Vandaag is het zover. Eindelijk, de laatste schooldag. Dat ene vrijheidsgevoel dat zich zoals elk jaar weer meester maakt van zovele kinderen. Het moet gezegd: het warme weer en de zon dragen - hier ook bij ons - hun steentje bij om de vakantie in te zetten. Ongetwijfeld hebben vele ouders het vaak moeilijke zomer-puzzelstuk al een hele tijd geleden gemaakt. Andere ouders willen hun kinderen net niet in een te strak kampjes-schema hullen, precies om in te spelen à la carte: een fijn dagje uit naar de zee op maandag, een pret- of dierenpark op donderdag, afhankelijk van demood van de kinderen én de energie die ouders - na vaak weken en maanden spurten van hot naar her - hebben.

 

Maar wat alle mama’s en papa’s  bindt - wanneer juli aanbreekt - is best eenvoudig: ze willen hun kind voluit kind zien zijn. In digitale tijden als deze is dat best een opdracht geworden. Smartphones, tablets, spelconsoles (tv is intussen zo passé) zijn niet meer weg te denken. Mijn metekindje is 6 en is ervan overtuigd dat er zowat met alles te ‘swipen’ valt. Tijden veranderen, maar de laatste jaren veranderen ze wel heel snel. De manier waarop kinderen/jongeren hun jeugd beleven anno 2018 is zelfs niet meer te vergelijken met pakweg 5 jaar terug. Je hoeft heus niet terug naar de jaren 80. Iedereen ziet dat, iedereen voelt dat. De hamvraag is dan: is dit het dan? Het nieuwe kind zijn? Kunnen we geen manieren vinden om ze, tja… weer naar buiten te lokken?

 

Het gevaar is dan dat we te makkelijk de verantwoordelijkheid bij de ouders alleen leggen. Uiteraard schuilt daar een groot deel van een absolute waarheid in: elk kind groeit op met de gezinswaarden die het meekrijgt. Maar is het ook geen taak van de overheid om die ‘buiten-keuze’ te faciliteren voor ouders en hun kinderen? Om van buiten spelen weer een evidentie te maken, net zoals in de jaren 80, zoals de Fixkes zingen in hun ‘K vraag het aan’ en je ‘voor den donkeren thuis moest zijn’?

Terwijl het laatste Vlaamse onderzoek over buiten spelen al dateert van 2008, zijn recente cijfers uit Nederland een eye-opener: kinderen hebben de publieke ruimte zo goed als opgegeven. In vergelijking met 2013 is het aantal kinderen dat in 2018 elke dag buiten speelt van 20% naar 14% gedaald. Opvallend is dat Nederlandse kinderen ook zeggen dat de speelplekken te saai zijn. Een afgebakend speelpleintje of speelstraat, liefst zo veilig mogelijk, stimuleert de creativiteit en fantasie niet meteen. Het zou mij niet verrassen mocht nieuw Vlaams onderzoek op dezelfde cijfers en vaststellingen uitkomen.

“We zouden liever veel meer buiten spelen in de vakantie”, geven ook enkele kinderen van 10 toe, toen ik hen gisteren de vraag stelde. “Maar mama en papa vinden het niet veilig.” En wie ben ik om ouders tegen te spreken. Maar het geeft wel aan dat we nood hebben aan cultuuromslag, om net die veilige speelomgeving elke dag te creëren. Zoals weleer het geval was. Buiten spelen is dan ook veel meer dan een afgebakende speelstraat of dat parkje waar kinderen elkaar in de weg lopen op dat ene klimrek. Het ongenaakbare plezier van buiten spelen en ravotten zit hem precies in eenvoud. De eenvoud om je fiets of je rollerblades te pakken om je vriendjes op te zoeken, dat braakliggende stukje grond uit te kammen of van het park je koninkrijk voor even te maken.

Na deze zomer komen er gemeenteraadsverkiezingen aan. Kinderen en pubers hebben dan wel geen stemrecht, maar hun stem telt evenzeer. Om weer voluit kind te zijn hebben ze niet alleen fysieke ruimte nodig - al dan niet afgebakend - maar ook mentale ruimte. Die moeten we hen gunnen. Dat zijn we ze verplicht. Maar dan moeten we ook de noodzakelijke voorwaarden creëren om ook hun ouders dat gevoel van weleer terug te geven. Dat is niet alleen een kwestie van een goed draaiende jeugdwerking, een uitgekiende ruimtelijke ordening of een uitmuntend plan voor (verkeers)veiligheid. Dat is een mindset die het totaalplaatje covert en met elkaar verbindt. Een mindset waardoor we als samenleving van buiten spelen weer een absoluut grondrecht maken. Voor elk kind. Want de openbare ruimte behoort ook hen toe.