Ondanks de verlaging van de BTW voor voeding in de horeca van 21 naar 12 procent is het zwartwerk in de horeca niet afgenomen. De sociale inspectie stelde er zelfs meer inbreuken vast - van 73,5 naar 75,1 procent van de gecontroleerde horecazaken - en er zijn weinig of geen ‘witte banen' bijgekomen. Dirk Van der Maelen (sp.a): "Fraude terugdringen doe je niet door de belastingen te verlagen, maar door meer en gerichter te controleren."

Nochtans was het terugdringen van het zwartwerk een van de voornaamste reden om het BTW-tarief te verlagen. Bovendien had de sector zich daartoe geëngageerd. Verbazing alom dus dat de belastingverlaging geen vermindering van de fraude tot gevolg had.

Volgens Van der Maelen is dit helemaal niet verwonderlijk. In tegenstelling tot de overtuiging van onder andere minister Reynders en staatssecretaris Clerfayt, wijzen verschillende studies uit dat belastingverlagingen het fraudeniveau niet terugdringen. Zo stelt professor Schneider dat "even major tax reforms with major tax rate deductions may not lead to a substantial decrease of the shadow economy"[1]. Onderzoekers van de ULB stellen dan weer vast dat "de landen met de grootste fiscale druk niet noodzakelijk de landen zijn waar de ondergrondse economie het grootst is"[2]. En onderzoek van de Wereld Bank wijst uit dat "higher taxation is correlated with a lower share of the unofficial economy."[3]

[1] Schneider F. (2006), ‘Shadow Economy and Corruption All Over the World: What do we really know?', IZA Discussion Paper n° 2315

[2] Diallo et al. (2010), ‘Raming van de belastingfraude in België', Dulbea Working Paper n° 10-07.RR

[3] Johnson et al. (1999), ‘Corruption, Public Finances and the Unofficial Economy', World Bank, Policy Research Paper