat de hele avant-garde van Joseph Beuys tot Daniel Buren.

Morsig met patrimonium

Waarom dan is Brussel zo zuinig met de expositie van dat rijke verleden? Waarom mist het daardoor kansen om ook vandaag nog jonge en internationale kunstenaars te inspireren? Waarom kan in Brussel niet wat in Madrid of Basel wel kan? Dit hiaat is al aangeklaagd in spontane protesten. Ook de stad Brussel zelf is zich bewust van dit gemis. Het is tijd voor actie.

Een stad is wat ze uitstraalt. In de straten van Madrid, Berlijn of Basel adem je kunst in. Niet zo in de hoofdstad van Europa, België, Vlaanderen. Brussel braakland. Deze brokkelige, maar tegelijk ook zo vibrerende wereldstad verbergt zijn kleuren. De moderne en hedendaagse kunst zijn nagenoeg afwezig in het stadslandschap. We kunnen ons geen enkele andere (hoofd)stad met een dergelijke staat van verdienste voor de geest halen die zo morsig met zijn patrimonium omspringt.

Geen enkele zichzelf respecterende stad zonder museum voor moderne kunst. Deze desolate toestand grenst aan verwaarlozing. Een hele periode in het artistieke verleden van onszelf en de wereld wordt niet getoond, kan ook niet bestudeerd en ontsloten worden.

Het getuigt van een gebrek aan elementair respect om de kunst zomaar uit het (stads)beeld te wissen. Hiermee doen we niet alleen het verleden onrecht aan, we missen ook kansen voor de toekomst. Want zonder een artistieke lieu de mémoire, zonder het zicht- en tastbare geheugen van wat de kunst in deze stad door de tijden heen vermocht, stremmen we ook de ontwikkeling van de hedendaagse kunsten.

Jonge kunstenaars hebben er nood aan om in dialoog te gaan met de vorige generaties, nationaal en internationaal. Die kans wordt hen vandaag ontzegd. Ook de relaties tussen Brussel en een internationaal netwerk van kunstenaars, academici en kunstkenners lopen hierdoor op de korte en middellange termijn schade op.

Naar model Baselse Schaulager

Wij pleiten voor de oprichting van een Brussels grootstedelijk kunsthuis. Het voorstel (een initiatief van het Vlaamse parlementslid Yamila Idrissi, SP.A) ontving al heel wat positieve reacties. Die moedigen ons aan om de druk op te voeren.

We hebben een kunsthuis voor ogen naar het model van het Baselse Schaulager. Dat huis combineert twee functies. Het biedt hoogkwalitatieve depotruimtes voor een kunstverzameling en het beschikt over een tentoonstellingsruimte en een auditorium waardoor deze collectie getoond, ontsloten en bestudeerd kan worden.

Een Museum voor moderne en hedendaagse kunsten moet een beroep kunnen doen op de medewerking van drie types collecties die in Brussel aanwezig zijn. Eén, de collecties in handen van de overheid (zoals die van de Nationale Bank en de NMBS). Twee, de bedrijfscollecties (banken zoals ING en Dexia of multinationals zoals Lhoist). Drie, de privéverzamelaars.

Zo heeft Dexia de grootste private collectie moderne en hedendaagse Belgische kunst. Met een paar duizend werken heeft het de grootste privéverzameling van het land. De collectie moderne kunst bevat onder meer Marcel Broodthaers, Roger Raveel, Luc Tuymans, Jan Fabre en Berlinde De Bruyckere. Ook KBC nam met Cera, ABB en Investco een verzameling met zo'n 600 kunstwerken over. Een enorm potentieel voor een collectie met internationale naam en faam in Brussel. Met diverse van deze partijen zijn al positieve, verkennende gesprekken gevoerd.

België, en met name Brussel, kent heel wat verzamelaars die de voorbije decennia collecties bij elkaar hebben gebracht van een in sommige gevallen onovertroffen inhoudelijke kwaliteit. Vooral inzake de avant-garde van na de Tweede Wereldoorlog herbergt Brussel fenomenaal rijke bestanden.

Voor veel verzamelaars die een gezegende leeftijd naderen, dringt zich op relatief korte termijn de vraag op wat er na hun overlijden met hun collecties moet gebeuren. Voor de meesten is de oprichting van een privémuseum niet haalbaar. En België beschikt nauwelijks over een geschikte wetgeving die bruggen slaat tussen privépersonen en publieke instellingen. Geregeld verdwijnen daardoor privécollecties naar het buitenland, in hoofdzaak de Verenigde Staten.

Privéverzamelaars overtuigd

Op grond van onze gesprekken zijn we ervan overtuigd dat we privéverzamelaars over de streep kunnen trekken. Wat we aanbieden - een professionele depotruimte en faciliteiten voor conservatie en restauratie - verhoogt de waarde van hun collectie. Deze uitzonderlijke pool kunstwerken kunnen we beschikbaar stellen voor internationaal gerenommeerde curatoren en kunstenaars die jaarlijks hun 'canon' van de moderne en hedendaagse kunst kunnen presenteren.

Niet alleen de kunstverzamelaars, ook de stad en het publiek kunnen van het Brussels museum voor moderne kunst genieten, ook de bestaande kunsthuizen. De nieuwe instelling mag zeker de werking, de doelstellingen en instellingen van andere kunsthuizen, zoals Bozar, Wiels of Argos, niet schaden. We geloven dat het tegendeel zal gebeuren. De andere huizen zullen meegenieten van de uitstraling van Brussel als kunststad. Het zal de bezoekersaantallen van alle huizen doen stijgen. Dit zal ook de infrastructuur voor het wetenschappelijk onderzoek naar de kunsten ten goede komen. Die verkeert vandaag in een ronduit belabberde toestand.

De tijd is rijp om actie te ondernemen. Na de zomer bestudeert een werkgroep de mogelijke plaatsen voor inplanting van een Brussels kunsthuis. We kunnen daarbij bogen op eerdere initiatieven, maar we sporen alle betrokkenen aan om de lat zeer hoog te leggen. De ambitie moet evenredig zijn aan de kwaliteiten van Brussel als historische kunstenstad. Laten we samen Brussel optillen. Laten we het verleden van deze rijke kunststad vieren en de toekomst vorm geven in een Museum voor moderne en hedendaagse kunsten van Brussel.

©Foto: Ben Stansall